Zorg door orka-oma blijkt goed voor overleving van kleinkind

Biologie Biologie

Het ‘grootmoedereffect’ kenden we tot nu alleen bij mensen. Maar ook bij orka’s zijn oma’s van levensbelang voor kleinkinderen.

Orca’s in een baai in de buurt van Vancouver, Canada.
Orca’s in een baai in de buurt van Vancouver, Canada. Foto Daniel W. Franks

De dood van een orkagrootmoeder is rampzalig voor haar kleinkinderen. In de twee jaar na die dood hebben haar kleinkinderen vierenhalf keer zoveel kans om ook zelf te overlijden vergeleken met orka’s wier grootmoeder nog wel leeft. En als die gestorven grootmoeder zelf geen kinderen meer kon krijgen, is die overlijdenskans zelfs ruim zesenhalf keer zo groot. Dat is een belangrijk bewijs dat oma’s bij orka’s belangrijk zijn voor de overleving van hun kleinkinderen, en helemaal postmenopauzale grootmoeders. Want daarmee is voor het eerst bij een diersoort het al eerder bij mensen ontdekte ‘grootmoedereffect’ vastgesteld, zo schrijft een team van onderzoekers deze week in de PNAS. Orcavrouwen raken rond hun veertigste in menopauze, maar kunnen wel 80 jaar oud worden.

De walvisonderzoekers analyseerden veertig jaar van gegevens (1976-2016) over twee niet-rondtrekkende orkapopulaties die leven voor de kust op het grensgebied tussen de VS en Canada, bij Vancouver-eiland. Ze zijn er vaak te vinden in baaien waar ze goed geobserveerd kunnen worden. Van in totaal 378 orka’s (die geïdentificeerd kunnen worden aan de vorm van hun rugvin) was de grootmoeder bekend (in totaal zijn er 726 individuele orka’s bekend). In de berekeningen werd rekening gehouden met de hoeveelheid zalm die er in een jaar was (dat wisselt nogal) en ook met het al eerder ontdekte mechanisme dat vooral mannetjes een hogere sterfte hebben als hun moeder overlijdt is, ook bij volwassen orkamannetjes.

Evolutionair raadsel

Bij mensen bood de ontdekking van het grootmoedereffect een belangrijke oplossing voor het evolutionaire raadsel dat mensenvrouwen doorgaans tientallen jaren blijven voortleven als ze niet meer vruchtbaar zijn. Ook in ‘natuurlijke’ omstandigheden, in jagers-verzamelaarssamenlevingen, wordt driekwart van de vrouwen die de kindersterfte overleven ouder dan 45. Zo’n overleving moet evolutionair nut hebben, en dat is gevonden in het grootmoedereffect: onvruchtbare oude vrouwen zijn belangrijk voor de overleving van hun kleinkinderen en ze zorgen er ook voor dat hun dochters váker kinderen krijgen. In de praktijk blijkt overigens dat ‘oma’s’ hun zorg vaak aan álle kinderen van de groep ten goede laten komen.

Olifanten

Meestal is een derde of meer van de volwassen vrouwen in een mensenpopulatie in menopauze. In de dierenwereld komt dat vrijwel nooit voor. Zelfs bij olifanten, met hun door matriarchen gedomineerde sociale structuur, blijven de ‘oma’s’ tot vlak voor hun dood vruchtbaar. Twee auteurs van het orka-onderzoek (Daniël Franks van de universiteit van York en Samuel Ellis van de universiteit van Exeter) werkten ook mee met een recent overzicht van menopauzeoverleving bij dieren. De mensenvrouw heeft na het intreden van de menopauze nog een levensverwachting van 26 jaar (gemeten bij het jagersverzamelaarsvolk van de Hadza). Alleen de orka (19 jaar), de vinvis en de Indische griend (beide 13 jaar) komen daar bij in de buurt. Bij de chimpansee is het 4 jaar, bij de Afrikaanse olifant is het 5: ongeveer de tijd die nodig is voor het enigszins grootbrengen van het laatste kind.

De orka-onderzoekers vermoeden dat het ‘grootmoedersysteem’ mede kon ontstaan omdat onvruchtbare grootmoeders niet langer hoeven te concurreren met hun dochters.

Lees ook over het grootmoedereffect (2002): Oma erecta. Een verslag van het omafront.