Het raam was nog kapot bij de oplevering van het appartement

Economie & recht Deze rubriek belicht kwesties waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: niet herstelde gebreken bij oplevering.

Een kapot raam – niet het raam uit de rechtszaak.
Een kapot raam – niet het raam uit de rechtszaak. Foto Getty Images

Eind juni 2018 koopt het stel een appartement. Met de verkopers spreken ze in de koopovereenkomst af dat voor oplevering van de woning enkele gebreken, die onder de verantwoordelijkheid van de VvE in het appartementsgebouw vallen, worden verholpen. Zo is een ruit bij het terras versplinterd en zijn er sporen van lekkage boven de keuken; uitgezocht moet worden wat daar aan de hand is. Als de datum van het passeren van de koopakte daar is, blijken de genoemde gebreken niet aangepakt. Dus stelt het stel de verkopers in gebreke. Uiteindelijk passeert de koopakte pas eind november, twee maanden later dan aanvankelijk afgesproken.

De zaak komt voor bij de rechtbank in Rotterdam. De kopers vorderen 39.000 euro van de verkopers, de maximale boete van 10 procent van de koopsom, wegens het niet nakomen van de koopafspraken. De verkopers verweren zich: zij hadden „niet in de hand wanneer de VvE de gebreken zou herstellen”. De gemaakte afspraken zijn „een inspanningsplicht, geen garantiebepaling”. Bovendien „stonden de gebreken de levering van de woning niet in de weg”.

De rechter stelt dat het gaat om wat beide partijen in deze situatie redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Uit niets blijkt, ook niet uit e-mailcorrespondentie gedurende die zomer, dat de verkopers het voorbehoud dat ze ter zitting aanvoeren al eerder hebben gemaakt. Volgens de rechter is dus sprake van „een resultaatsverbintenis”, en die zijn de verkopers niet nagekomen. Dat het enkel om kleine gebreken gaat die normaal gebruik van de woning niet in de weg staan, zoals de verkopers stellen, maakt volgens de rechter niet uit. Wel wordt de boete gematigd, tot 5.000 euro, met name omdat de kopers geen schade hebben gelopen door de late oplevering.

Uitspraak: ECLI:NL:RBROT:2019:9072