Evaluatie: kritiek op handelen van instanties Utrecht na schietpartij in tram

De aanval in de Utrechtse tram in maart dit jaar kostte aan vier mensen het leven. Het onderzoek naar het crisisoptreden werd in opdracht van de gemeente gedaan door onafhankelijke onderzoekers.
Bewaking bij de rechtbank Midden-Nederland voor de pro-formazitting met Gokmen T.
Bewaking bij de rechtbank Midden-Nederland voor de pro-formazitting met Gokmen T. Foto Robin Utrecht/ANP

De burgemeester van Utrecht, de hoofdofficier van justitie en de districtschef van de politie hadden tijdens de schietpartij in de tram in Utrecht in maart dit jaar de situatie eerder ernstiger moeten inschatten. Dat is een van de belangrijkste conclusies van het dinsdag verschenen rapport over het crisisoptreden tijdens de aanslag. Het rapport werd in opdracht van de gemeente opgesteld door het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement (COT).

De schietpartij in en bij een tram op het 24 Oktoberplein kostte aan vier mensen het leven. Zes anderen raakten zwaargewond. Bewoners in Utrecht kregen het dringende advies binnen te blijven en de dreiging werd voor de provincie Utrecht als ‘kritiek’ ingeschat, het hoogste niveau. De schietpartij was in de ochtend, de verdachte schutter werd aan het begin van de avond ingerekend.

Het COT concludeert dat de driehoek, gevormd door de burgemeester, de hoofdofficier en de politiechef, eerder had moeten besluiten dat sprake was van „(dreigende) maatschappelijke onrust”. Volgens het COT had dit de crisisorganisatie kunnen helpen. De maatregelen van de lokale autoriteiten hadden bovendien beter afgestemd moeten worden met de tijdelijke verhoging van het dreigingsniveau. Toch had dit geen negatieve gevolgen voor het optreden van de hulpdiensten.

Bij het advies dat inwoners van Utrecht binnen moesten blijven, had bekend moeten worden gemaakt maken hoe lang dit gold en wat de reden daarvoor was, schrijft het COT. Het advies zelf was terecht, aldus het rapport. Ook deed de gemeente er goed aan om de aanval te duiden als mogelijke aanslag met terroristisch motief, staat in het rapport.

Dinsdag is ook bekendgemaakt dat op de plaats van de schietpartij een monument komt ter nagedachtenis aan de slachtoffers. Deze herinneringsplek moet op 18 maart 2020, precies een jaar na de schietpartij, af zijn.

Lees ook: Gökmen T.: ‘Wie zijn jullie om moslims dood te maken?’

Reactie Van Zanen

De Utrechtse burgemeester van Jan van Zanen zei dinsdag tijdens een persconferentie dat de crisis „het uiterste” vroeg van de hulpdiensten. „Zij kwamen meteen in actie, en deden dat onder moeilijke en uitzonderlijke omstandigheden.”

„De Utrechtse crisisorganisatie heeft actief gehandeld en daarbij begrijpelijke keuzes gemaakt”, aldus Van Zanen. Volgens de burgemeester kan het rapport van het COT gebruikt worden „als leermoment”. Nabestaanden van de slachtoffers werden maandagavond al op de hoogte gesteld van de onderzoeksbevindingen. Van Zanen sprak van een emotionele bijeenkomst.

Het optreden van de politie op de dag van de schietpartij is ook geëvalueerd. Hieruit blijkt dat de politie snel en effectief heeft gehandeld. Zo werd er vrijwel meteen een opsporingsteam opgetuigd waardoor de „dreiging snel verminderde”. Ook werd de rust op straat bewaard. Wel waren er problemen in de informatie-uitwisseling, aldus de onderzoekscommissie.

Gökmen T.

Op de dag van de aanval werd Gökmen T. aangehouden in Utrecht. Hij wordt verdacht van moord of doodslag met een terroristisch motief. T. heeft bekend verantwoordelijk te zijn voor de aanval, maar hij weigerde tot dusver twee pro-formazittingen bij te wonen en zich bij te laten staan door een advocaat. Hij verklaarde op trampassagiers te hebben geschoten omdat het Westen moslims doodt. Op 16 december is er weer een pro-forma zitting in deze zaak.