Reportage

Afkeer van de regio? Amsterdam vindt vooral zichzelf heel bijzonder

Amsterdammers over ‘de provincie’ Kijkt de hoofdstad echt zo neer op de rest van Nederland? Op bezoek bij een flexwerkplek en een yogastudio.

De Nieuwe Yogaschool in de Jordaan. Bezoekers vinden ‘de regio’ mooi, rustig en verschrikkelijk behoudend.
De Nieuwe Yogaschool in de Jordaan. Bezoekers vinden ‘de regio’ mooi, rustig en verschrikkelijk behoudend. Foto Olivier Middendorp

Sinds kort heeft Nena Snoeren een vriendje in Geldermalsen. Ze komt nu regelmatig buiten de stad. „Supergrappig”, vindt ze dat. „Zit ik in de trein richting Utrecht, staan er allemaal koeien en schapen langs het spoor. Ik zat me laatst af te vragen: hoe is het toch mogelijk dat we in zo’n klein landje én natuurgebieden hebben én twaalf miljoen varkens?”

Snoeren (26), werkzoekend in de media, woont al haar hele leven in Amsterdam-West – en ze ziet zichzelf niet zo snel vertrekken. „Ik voel me meer Amsterdammer dan Nederlander.” Dat is „een syndroom dat bij de hoofdstad hoort”, zegt ze. „Ik heb een poosje in Buenos Aires gewoond, daar zag je precies hetzelfde.”

Republiek Amsterdam

Snoeren zit op een doordeweekse middag in een yogastudio in de Jordaan. Ze vertolkt een gevoel dat onder veel Amsterdammers leeft: je hebt Amsterdam, en je hebt de rest van Nederland. Niet dat de hoofdstadbewoners een hekel hebben aan ‘de provincie’ – ze vinden vooral hun eigen stad heel speciaal. De open, progressieve, kosmopolitische Republiek Amsterdam versus de conservatieve, bangige regio, waar alles ten minste tien jaar later gebeurt.

Je hoorde dat sentiment in de woorden van wijlen burgemeester Eberhard van der Laan, toen hij in Zomergastenzei dat Amsterdam óók een beetje van Drenthe is en van Groningen. Je hoorde het in de Amsterdamse gemeenteraad, toen Van der Laans opvolger Femke Halsema moest uitleggen waarom ze het boerkaverbod niet wilde handhaven. „Amsterdam is helemaal geen gewone stad”, zei oud-wethouder Eric van der Burg (VVD), „wij blijven heel bijzonder”. Hij kreeg een luid applaus.

Lees ook: Halsema scoort in Amsterdam, maar ook daarbuiten?

Een hoofdstad die zich beter voelt dan de regio – nieuw is het niet. Maar met de boerenprotesten van dit najaar staat het thema weer prominent op de agenda. Er lijkt meer aan de hand dan ‘Amsterdamse arrogantie’: de enorme welvaart en snelle internationalisering hebben de hoofdstad in de ogen van veel mensen losgezongen van de rest van het land. En dat roept weerstand op. Tekenend: premier Mark Rutte, een politicus met een feilloze antenne voor wat er leeft, sprak begin dit jaar zonder gêne over de „witte wijn sippende elite in Amsterdam”.

Hoe kijkt Amsterdam naar de rest van Nederland? NRC peilde de stemming op twee plekken die in de ogen van ‘de regio’ typerend kunnen zijn voor het linkse, internationale en zelfbewuste Amsterdam: de yoga-studio en de flexwerkplek. Is Amsterdam echt zo op zichzelf gericht als ze daarbuiten geloven?

Open voor ‘levensverandering’

The Conscious Club zit aan een gracht in de Jordaan. De studio omschrijft zichzelf als „a sacred space” en een „lifestyle center to awaken mind, body and spirit”. Je kunt er yoga- en meditatielessen volgen, of een hapje eten uit de vegetarische keuken. In de lobby ruikt het naar wierook en klinkt esoterische muziek.

