Opinie

Praten over praatprogramma's in praatprogramma's

Marcel van Roosmalen

Ik was te gast geweest bij een talkshow, het ging over een talkshow. Na thuiskomst hadden we naar mij gekeken, ik had mezelf natuurlijk wel vaker gezien, maar toch zag ik nu allemaal details die ik liever niet had gezien. „Goed gedaan, toch?”, complimenteerde ik mezelf. „Of vond je van niet?”

Daarna had ik de hele nacht aan mezelf gedacht, niet geslapen, de vriendin had me moeten kalmeren. Ik had wel vaker iets gedaan op televisie, maar we begonnen ons al wel voorzichtig af te vragen hoelang de beroemdheid dit keer zou duren.

Ik bracht de oudste dochter naar school.

Ze keken naar me, er werd achter de hand over me gefluisterd.

Of beeldde ik het mezelf in?

Kind afleveren in de klas, bij het neerzetten van het broodtrommeltje en de banaan op het eettafeltje vroeg een van de andere moeders of ze me wat mocht vragen.

„Ja, dat was ik”, zei ik met gedempte stem, „ik was op televisie…”

Ze had het niet gezien, ze had willen vragen of ik wist hoe laat de school vandaag uitging, maar dat ging ze nu dan toch maar aan de juf vragen die me ook al had begroet alsof er niets aan de hand was.

„Ik maak het te groot”, zei ik aan de keukentafel.

„Je moet normaal blijven doen”, zei de vriendin.

Ik keek het nog een keer terug.

Kon ik eigenlijk wel normaal doen?

In de trein kreeg ik van een vreemde een reep pure chocola, Bros.

„Omdat ik hoop dat je toch werk vindt”, zei ze.

„Lekker hoor”, antwoordde ik en ik nam me voor om me maar eens lekker te laven aan de volksgunst. Ze ging naast me zitten, ik nam maar een eerste hap van mijn chocolade.

„Nou ben je weer zonder bril”, zei ze. „Gisteren had je wel een bril op.”

Ja, gisteren had ik een bril op.

Wat vond ik van Angela de Jong van het AD?

Ik vond niets.

„Nou niet naast je schoenen gaan lopen.”

Nog maar snel een hap van mijn Bros, straks moest ik hem nog teruggeven omdat ik in het echt tegenval.

„Geen zorgen”, zei ik, „ik blijf in mijn schoenen.”

Op Amsterdam Centraal werd ik zonder waarschuwing vastgepakt door een man met een zak friet, hij maakte een foto van ons en liet me daarna gelukkig ook weer los. Ik moet verontwaardigd hebben gekeken, want hij zei: „Ja, dat weet je van tevoren.”

Dat was nu juist een van de problemen: ik weet nooit iets van tevoren, ik lul achteraf maar wat.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.