Cabaretiers maken vaak de overstap naar film: is dat zo makkelijk?

Cabaretiers in film Sanne Wallis de Vries wisselt podium af met filmset, net als Theo Maassen, Jandino Asporaat en – straks ook – Herman Finkers. „Wat je leert is klein houden.”

Sanne Wallis de Vries speelt Dreus in de Mees Kees-films.
Sanne Wallis de Vries speelt Dreus in de Mees Kees-films. Foto Jaap Vrenegoor/WW Entertainment

Het bekendste wapenfeit op het film-cv van Sanne Wallis de Vries blijft voorlopig strenge rectrix Dreus in de Mees Kees-reeks, waarvan deel vijf nu in première gaat. „In het begin vond ik het lastig dat kinderen mij nastaarden op straat, dat staren kon echt heel lang duren. Maar tegenwoordig stap ik maar zelf op ze af en zeg: jullie denken dat ik Dreus ben hè?”

Wallis de Vries na tien jaar nog altijd veel schik in de rol. „Dreus heeft echt een ontwikkeling doorgemaakt. In eerste instantie was ze vooral streng en corrigeerde ze Mees Kees de hele tijd. In de nieuwe film mag ze zelfs wat emoties tonen.”

Lees hier de recensie van ‘Mees Kees in de wolken’

Nederlandse cabaretiers maken vaak de overstap van podium naar filmset. Gaat dat gemakkelijk? Kon ze bijvoorbeeld al camera-acteren of moet ze dat nog leren? Sanne Wallis de Vries wijst erop dat ze begin jaren negentig een kleinkunstopleiding bij Selma Susanna volgde. „Je wordt daar klaargestoomd voor het vak in de volle breedte. Dat ik mijn stem vooral vond als cabaretier doet daar verder niets aan af. Voor mij voelt het even natuurlijk om in een film of musical te staan. Het is wel bevrijdend om af en toe iemand anders te mogen zijn.”

Wel merkt ze dat de buitenwereld het er soms moeilijk mee heeft. „Altijd die vragen: ‘Het zal wel wennen zijn hè, acteren in een musical of film.’ In Nederland geven we graag stempeltjes. Iedereen is één specifiek ding, anders snappen we het niet meer. In de VS is het de normaalste zaak van de wereld dat komieken zich ook elders manifesteren.”

Theo Maassen als Johan in ‘TBS’.

Millimeterwerk

Theo Maassen acteert al heel lang, hij speelde in zo’n twintig films en series waaronder TBS en Dunya & Desie. Maassen volgde in eerste instantie een toneelopleiding, de Academie voor Drama in Eindhoven. „Monic Hendrickx was mijn klasgenoot, maar ik bleek zelf meer geïnteresseerd in cabaret.” In filmhit Minoes, waar hij de schuchtere journalist Tibbe speelde, bewees hij al dat het één het ander niet uitsluit. „Zeker als je normaliter solo op het podium staat is het heel leuk om af en toe iets te doen waar je met een team aan werkt. Film maken is een enorm sociale activiteit. Bovendien voel je veel minder verantwoordelijkheid op een filmset.”

In eerste instantie moest Maassen wel wennen aan de drukte van de set. „Camera-acteren is een heel precies vak: doe een stapje naar links, schuif wat op naar rechts. Maar juist door dat op de millimeter spelen werd ik ook beter als cabaretier.” Vooral zijn lichaamscontrole is verbeterd. „Op het podium holt mijn lichaam een beetje achter mijn woorden aan. Bij acteren heb je die luxe niet. Dan moet je jezelf dwingen om na te denken over hoe je fysiek je teksten kan ondersteunen.”

Jandino Asporaat (rechts) als Judeska in ‘Bon Bini Holland 2’.

Foto Greetje Mulder/Kaap Holland/Entertainment One

Eddie Murphy

Met zijn Bon Bini Holland-films scoorde Jandino Asporaat de grootste Nederlandse bioscoophits van de afgelopen jaren. „Ik zie mijzelf vooral als entertainer”, zegt hij. „Dat kan in elke vorm zijn: theater, televisie of een film. Mijn grote voorbeeld is Eddie Murphy, een stand-up komiek die in de filmwereld terechtkwam.” Asporaat is een selfmade man, maar voor zijn filmdebuut Bon Bini Holland nam hij toch acteerlessen. „Al die typetjes gaan mij prima af, maar Robertico, de ‘normale’ rol die ik speel, moet ook enigszins ontroeren. Hem moest ik vanuit rust spelen, iets waar ik over het algemeen geen ster in ben.”

Nerveus over het witte doek was Asporaat niet. „Ik was nooit gekomen waar ik nu ben als ik mij had laten weerhouden door angst om op mijn bek te gaan.” Hij zou acteren in de toekomst graag verder verkennen. „De komedies die ik nu maak, lenen zich moeilijk om grote thema’s aan te snijden die mij echt raken, zoals racisme. Chris Rock is daar een meester in. Hij weet zijn pijn te verpakken in grappen waar je in de zaal om moet lachen, maar waarvan de boodschap pas dagen later tot je doordringt.”

Herman Finkers en Johanna ter Steege als Jan en Gedda in ‘De beentjes van Sint Hildegard’.

Klein houden

Herman Finkers staat al veertig jaar op het podium en maakt nu de overstap naar het witte doek. Finkers bewerkte het script van een Tsjechische film over een echtpaar dat na dertig jaar samenleven de balans opmaakt. Johan Nijenhuis doet de regie. „Ik vond het spannend om mijn eigen draai aan dat script te geven”, zegt Finkers. „Het is alsof je een prachtige oude boerderij verbouwt: je stript het gebouw totdat je de voorgevel overhoudt. En daarna heb je alle ruimte om je eigen interieur te ontwerpen.”

De Twentse komiek gebruikte voor De beentjes van Sint Hildegard, die begin februari in première gaat, eigen ervaringen en observaties uit zijn omgeving om het verhaal van zestigers Jan (Finkers) en Gedda (Johanna ter Steege) in te vullen. „Het is weer een heel andere vorm, zodat ik weer nieuwsgierig kon worden naar het resultaat, net zoals vijf jaar geleden met de oudejaarsconference. Bij mijn gewone cabaretshows had ik op den duur het gevoel dat ik oude voorstellingen aan het herschrijven was. Dat verlamde me een beetje.”

Het schrijven van een filmscript vond Herman Finkers gemakkelijker dan het bedenken van een theatershow. „Daar verwacht het publiek toch doorlopend aan het lachen gemaakt te worden. Bij film hoeft dat niet. Je kan scènes, als schrijver én acteur, lekker klein houden.”