Opinie

Menselijke agressie is een constante in de tijd

Gaat onze moraal er in de tijd vooral op vooruit of is er reden om pessimistisch te zijn? In de Gedragscolumn kijkt Bert Pol naar de constanten van menselijk gedrag ‘in het groot’.
Ronhingya-vluchtelingen in Myanmars 'niemandsland', op de grens met Bangladesh, in april 2018.
Ronhingya-vluchtelingen in Myanmars 'niemandsland', op de grens met Bangladesh, in april 2018. Hla-Hla HTAY and Richard SARGENT / AFP Photo

Onze moraal gaat er steeds op vooruit. Althans, dat zegt Richard Dawkins in een interview met Han Ceelen in Het Financieele Dagblad. Hij voert Steven Pinker op die in zijn boek Verlichting nu „overtuigend aantoont dat historisch gezien de morele tijdgeest steeds beter wordt. Zelfs als je gebeurtenissen als de Eerste en Tweede Wereldoorlog in aanmerking neemt”.

Ik heb Verlichting nu ook gelezen. Het is een boeiend en goed gedocumenteerd boek. Maar ik heb ook de nodige andere boeken gelezen. Laatst bijvoorbeeld De canon van ons vaderlands verleden. Wat me daarvan het meest is bijgebleven, is de verbijsterende stroom van wreedheid, ongebreidelde hebzucht en botte onverschilligheid over het lot van medemensen. Ik wist dat wel, maar ik schrok er toch weer van. De canon laat in vogelvlucht zien dat de geschiedenis zich eindeloos herhaalt, in steeds wisselende contexten. De omstandigheden veranderen wel, maar de duistere kant van ons gedrag niet.

Talloos veel

Want wat is er anders aan de massa-executies van Julius Caesar, Karel de Grote en gezagsdragers in Nederlands-Indië dan wat met de zevenduizend mannen en jongens in Srebrenica gebeurde en korter geleden met de Rohingya? Verschilt het gedrag van 17de- en 18de-eeuwse slavenhandelaars essentieel van dat van de huidige mensensmokkelaars in Afrika en Europa? Toen en nu stierven en sterven onderweg nog steeds talloos veel mensen onder de meest erbarmelijke omstandigheden. En slavenarbeid klinkt dan misschien als iets uit een ver verleden, maar het is nog maar kort geleden dat Jezidische meisjes en vrouwen als slaaf werden ‘weggegeven’. Met graaierij is het niet beter gesteld. Bij 17de-eeuwse inpolderingsprojecten werden lucratieve opdrachten binnen de inner circle vergeven. Je hoeft de krant maar open te slaan en je ziet vrijwel dagelijks dat het nu niet beter is gesteld met vriendjespolitiek en fraude.

Genadeloos

Kun je daaruit iets concluderen over wat je menselijk gedrag ‘in het groot’ zou kunnen noemen, naar analogie van ‘geschiedenis in het groot’, de tak van geschiedschrijving die naar ontwikkelingen over heel erg lange perioden kijkt. Namelijk dat er in het menselijk gedrag geen verbetering te zien is. Hoe valt dat dan te rijmen met het optimisme van De meeste mensen deugen van Rutger Bregman en Verlichting nu van Steven Pinker? Veel mensen deugen, maar dat was honderd-, duizend-, tienduizend- en honderdduizend eeuwen geleden ongetwijfeld ook zo. Maar toch moordden groepen elkaar genadeloos uit, zoals recent Harari behoorlijk weer eens heeft laten zien. Natuurlijk is de laatste tweeënhalve eeuw op allerlei terreinen vooruitgang geboekt, zoals Pinker betoogt. Het gaat dus steeds beter met ons (al plukt lang niet iedereen de vruchten van welvaart). Maar zijn we ook beter geworden? Alle vooruitgang ten spijt gaat het moorden op grote schaal gewoon door. Misschien is de huidige vrede in de westerse wereld niet zozeer het gevolg van vooruitgang en redelijkheid, maar primair van oorlogen die in de vorige eeuw zijn uitgevochten en een machtsevenwicht dat daarna geleidelijk ontstond.

Weinig gewicht

Hoe komt het dat slimme en belezen mensen als Bregman en Pinker die donkere kant van de geschiedenis zo weinig gewicht toekennen? Misschien willen ze gewoon geloven in het goede van de mens en als manifestatie daarvan vooruitgang. Mogelijk ook ligt de verklaring in de manier waarop zij naar het verleden kijken. Als je steeds dezelfde bril ophoudt, trek je al gauw verkeerde conclusies.

Historicus en geschiedfilosoof Fernand Braudel zegt in zijn rede Le temps de l’histoire (1950) dat we geneigd zijn het verleden te beschrijven alsof er maar één historische tijd is. Daardoor zie je enerzijds te veel en anderzijds te weinig.

Bestudeer je de hedendaagse geschiedenis, dan kan het niet anders dan dat je een wirwar van gedragingen van individuele personen en bewegingen ziet, gedreven door uiteenlopende motivaties. Trump die Europa op tal van terreinen de wacht aanzegt, met als gevolg een hergroepering in de EU, die weer eindeloos vertraagd wordt door uiteenlopende sentimenten. Het Verenigd Koninkrijk dat met veel verbaal geweld maar weinig realiteitszin de EU dreigt te verlaten. Dicht bij huis boze boeren die provinciebesturen op de knieën dwingen. Ik noem er maar een paar. In die hedendaagse lawine van indrukken en informatie kun je nauwelijks grote lijnen onderscheiden.

Onverschilligheid

Bestudeer je daarentegen een periode van eeuwen, dan neem je bovenindividuele sociale patronen waar, waarbij de invloed van individuele personen veel beperkter is dan ze ooit leek. Machtsblokken waarvan de grenzen fluctueren, die uiteenvallen en plaatsmaken voor andere. Verschuivende maatschappelijke verhoudingen zoals de geleidelijke bestuurlijke marginalisering van de adel en de groeiende macht van de burgerij en later die van de arbeidersklasse.

Kijk je naar een nog langer tijdvak – dat van tienduizenden jaren en meer - dan maakt dat beeld van geleidelijke maatschappelijke veranderingen plaats voor patronen van heel erg langzame veranderingen. Zoals het verdwijnen en weer ontstaan van ijstijden met het droogvallen van de Noordzee. Het oprukken en weer terugtrekken van gletsjers. Je weet dat in dat verre verleden groepjes mensen rondgetrokken hebben. Nederzettingen ontstonden, waar mensen samen leefden, van wie - volgens huidige morele normen – velen vast gedeugd zullen hebben. Maar er waren ook altijd annexaties en onderwerping, moordpartijen en onverschilligheid voor het lot van anderen.

Constante

De periode waaraan Pinker en Bregman conclusies verbinden over vooruitgang van de moraal en menselijke goedheid, zijn daar te kort voor. Kijk je naar de zeer lange termijn, dan is er minstens zo veel reden tot pessimisme als tot optimisme over menselijk gedrag. Perioden met maatschappelijke bloei en wetenschappelijke progressie hebben vaak bestaan, maar zijn ook net zo vaak weer verdwenen. Menselijke agressie lijkt eerder een trieste constante dan een uitzondering.

In de Gedragscolumn reflecteren gedragswetenschappers op de actualiteit. Bert Pol is verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit Twente en vennoot van Tabula Rasa Den Haag.