Tatoeëer me wel, reanimeer me niet

Zorg Meerdere keren per jaar ziet longarts Sander de Hosson een tatoeage bij een van zijn patiënten waarin wordt verzocht niet te reanimeren. Is dat rechtsgeldig, vroeg hij zich af.

Een getatoeërd verzoek om niet te reanimeren, moet formeel serieus genomen worden. Foto David van Dam

Een foto van een blote bast met iets links, waar je zo’n beetje het hart vermoedt, de getatoeëerde woorden: niet reanimeren. Longarts Sander de Hosson twitterde de foto met de tekst: „Ik zie deze tattoo best wel vaak. Is dit rechtsgeldig?”

Eerst maar eens gevraagd hoe vaak hij die tatoeage dan tegenkomt. „Ik heb er in 2019 al vijf keer een gezien”. De Hosson behandelt als longarts veel patiënten met een sombere prognose, zegt hij. Veel van hen willen in het geval van bijvoorbeeld een hartstilstand niet gereanimeerd worden – ze zijn bang dat ze daar slecht uitkomen, terwijl er toch geen kans op genezing is. Ze dragen veelal een officiële niet-reanimerenpenning van de NVVE om hun nek, of de nieuwe versie van de Patiëntenfederatie die de penningen sinds 2017 uitgeeft – inclusief foto, naam en handtekening. Ambulancepersoneel dat zo’n penning ziet, mág niet reanimeren of moet daarmee stoppen als ze al begonnen waren. Burgerhulpverleners (ehbo’ers of bedrijfshulp) hoeven niet te stoppen, zij mogen dat wel, schrijft de NVVE.

Het antwoord op de vraag lijkt overzichtelijk

Het antwoord op de vraag of ook een tatoeage rechtsgeldig is, lijkt overzichtelijk: ja. Voormalig minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) liet dat in zoveel woorden weten aan de Tweede Kamer, die vragen had gesteld naar aanleiding van een 91-jarige vrouw uit Den Haag die de tekst ‘Niet Reanimeren!!!’ op haar borst had laten tatoeëren (op de foto). Zij is inmiddels overleden.

Ook de Richtlijn 2015 van de Nederlandse Reanimatieraad biedt ruimte voor die uitleg: „de wilsverklaring moet geschreven zijn en te herleiden zijn tot de persoon die de verklaring uitte”. En daar vallen ook tatoeages onder, aldus de Patiëntenfederatie (die van de niet-reanimerenpenning): „Als er sprake is van ‘schrifttekens’ (geschreven tekst) is een behandelverbod bindend. Daar valt ook getatoeëerde tekst onder.”

Maar De Hosson zal dan toch ook wel weten dat een dergelijke tatoeage rechtskracht heeft, als iedere leek met een paar klikken het antwoord kan vinden? De praktijk is weerbarstig. De foto die hij twitterde is bijvoorbeeld van een COPD-patiënt die de tatoeage liet zien aan De Hosson met het verzoek in zijn dossier vast te leggen dat hij de tatoeage had, en dat die inderdaad betekende dat hij niet gereanimeerd wilde worden als het fout ging. Kennelijk vreesde de man dat zijn wens genegeerd zou worden. Die vrees is niet helemaal onterecht, als je kijkt naar de vele tientallen reacties op de tweet van De Hosson.

Hoe stop je en reanimatie, omringd door publiek?

Iemand uit de thuiszorg reageert bijvoorbeeld met: „Nee, wij hanteren alleen de penning.” Een andere twitteraar hoorde tijdens een cursus reanimeren van een ambulancemedewerker dat „ze zich daar niets van aantrekken”. Iemand merkt op dat het ondoenlijk is om te stoppen met reanimeren als je eenmaal begonnen bent, er publiek omheen staat, en er dan ineens zo’n penning of tatoeage te voorschijn komt. En een psychiater schreef dat hij op zijn afdeling wél reanimeert als iemand met een behandelbare psychiatrische aandoening zo’n tatoeage heeft laat zetten.

Het blijkt maar weer, zegt De Hosson, dat een brede discussie over dit onderwerp hoognodig is. En wat doet hij zelf, als hij iemand binnenkrijgt met alleen een tatoeage en zonder penning, zou hij reanimeren? „Nee, beslist niet.”