NCTV verlaagt dreigingsniveau voor het eerst sinds 2013

Terrorismebestrijding Een aanslag in Nederland is nog steeds „voorstelbaar”. De dreiging komt van jihadisten, klimaatactivisten, salafisten en rechtsextremisten.

Pieter-Jaap Aalbersberg, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid.
Pieter-Jaap Aalbersberg, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Foto Lex van Lieshout/ANP

Voor het eerst sinds 2013 wordt het dreigingsniveau voor Nederland teruggeschroefd. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft maandag het niveau verlaagd van 4 naar 3. Dat betekent dat een aanslag nog steeds „voorstelbaar” is, maar dat er volgens de NCTV geen concrete kans op is.

Dat heeft NCTV-chef Pieter-Jaap Aalbersberg maandagmiddag bekend gemaakt. Als reden voor de verlaging geeft hij de structurele vermindering van het aantal jihadistische aanslagen in Europa. „Nog steeds worden er in het Westen sporadisch jihadistische aanslagen gepleegd”, aldus de NCTV, „maar de situatie is onvergelijkbaar met de periode 2015-2017, toen jaarlijks tientallen aanslagen in Europa werden gepleegd. Dat deze verandering zich lijkt te bestendigen, is reden het dreigingsniveau aan te passen.”

Lees ook Salafistische scholen leren kinderen zich af te keren van Nederland

De veiligheidscoördinator wijst er wel op dat er nog steeds een dreiging uit diverse hoeken is. De NCTV noemt er vier met name: jihadisten, klimaatactivisten, salafisten en rechtsextremisten. Die rechtvaardigen echter geen handhaving van het hoge dreigingsniveau.

De verlaging heeft vooral symbolische en mogelijk politieke betekenis, geen praktische. Zichtbare beveiligingsmaatregelen, zoals die bij het Binnenhof in Den Haag, worden niet meteen teruggeschroefd, zoals begin vorig jaar in België gebeurde. Wel kan de verlaging invloed hebben op prioriteiten van bijvoorbeeld de Nederlandse politie en gemeenten met geldtekort. Die kunnen ervoor kiezen minder geld vrij te maken voor terreurbestrijding of deradicaliseringsprogramma’s op lokaal niveau.

Risico van terugkeerders

De beslissing van maandag is een trendbreuk ten opzichte van maart 2013. Toen werd voor het eerst het dreigingsniveau verhoogd – van 2 naar 3. Dat gebeurde ten tijde van de Syrische burgeroorlog en het vertrek van de eerste uitreizigers uit Nederland die de Syrische dictator Assad wilden bestrijden. Hun mogelijke terugkeer werd lange tijd als risico gezien voor de nationale veiligheid.

Ook was er vrees voor radicalisering van islamitische jongeren in Nederland. De laatste maanden laaide de maatschappelijke en politieke discussie over de uitreizigers weer op. Er bestond vrees dat zij na de Turkse inval zouden ontsnappen uit de Koerdische kampen in Noord-Syrië. Daarvoor bestaan tot nu toe geen aanwijzingen, aldus de NCTV.

Uit de dreigingsanalyse die vandaag tegelijkertijd met het gekozen dreigingsniveau is gepubliceerd, spreekt een zeker zelfvertrouwen van de NCTV. Ze meent dat de overheid de gevaarlijke kanten van de jihadistische beweging beter onder controle heeft. „Overheidsmaatregelen hebben steeds meer effect op de beweging”, schrijft de terrorismebestrijder. „Vooral repressieve maatregelen, zoals arrestaties en veroordelingen, enkelbanden, contact- en gebiedsverboden hinderen jihadisten met name op de korte termijn in hun onderlinge contact en activiteiten. De druk van de overheid bedreigt de samenhang en daadkracht, en vermindert mogelijk de aantrekkelijkheid van het jihadisme voor nieuwe aanwas.”

Voorbereiden van aanslag

De veiligheidscoördinator schrijft dat er, ondanks de verlaging, nog steeds dreiging is uit diverse hoeken. Wat betreft de jihadistische wijst ze op de arrestatie eind november van twee mannen in Zoetermeer. Die worden verdacht van het voorbereiden van een terroristische aanslag met autombommen en bomvesten. Dit duidt nog steeds op netwerkvorming, aldus de NCTV. Die wordt verder gestimuleerd door jihadisten die in de gevangenis terecht komen.

Net als in enkele eerdere dreigingsanalyses, toont de NCTV zich bezorgd over klimaatactivisten. Hun beweging is zeer gemotiveerd, groeit hard en verstoort met regelmaat de openbare orde, zoals met bezetting van straten en pleinen, zoals door Extinction Rebellion. Ook trekt ze extreem-linkse activisten aan die eerder in anti-fascistische kringen verkeerden, of zich in de asieldiscussie roerden.

Net als in vorige dreigingsanalyses gaat de NCTV uitgebreid in op – in haar ogen – schadelijke salafistische invloeden in de samenleving. Ze verwijst enkele keren naar recente publicaties van NRC en Nieuwsuur. Die brachten de salafistische invloed op islamitisch onderwijs binnen en buiten islamitische scholen in kaart, en de buitenlandse financiering erachter. Deze invloeden kunnen leiden tot radicalisering en ondermijning van de democratische rechtsorde, aldus de NCTV.

Wat betreft extreem-rechts is de NCTV niet zozeer bezorgd over netwerken. Die zijn „gefragmenteerd”. Wel zijn er zorgen over acties van eenlingen. „Er bestaat ook in Nederland het risico dat een extreemrechts georiënteerde eenling online inspiratie opdoet”, aldus de dreigingsanalyse. „of dat een gewelddadige eenling copy-cat gedrag vertoont naar aanleiding van een aanslag zoals in Christchurch, Nieuw-Zeeland.” Daar doodde in maart van dit jaar een Australische rechts-extremist 51 bezoekers van twee moskeeën.

Tenslotte komt de NCTV terug op de polarisatie rond Zwarte Piet. Die kan tot geweld leiden, zoals op 9 november in Den Haag. Toen verstoorden voorstanders van Zwarte Piet een bijeenkomst van Kick out Zwarte Piet en richtten vernielingen aan. De polarisatie rond het Sinterklaasfeest zal voortduren, denkt de NCTV. Ook biedt ze kansen voor extreem-rechts om zich te laten zien.