Kijk ‘happiness officers’: dít is werkgeluk

Japke-d. denkt mee Wat maakt jouw werk de moeite waard?, vroeg aan lezers. Ze kreeg een lading aan hartverwarmende reacties in deze koude, donkere maand.
Illustratie Thomas Schats

Kantoortijgers die gek worden van hun mail, van hun bedrijfsuitjes of de groepsapp: deze rubriek lijkt soms alleen maar over ellende op het werk te gaan.

Dat komt natuurlijk vooral doordat jullie altijd advies aan me vragen over zaken die verkeerd lopen op je werk – goed nieuws verkoopt niet. Net zoals er geen hond naar een film wil kijken over een gelukkig, kabbelend huwelijk, willen mensen als het om kantoor gaat liever naar The Office, Toren C of Debiteuren Crediteuren kijken – naar rampspoed, terreur en tragedies – en in die behoefte moet ik natuurlijk ook voorzien.

En toch en toch en toch… is ons werk meestal zoveel méér dan een tranendal. En zeker aan het eind van het jaar, als iedereen toch al nostalgisch aan het terugkijken is, leek het me goed ook eens op zoek te gaan naar de mooie dingen van het werk – even afgezien van het salaris en het contract.

En dus vroeg ik op Twitter wat jullie dankbaar maakt op je werk, waar je niet zonder kunt en nooit zou willen missen. En wat ik toen aan reacties kreeg, waren de meest ontroerende die ik ooit kreeg – als lichtjes die me deze donkere dagen toeschijnen, als vlammetjes die alle kou en mist verdrijven – dames en heren ‘happiness officers’: zó ziet werkgeluk er dus uit. Want wat hóúden jullie van je werk!

Van de koffieautomaat die „zelf zijn verse bonen maalt”. Van het „heerlijke eten in de kantine”. Van het „sfeervolle historische pand” waar jullie zitten. Van „de fietstocht ’s ochtends ernaartoe”, als alles nog lekker fris is en de stad langzaam ontwaakt. Van het bos achter kantoor waar je tijdens de lunch in rond kunt struinen, van de stad waar je werkt – Rotterdam bijvoorbeeld (mazzelaars), „waar ik zomaar wat straten in loop en dan wel zie waar ik uitkom”, zoals een twitteraar schreef.

Maar jullie houden er ook van dat je „onophoudelijk nieuwe dingen leert en dat geen dag hetzelfde is”, van de „puinhoop soms”, dat je op je werk kunt „uitrusten van je hectische gezinsleven”, van „het feit dat je überhaupt werk hebt!”, en van de „avonden en nachten doorhalen en de volgende dag uitslapen”.

Over nachten en avonden gesproken, dat viel me op: dat veel mensen juist de uren buiten werktijden noemden als momenten om te koesteren. Dat eerste uurtje als er nog bijna niemand is voordat de meute binnenkomt. Maar ook de uren ná ‘sluitingstijd’, als het rustig is, er een knusse sfeer hangt; de nachtdiensten met een klein clubje, maar ook juist déze periode op het werk: december en dan vooral de magische tijd tussen Kerst en Oud en Nieuw waarin „je goede gesprekken voert met je collega’s”, lekker rustig samen kunt werken en je „elke dag een directielunch krijgt”, aldus een lezer.

Maar er zijn ook veel mensen dankbaar dat ze iets mogen betekenen voor anderen door hun werk, „dat hun werk ergens over gaat”, „dat je weet dat je iets bijdraagt”, en iets „doet waar je achterstaat”.

Dat het lukt om die ene patiënt beter te maken bijvoorbeeld, die ene klant te helpen, die ene leerling die zegt dat hij iets geleerd heeft – als íets me opviel, is het de pure liefde voor het vak dat jullie gekozen hebben.

Maar het aller, aller, allermeest houden jullie – en daar moest ik toch wel even een traantje wegpinken – van jullie collega’s, stelletje ouwe romantici.

Het meeleven met elkaar, „als een lieve collega een prachtige zoon krijgt die veel te vroeg wordt geboren”, schreef iemand: „Het hele team houdt collectief de adem in. Het spant erom. Het komt goed!” Het ‘samen tegen de rest-gevoel’. Of „dat er mensen zijn die over hetzelfde enthousiast worden als jij, en je een band hebt die anders is dan vriendschap, maar wel intiem, omdat je iets hebt wat je verbindt”.

Samen. Dat woord viel opvallend vaak. Samen een deadline halen. Samen iets moois maken. Samen met de armleuningen van de bureaustoelen het ritme laten klinken van We will rock you. Samen „heel hard lachen en dat dan de buren komen vragen of het wat zachter kan”.

De collega’s die je mist als ze ergens anders gaan werken. Aan wie je nog vaak denkt als je zélf weer verder ging. De collega’s die op vrijdagmiddag chips neerzetten, zomaar uit zichzelf. Die sinterklaascadeautjes in je werkschoenen doen, die je een tegoedbon geven voor ‘bier en bitterballen’ op je verjaardag.

„Het besef dat je nergens anders met zulke gelijkgestemde gekkies kunt communiceren”, schreef iemand. Maar ook de ergernissen waarvan je gaat houden: de spekzolen, het geroddel, het dartelen, de panty’s, de stemmen, de weddenschappen, de broches, „de koffievlekken, de chaotische collega, de jankerd – „het is haat-liefde. Noodgedwongen”.

Maar toch.

Precies datzelfde heb ik ook op m’n werk. Dat gevoel op de achtergrond. Alsof je werkt met familie, maar dat het voelt als vrienden.

Mooi werk met geweldige mensen is het mooiste dat er is.

Hoe was jouw werkweek? Japke-d. Bouma wil het graag weten. Tips via @Japked op Twitter.

-

Dit zijn de Jeuktweets van deze week

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.