NPO financieel blind door eigengereidheid omroepen

Rapport Rekenkamer De NPO heeft volgens de Rekenkamer te weinig armslag om de omroepen te controleren op financiële doelmatigheid. Producenten boeren daar goed bij.

Het programma Floortje naar het Einde van de Wereld. In deze aflevering bezoekt Floortje Dessing de staat Wyoming.
Het programma Floortje naar het Einde van de Wereld. In deze aflevering bezoekt Floortje Dessing de staat Wyoming. Beeld BNNVARA

De Nederlandse Publieke Omroep verdeelt jaarlijks 850 miljoen euro onder de omroepen, maar heeft nauwelijks zicht op de financiële doelmatigheid. De minister moet de NPO wettelijk meer armslag geven om de geldstromen te controleren.

Dat stelt de Algemene Rekenkamer in het dinsdag verschenen rapport Hilversum in Beeld. De NPO zou niet in staat zijn om te sturen op de relatie tussen kosten en prestaties (kijkcijfers, waardering, kwaliteit, publieke waarde). De raad ontdekte dat 35 procent van het programmabudget naar vrije producenten gaat. Als een omroep zelf produceert kost dat zo’n 63.000 euro per uur televisie. Als een vrije producent dat doet, 108.000 euro per uur. Dat is 71,4 procent meer.

Een paar voorbeelden. Floortje naar het Einde van de Wereld werd 41,5 procent duurder toen de presentatrice het zelf ging produceren. College Tour werd 42,7 procent duurder toen de presentatie overging van Twan Huys naar Matthijs van Nieuwkerk. Hij dwong af dat Medialane het programma voortaan mocht maken. Die producent wordt geleid door Dieuwke Wynia en Boudewijn Vos, zijn oud-collega’s van DWDD. In een mailwisseling hierover zei een NTR-medewerker: „We zitten aan ze vast, waardoor het (onnodig) duurder wordt, maar het is niet anders.”

De Rekenkamer constateert dat de omroepen zich nauwelijks verzetten tegen sterke kostenstijgingen van langlopende, succesrijke programma’s, mede omdat hun onderhandelingspositie zwak zou zijn. Het rapport noemt in dit verband Wie is de Mol van IDTV en de talkshows Pauw, Jinek en M. Volgens het rapport hebben presentatoren die veel kijkers trekken hierin ook een machtspositie waar de NPO moeilijk tegenop kan.

Het zicht op de kosten wordt helemaal troebel als het om vrije producenten gaat. Wat presentatoren krijgen uitbetaald via zo’n producent (waarvan ze soms zelf de baas zijn, zoals Jeroen Pauw) blijft gissen. Dat maakt het lastig de Wet Normering Topinkomens te handhaven.

Lees ook: Vrees voor inhoudelijke kaalslag bij reclameluwe publieke omroep

Toch wil minister Slob (Media, ChristenUnie) het aandeel in het budget voor vrije producenten wettelijk verruimen. Van minimaal 16,5 procent naar 25 procent. De Rekenkamer raadt dat af. Volgens Slob houdt de adviesraad in zijn berekening geen rekening met de organisatiekosten (overhead) van de omroepen, waardoor het prijsverschil tussen omroepen en buitenproducenten zou meevallen. Maar volgens de Rekenkamer is die post in dit geval niet relevant.

Verzet van omroepen

De losse omroepen verzetten zich volgens het college met succes tegen beter zicht op de kosten. Hun grote onafhankelijkheid speelt daarin een rol. De programmabudgetten worden door de NPO in één bedrag uitgekeerd. Valt een programma goedkoper uit, dan gaat het overschot naar een programma dat duurder blijkt. Of het geld doelmatig wordt besteed, is hierdoor slecht te controleren.

Ook binnen de NPO is er verzet tegen controle op financiële doelmatigheid. De directeur Financiën heeft een meetmethode bedacht, maar tv-directeur Frans Klein gebruikt deze niet want hij heeft „moeite met de cijfermatige benadering”.

Schuiven tussen genres

De NPO vertelt wel hoe de kosten zijn verdeeld over zes ‘domeinen’, maar dit maskeert volgens de Rekenkamer de werkelijke kostenverdeling. Zo zien we niet dat het domein Expressie (109 miljoen in 2018) gedomineerd wordt door Nederlandse tv-series, die steeds meer geld kosten. Kunstprogramma’s komen er in dit domein bekaaid vanaf. Sterker nog, eerder stelde de NPO dat muziek en kunst prioriteit hadden; in werkelijkheid daalden de uitgaven hiervoor.

Lees ook: Met zoveel presentatoren is het risico op onverschilligheid groot

De Rekenkamer zag ook dat er nogal geschoven wordt met programma’s van domein naar domein. Toen de politiek vond dat de publieke omroep te veel amusement maakte, verschoven acht amusementsprogramma’s, zoals Heel Holland Bakt, prompt van Amusement naar Expressie. De Wereld Draait Door verhuisde van Human Interest naar Nieuws en Opinie, waardoor dat domein ineens flink groter werd. De Rekenkamer stelt voor om de financiële verantwoording van programma’s specifieker te maken, bijvoorbeeld door de kosten van dertig genres te melden aan het ministerie, zoals dat vroeger gebeurde, maar sinds 2016 niet meer.

Slob ziet geen reden om de wet aan te passen. De publieke omroep vindt dat het rapport een goed beeld geeft, belooft beterschap, maar zegt dat het allemaal nogal gecompliceerd ligt.