In het café zit mede-eigenaar Elizabeth Plokker. Ze groeide op in Bilthoven, maar woont sinds haar studententijd in Amsterdam. De „energie”, „prikkeling” en „beweging” in de stad trekken haar, zegt ze. Hier tref je mensen die openstaan voor „levensverandering”. En dat is nodig ook, vindt ze, want zoals we nu met z’n allen bezig zijn, stevenen we onherroepelijk af op „een soort ecocide”.

In de rest van het land, zegt Plokker, is die „wil tot verandering” veel kleiner. „Kijk alleen al eens naar de menukaart. In Amsterdam heb je overal vegetarisch eten. In Den Bosch staan nog steeds worstenbroodjes en Bossche bollen op elke kaart.”

Niet dat ze een kloof ervaart met de rest van het land – ze komt er graag, „vooral op de Veluwe”. Buiten Amsterdam heerst gewoon een andere levensstijl. „Mensen gaan hun geboortedorp niet uit, ze willen alles houden zoals het is.”

De Nieuwe Yogaschool in de Jordaan.

Foto Olivier Middendorp

Eén straat verwijderd van The Conscious Club zit de Nieuwe Yogaschool, „een plek waar je je kunt verbinden met jezelf en met elkaar”. Ook hier de geur van wierook. Er is een ‘stiltegang’, op de wc’s ontbreken de bordjes voor man en vrouw.

Het is een doordeweekse middag, maar het café zit vol mensen. De bezoekers zijn overwegend vrouwelijk, dertiger en vegetariër. „Als ze ergens geen vegan hebben, ben ik niet te beroerd om vegetarisch te eten”, zegt een vrouw.

Gevraagd naar hun beeld van Nederland buiten Amsterdam, zeggen de bezoekers: het is er mooi, rustig („een ander tempo van leven”) en verschrikkelijk behoudend. Het woord dat in ieder gesprek terugkeert, is ‘verzet’. In de rest van het land, zeggen de yoga-gangers, verzetten de mensen zich tegen de „duurzame” en „inclusieve” manier van leven die in Amsterdam inmiddels gemeengoed zou zijn: geen vlees eten, minder vliegen, afscheid van Zwarte Piet.

„Buiten de stad is je leefwereld kleiner. Je bent er minder verbonden met de rest van de wereld”

Dat verzet begrijpen ze best. Want – een andere frase die in veel gesprekken terugkeert – „buiten de stad is je leefwereld kleiner”. Je bent er „minder verbonden met de rest van de wereld”. Maar waarom moeten ze buiten Amsterdam toch de hele tijd over tradities en identiteit praten? „De houding is er een van: ‘Dat doen wij hier gewoon zo’”, zegt yogalerares Marlene Henny (52). „Maar je kunt toch verder denken dan ‘gewoon’? Ben je dan niet bereid om mee te gaan in enige vorm van verandering?”

Henny verzet zich tegen het beeld van stadsbewoners die niet weten wat er op het platteland gebeurt. „Ik denk dat we dat heel goed weten. Je hebt hier niet alleen Albert Heijn, maar ook biologische supermarkten. En vegan is het nieuwe eten.”

In een internationale en multiculturele stad als Amsterdam, vinden de bezoekers van de Nieuwe Yogaschool, zie je nu eenmaal als eerste welke kant het opgaat. „Je gaat breder kijken als je in aanraking komt met verschillende culturen”, zeggen ze. En: „Contact met andersdenkenden maakt je liberaler.”

Vroeger of later, zo is de overtuiging, zal de rest van het land het Amsterdamse voorbeeld volgen – alle verzet ten spijt. Nena Snoeren, de Amsterdamse met het vriendje in Geldermalsen: „Nu zeggen ze in Limburg en Brabant nog: kom niet aan me, gekke hippie-Amsterdammers. Maar dat zal langzaam veranderen, ook in Limburg. Stiekem weet iedereen wel welke kant het op moet.”

‘We leven in een mooi park’

Het Amsterdamse gevoel van eigen voortreffelijkheid gaat heel ver terug, zegt Koen Kleijn, hoofdredacteur van historisch maandblad Ons Amsterdam. „In de zeventiende eeuw schreef Bredero kluchten over boertjes die naar Amsterdam kwamen en daar opgelicht werden door geslepen prostituees. Ze snappen er niets van, was de boodschap.”

