Reportage

Als acties niet werken, leggen de Tata-werknemers het bedrijf ‘plat’

Hoogovens De werknemers van Tata Steel in IJmuiden bereiden acties voor tegen de aangekondigde 1.600 ontslagen. Dinsdag kwamen ze voor het eerst bij elkaar.

Van de 9.000 banen bij Tata Steel in IJmuiden verdwijnen er 1.600.
Van de 9.000 banen bij Tata Steel in IJmuiden verdwijnen er 1.600. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Eens per twee weken wordt onder het personeel van de hoogovens bij IJmuiden het personeelsblad Ons Staal verspreid. Maar vanaf het moment dat de plannen voor de ontslagen in het nieuws kwamen – dat was in oktober – komt dat blad niet meer uit.

Jeroen van de Loo van de technische dienst van Tata Steel IJmuiden vindt dat tekenend voor de sfeer bij de staalfabriek. Hij komt net uit de stampvolle tent waar vakbond FNV een eerste actiebespreking heeft gehouden met de leden, om de aangekondigde 1.600 ontslagen tegen te houden.

Van de Loo werkte al bij de hoogovens lang voordat Tata het bedrijf kocht. Als leidinggevende had hij altijd het mandaat om tot 25.000 euro aan onderhoudswerk uit te zetten, vertelt hij . „Ik onderhandelde zelf met de schilder, dat werkte prima.” Nu is dat bedrag teruggeschroefd tot 1.000 euro. Voor alles daarboven moet hij „over drie schijven” toestemming vragen. Niet alleen is dat omslachtig en dus duur, het maakt z’n werk ook minder leuk. „Ik kreeg vroeger gewoon het vertrouwen.”

Lees ook: Tata moet bezuinigen door mislukte fusie

Dat Ons Staal in deze roerige tijden niet uitkomt, ziet Van de Loo als een uiting van datzelfde wantrouwen. De top bepaalt, het personeel kan niet terug praten. En nu ziet dat personeel een immense bezuinigingsronde op zich af komen. Een bezuiniging die volgens de ondernemingsraad niet gerechtvaardigd, niet onderbouwd, en niet uitgewerkt is. Van de Loo: „Hoe moeten we daarop vertrouwen? Veertig managers hebben in 2017 nog een enorme blijfpremie gekregen. Dat geld had dus beter in de hoogovens gestoken kunnen worden.”

De ‘exco’ krijgt ervan langs

Tata Steel Europe – 21.000 mensen groot – is niet winstgevend. De Britse tak is zeer verlieslatend, de Nederlandse presteert redelijk. Nadat de fusie met de staaltak van het Duitse Thyssenkrupp afgelopen zomer mislukte, kondigde het Indiase moederbedrijf aan dat het mes in het staalconcern moet. Er moeten 3.000 mensen uit, waarvan 1.600 in IJmuiden, waar zo’n 9.000 mensen werken. De Nederlandse tak is daar mordicus tegen. Waarom zou het goede deel moeten lijden onder het slechte?

Op dinsdagochtend hebben zich in een witte tent naast de hoogovens ruim 1.500 FNV-leden verzameld. Bij de ingang van de tent staan een paar Tata-werknemers zich nog snel als lid in te schrijven. Jongens van Jaspers Events – frequent organisator van SP-, vakbonds- en Greenpeace-bijeenkomsten – sjouwen met thermoboxen koffie, er zijn appelkoeken en spritsen en spandoeken met ‘IJmuiden moet niet bloeden om de exco te hoeden’.

De ‘exco’, het bestuur van Tata Steel Europe, krijgt er deze ochtend vaak van langs vanaf het podium. Het is de exco die geen idee heeft wat er op de werkvloer gebeurt en zich volledig laat leiden door de „miljoenen” kostende externen van Alvarez & Marsal en McKinsey en Boston Consulting Group, zegt Gerrit Idema van de ondernemingsraad. Het is de exco die de ondernemingsraad een paar weken terug 48 slides presenteerde zonder concreet plan, maar vol „loze kreten” als one-company approach en agile. „Agile!”, roept Idema van de ondernemingsraad tegen de zaal. „Dat gelooft toch niemand.”

Een miljoen verlies per dag

De situatie is volgens de ondernemingsraad als volgt. Sinds het mislukken van de fusie is ‘India’ gestopt met het financieel ondersteunen van de Britse tak. Die lijdt een verlies in de orde van grootte van 1 miljoen euro per dag, schat de ondernemingsraad. Nu moet Tata Steel Europe het zelf oplossen.

Maar waarom IJmuiden daarvoor moet inkrimpen, dat snapt het personeel niet. Frits van Wieringen, ook van de ondernemingsraad: „We hebben sinds de overname door Tata wel een miljard aan dividend uitgekeerd en we hebben een lening van 200 miljoen aan de Britten verstrekt. Wij zijn winstgevend.” Maar op dit moment niet. Van Wieringen: „Nee, op dit moment niet, maar dat is normaal gezien de economische omstandigheden in de staalmarkt. Niks zorgelijks.”

De sfeer in de tent is eensgezind. Er is applaus als de actiepunten – geen ontslagen, cao intact laten, stoppen met outsourcen, geen onderdelen afstoten – besproken worden. Er is applaus als voorzitter Han Busker de FNV-stakingskas „voor geopend” verklaart, er is applaus als er na wat rommelen een nieuw plaatje op de beamer verschijnt. Er is heel luid applaus als de FNV oproept tot harde acties, te beginnen met stiptheidsacties, waarbij het personeel heel rigide alle regels naleeft, en weigering van overwerk, en als dat niet werkt het „platleggen van het bedrijf”. En er is zelfs applaus voor de Britse ondernemingsraad, ook al zijn de Britten de oorzaak van het probleem. Vanaf het podium: „Het is echt niet zo dat de Britten minder goed staal maken. Tata moet gewoon investeren in Groot-Brittannië om het daar weer winstgevend te krijgen.”

De zaal is nu vrolijker dan de groep op het podium. Aad in ’t Veld van de FNV: „Ik heb er nu een slechter gevoel over dan bij eerdere acties. De exco zegt: dit gaan we doorzetten. Deze bui waait niet over.”