Een stuk weg geldt wel degelijk als bebouwing

Economie & recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: fiscaal recht.

Verontreinigde grond – niet de bouwgrond uit de rechtszaak.
Verontreinigde grond – niet de bouwgrond uit de rechtszaak. Foto Peter Hilz

De gemeente Groningen verkoopt een perceel van een voormalige energiecentrale aan een koper die er een woon- en zorgcomplex gaat bouwen. Op het perceel, bijna 2 hectare groot, liggen trottoirs en een stuk asfaltweg, en ook nog een kolengoot. Gemeente en koper spreken af dat het perceel in deze staat wordt opgeleverd en dat de gemeente de sanering van de verontreinigde grond voor haar rekening neemt. De koper is verantwoordelijk voor de sloop van de nog aanwezige bebouwing.

Over deze deal krijgt de gemeente het aan de stok met de Belastingdienst. Die legt Groningen een naheffing omzetbelasting op van 861.000 euro. Volgens de fiscus was bij levering van het perceel sprake van onbebouwde grond, oftewel bouwgrond, en dan is omzetbelasting verschuldigd. De gemeente vindt dat sprake is van bebouwde grond. Ze wijst onder meer op de ondergrondse delen van de kolengoot, trottoirs en andere resten van bebouwing. Die zijn niet hergebruikt, maar ze stonden er wel bij levering.

Met die redenering gaat de rechter mee. „Er is een onroerende zaak geleverd waarvan de grond al wel als gesaneerd kan worden aangemerkt, maar waarvan de bebouwing nog niet als gesloopt kan gelden.” De naheffing is onterecht opgelegd.

Uitspraak: ECLI:NL:RBNNE:2019:4924