Kleijn doet er niet moeilijk over: Amsterdam is nu eenmaal het kloppend hart van Nederland. „Al eeuwenlang komt iedereen hier naartoe om het te maken. De schilder Nicolaas Maes kwam uit Dordrecht om bij Rembrandt te studeren. Alle schoolreisjes gaan naar Amsterdam. De Dodenherdenking is hier. En als we ooit nog het WK voetbal winnen, wordt Oranje hier gehuldigd.”

Zelf heeft hij ook een uitgesproken beeld van de rest van Nederland. „We leven in een mooi park, waar we ook oogsten. Als je grootschalige landbouw wilt doen, moet je naar Polen of Oekraïne gaan.” Grinnikend: „We hebben schilderachtige koeien nodig, niet per se productieve.”

Foto Olivier Middendorp

Niet alle Amsterdammers beschouwen hun stad als het centrum van de wereld. Dat merk je in het Volkshotel aan de Wibautstraat in Amsterdam-Oost. Vroeger huisde hier de redactie van de Volkskrant, nu vind je er een bar, een restaurant, een hotel en een lobby waar twintigers en dertigers op laptops aan het werk zijn.

Net als de yogastudio is het Volkshotel een product van hip, progressief en geglobaliseerd Amsterdam. Een beetje Amsterdams chauvinisme proef je er wel, maar van dédain voor de provincie is nauwelijks sprake. Sterker nog – er klinkt de nodige zelfkritiek.

Neem Jakob Koolschijn (21), tweedejaars student sociale wetenschappen. Als geboren en getogen Amsterdammer komt hij zelden buiten de stad. Trots is hij daar niet op, vertelt hij achter een kopje thee in de laptop-free zone – het geeft hem eerder een gevoel van ongemak. „Een paar keer per jaar ga ik naar een vakantiehuisje in Friesland. Maar als ik op mijn iPhone zoek naar ‘veelbezochte locaties’, is dat best confronterend: vrijwel alles zit in Amsterdam.”

Laatst was Koolschijn – halflang haar, zwarte coltrui – een dagje naar een expositie in Tilburg. Het groepje met wie hij op pad was, vertelt hij, had een running gag over hem. „Ze zeiden: dit is die gast die voor het eerst buiten de ring van Amsterdam komt.” Lachend: „Ik vond dat best grappig. Het was wáár namelijk.”

„Ik ben vóór homo’s. Maar ook voor de SGP’er die homoseksualiteit helemaal niets vindt”

Of neem Milton Koning. Ondernemer, van Surinaamse komaf. Al dertig jaar woonachtig in de hoofdstad, middenin het centrum, hartstochtelijk fan van Ajax. Maar ook bij hem geen spoor Amsterdamse zelffelicitatie.

Koning vindt mensen van buiten de Randstad juist „veel vrijer en liberaler”, zegt hij. „Je hebt daar verschillende meningen. In Amsterdam mag je maar op één manier denken. Er heerst een diversiteitsdogma, je mag hier geen kritiek hebben op klimaatbeleid, of op donkere mensen. Ikzelf heb geen probleem met Zwarte Piet bijvoorbeeld.”

Koning stemt op Forum voor Democratie – een afwijkende keuze in de links-liberale binnenstad. „Als je dat hier hardop zegt, word je afgemaakt.” Hij zou willen, zegt Koning, dat Amsterdammers minder „dogmatisch” waren. „Ik ben vóór homo’s. Maar ook voor de SGP’er die homoseksualiteit helemaal niets vindt.”

Eén ding vindt Koning wél jammer aan de bewoners van de regio: dat ze zo’n hekel hebben aan Amsterdam. „Ik denk dat Nederlanders minder trots zijn op Amsterdam dan Fransen op Parijs, of Italianen op Rome. Buiten Amsterdam hebben ze zoiets van: Amsterdam, dat is voor de Amsterdammers, niet voor ons.” En dan is daar een flits van Eberhard van der Laan: „Ik leg mijn vrienden van buiten Amsterdam vaak genoeg uit: het is óók jullie hoofdstad!”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.