Opinie

Geheim

Ellen Deckwitz

Onlangs bevond ik me op de kerstborrel van een uitgever en aangezien het niet echt super gaat in de boekenbranche stond het gros der genodigden erbij alsof ze een rectaal onderzoek afwachtten. In een donker hoekje zag ik echter twee bekende schrijvers keten. Ik sloot me bij hen aan en vroeg waarom ze zich zo hadden afgezonderd.

„We hebben een veel te goed jaar gedraaid”, zei de linker auteur. Beiden hadden ze meer herdrukken beleefd dan de Enkhuizer Almanak en ook op de shortlists en eindejaarslijstjes ontbrak hun werk niet.

„Het is toch lullig om dat nogal in het zicht van onze minder fortuinlijke collegae te vieren”, zei de rechter auteur.

De volgende dag zat ik op de bank bij mijn zus en vertelde dat het me verbaasde dat de schrijvers hun mazzel voor zichzelf hielden.

„Nou ja”, reageerde zij, „we leven toch in een cultuur waar je niet al te veel met je succes te koop hoort te lopen. Het is een vorm van beleefdheid dat je je euforie beperkt tot social media.”

Hm. Onze grootmoeder riep altijd dat het leven één groot tranendal is en probeerde ons zo te wapenen tegen naïviteit. Door constant de slechte dingen te benadrukken zorgde ze er echter ook voor dat het leven op ons overkwam als één lange aaneenschakeling van ellende.

‘Eigenlijk zou er niet zo’n taboe op moeten rusten, om uit te komen voor je geluk”, zei ik, „dat biedt ook hoop aan hen met wie het even niet zo best gaat. Als iedereen zijn geluk voor zich hield zou het toch een behoorlijk troosteloos bestaan zijn”, mompelde ik, maar ja, vertellen over hoe gelukkig je bent komt snel over alsof je de ander de ogen uit wilt steken. Als ik liefdesverdriet heb kan ik degene die tegen mij aanzwijmelt over diens nieuwe verkering ook wel hoeken.

Toen ik die avond naar huis liep, bedacht ik dat mijn leven de laatste tijd best wel goed gaat. Er zijn het afgelopen jaar veel dingen op hun plaats gevallen, en ik bemerk dat ik kalmer ben, tevredener en, oké: gelukkiger. Hoewel het bestaan soms even vlak en bleek lijkt als een melkopaal, vallen er van dichtbij ook kleine kwartskanaaltjes waar te nemen, waar onverwacht warme schakeringen doorheen lopen.

De grijze, beregende straat leek opeens te kloppen, alsof er een bas dreunde door de huizen, kale bomen en grauwe tegels heen, een lijn die me wilde vertellen dat er meer was dan ik kon zien. Ja, dacht ik. Iets niet opmerken, wil niet zeggen dat het niet bestaat. En het zegt al helemaal niets over wat er in het verschiet ligt.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.