Analyse

Haags ongemak over missie in Afghanistan

Afghanistan Papers De VS blijken nooit te hebben geloofd in de oorlog. Waarom Nederland dan wel?

Een burger die wordt verdacht een Talibanstrijder te zijn wordt ondervraagd door Amerikaanse militiaren in Kandahar.
Een burger die wordt verdacht een Talibanstrijder te zijn wordt ondervraagd door Amerikaanse militiaren in Kandahar. Foto Sebastiano Tomada

Opeenvolgende Amerikaanse presidenten – Bush jr., Obama, Trump – hebben een valse voorstelling van zaken gegeven over de nergens toe leidende oorlog in Afghanistan. Betekent dit dan dat Nederland, dat tussen 2006 en 2010 in Uruzgan vijfentwintig militairen verloor en sinds 2002 actief is in het land, óók is misleid door zijn historische bondgenoot?

De publicatie door The Washington Post van ruim zeshonderd geheime documenten geeft een bijzonder inkijkje in de Afghaanse oorlog. Ooit begonnen als reactie op 9/11, later geëvolueerd tot veiligheids- en wederopbouwmissie, maar volgens het Amerikaanse dagblad vooral tot een bodemloze put, waarin niet alleen mensenlevens en miljarden zijn verdwenen, maar ook de waarheid.

„Dit zal het voor Nederland moeilijker maken om in de toekomst missies op te tuigen”, verwacht Willem Post van Instituut Clingendael. „Die zullen nog meer onder het vergrootglas worden gelegd.” Dinsdag bleek er in de Tweede Kamer een meerderheid te zijn voor een debat over de Amerikaanse onthullingen. Kamerlid Sadet Karabulut (SP), die het debat aanvroeg, wil vooral weten of ook Nederlandse regeringen de zaken te rooskleurig hebben voorgesteld, of zelfs gelogen hebben. Haar partij was altijd tegen de Nederlandse militaire betrokkenheid bij Afghanistan.

Zal het ooit beter worden? Militair historicus Christ Klep tempert de verwachtingen. Keihard liegen over militaire operaties mag in een democratie uiteraard niet, maar de zaken positief voorstellen móét haast wel als je ten strijde trekt. „Stel je voor dat toenmalig premier Balkenende destijds had gezegd: we gaan op missie, maar ik weet niet hoeveel het gaat kosten, hoelang het gaat duren of wat het resultaat zal zijn? Dat werkt niet.”

Lees ook: VS hadden in 18 jaar nooit zicht op Afghaans succes

Politiek ongemak na een slecht verlopen militaire operatie leidt volgens Klep zelden tot fundamentele beleidsveranderingen: „We leren ons lesje, zeggen dat we nooit meer zo zullen doen, en dan doen we het vijf of tien jaar later toch weer.”

In de Afghanistan Papers wordt Nederland slechts enkele keren genoemd. Zo wordt er een „Nederlandse tweesterren-admiraal” aangehaald die „een Duitse diplomaat” verantwoordelijk heeft gemaakt voor de met corruptiebestrijding belaste dienst, een commandostructuur die volgens de Amerikanen „no way” gaat werken. Nederland wordt vaker genoemd in de context van ISAF, zoals de tot 2014 durende NAVO-missie in Afghanistan werd genoemd.

Dramatisch beeld

De Amerikanen waardeerden de steun van Nederland en andere NAVO-lidstaten — het gaf de oorlog extra legitimiteit. Maar ze hadden, zo blijkt uit de documenten, geen hoge dunk van hun trans-Atlantische bondgenoten. In een van de documenten vertelt Nicholas Burns, tussen 2001 en 2005 VS-ambassadeur bij de NAVO, hoe de bondgenoten bij hem aanklopten voor transport (strategic lift). Hij huurde vervolgens grote Russische en Oekraïense transportvliegtuigen „om de Duitsers, Spanjaarden en Nederlanders Afghanistan in te krijgen, en dat gaf echt een dramatisch beeld van de zwakheid van de NAVO.” De NAVO, concludeert Burns, „is in wezen de VS”.

Nederland ging niet zomaar over tot een forse uitbreiding van de militaire aanwezigheid. Het woord ‘opbouw’ viel heel vaak in de brief van eind december 2005 waarin het kabinet aankondigde militair actief te worden in de Afghaanse provincie Uruzgan; maar liefst 51 keer. Het woord gevechtsactie werd daarentegen slechts één keer gebruikt. De boodschap was duidelijk: Nederland ging bouwen, niet breken.

Echte oorlog

Zes jaar later gaf een evaluatie van de missie een ander beeld. In totaal waren 25 Nederlandse militairen om het leven gekomen; de meesten tijdens gevechtshandelingen. Nederlandse F-16-vliegtuigen hadden circa 500 bommen afgeworpen, en 50.000 patronen met boordwapens verschoten. Pantserhouwitsers en mortieren vuurden 28.500 granaten af. Daarnaast werden er nog 39.000 rook- en handgranaten gebruikt. Anders gezegd: Nederland had meegedaan aan een échte oorlog.

Lees ook: de Nederlandse militaire identiteit is verkrampt, stelt historicus Christ Klep

En de wederopbouw? „De regering is van mening dat de Nederlandse inspanningen zichtbare resultaten hebben opgeleverd”, schreven de drie meest betrokken bewindspersonen aan de Tweede Kamer in 2011. Meer scholen, meer medische posten en verbetering van de watervoorziening waren enkele van de resultaten.

Heeft de 1,9 miljard euro kostende missie volgens Nederland zin gehad? „De geboekte vooruitgang is niet onomkeerbaar”, constateerde het kabinet nadien. Vier jaar „was niet genoeg geweest om de lokale Afghaanse overheid in staat te stellen zelfstandig voor veiligheid, goed bestuur en ontwikkeling te zorgen”. Maar voormalig Defensie-minister Eimert van Middelkoop noemde het deze week op tv een „een verkeerde vorm van cynisme” om achteraf te concluderen dat „het allemaal tevergeefs was”.

Met medewerking van Wouter van Loon

Correctie (11 december 2019): in een eerdere versie van dit artikel stond de naam van Christ Klep verkeerd geschreven. Hierboven is dat aangepast.