Reportage

Schok der herkenning treft militairen

Defensie Alle militairen van de landmacht moeten naar een confronterende voorstelling over de cultuur van de krijgsmacht.

In de voorstelling Vuurdoop worden de omgangsvormen binnen de krijgsmacht aan de kaak gesteld.
In de voorstelling Vuurdoop worden de omgangsvormen binnen de krijgsmacht aan de kaak gesteld. Foto’s Bart Verhoeven, Productiehuis Plezant

Op het toneel discussieert een vrouwelijke sergeant fel met haar mannelijke meerdere, een overste, over het nut van vrouwen in de krijgsmacht. De sergeant: „Ík had in Afghanistan gesprekken met de bevolking. Waarom!? Omdat ik vrouw ben.” De overste: „Vrouwen? Aan het voeteneind van mijn ziekenhuisbed, ja! Maar niet aan de frontlinie, na dagen zonder slaap en zonder dak boven je ongestelde kut.”

In het publiek klinkt gegniffel. De sergeant vraagt: „Wát zegt u?" De overste lijkt te schrikken van zijn woorden: „Oh, dat was ongepast.” Een gevoel van ongemak daalt neer over de theaterzaal, waarin honderdvijftig militairen zitten.

Theatervoorstelling Vuurdoop is een snelkookpan met tal van dit soort ongemakkelijke scènes, die naast seksisme ook racisme, pesterijen, corruptie, vuilbekkerij en kretologie in de krijgsmacht aan de orde stellen. De voorstelling van Productiehuis Plezant, die sinds dit voorjaar wordt opgevoerd, is gebaseerd op verhalen van militairen. Vuurdoop is gemaakt in opdracht van de landmacht als onderdeel van een project van twee jaar, dat de sociale veiligheid bij de landmacht moet vergroten. „De voorstelling schuurt en wrijft en dat moet ook, om het gesprek op gang te brengen”, zeggen Daphne Goudsmit van Plezant en organisatie-expert Erica Meijerman. „Het gesprek over grenzen, over wat we wel en niet vinden kunnen in de omgang met elkaar.”

Lees hier rapport-Giebels over misstanden bij defensie

De discussie over de sociale veiligheid in de Nederlandse krijgsmacht loopt al jaren. Daarbij wordt een schandaal, zoals dat over mishandelingen en seksuele intimidatie bij de luchtmobiele brigade in Schaarsbergen, doorgaans gevolgd door een doorwrocht rapport en een aanscherping van de procedures en regels. „Maar met een gedragscode in een glossy magazine bereik je mensen niet altijd”, zegt brigade-generaal Kees de Rijke, die bij de landmacht verantwoordelijk is voor het personeelsbeleid en deze theaterproductie. „Met deze confronterende en herkenbare voorstelling kunnen we onze mensen wel bereiken en onszelf een spiegel laten voorhouden.”

Daarom zijn alle 20.000 mannen en vrouwen van de landmacht verplicht om Vuurdoop bij te wonen, in gezelschap van hun commandanten, en de voorstelling na afloop te bespreken in kleine groepen. Inmiddels hebben enkele duizenden militairen een bezoek gebracht aan het theater in Radio Kootwijk, in de gebouwen van de voormalige radiozender. Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) en de ambtelijke top van Defensie komen maandag langs, net zoals eerder de top van de landmacht.

Dooddoeners

NRC mag erbij zijn op een bewolkte herfstochtend – bij de voorstelling, niet bij de gesprekken erna. Onder de vele jonge mannen in het publiek – veel soldaten en onderofficieren – heerst vooraf een lacherige schoolreisjessfeer.

Het geroezemoes in de zaal verstomt als Meijerman op het toneel verschijnt. „Dit zijn verhalen van jullie collega’s die de vraag oproepen: kan dit nog?”, zegt Meijerman. „Na afloop gaan jullie erover praten en daarna gaat het gesprek hopelijk door.” Ze attendeert de zaal op een speciale Vuurdoop-app: „Daarmee kun je met je collega’s praten.”

Dan ontrolt zich een rijke – om niet te zeggen overvolle – voorstelling, waarin dialogen en monologen flitsend worden gemengd met videobeelden en hedendaagse muziek. Zo hoor je het ene moment een cynische rap – „Het gaat goed!” – en het andere moment een uitval van een manlijke militair naar een vrouwelijke collega: „Jullie houden van hard, wij zíjn hard”. Scènes volgen elkaar snel op en spelen zich op veel verschillende plekken en momenten af. De ruzie over vrouwen in het leger blijkt een flashback, terwijl een scène met ongewenste handtastelijkheden in Afghanistan speelt.

Bovenin een torenhoge stellage braakt een man aan een lessenaar, het type ambtenaar, de dooddoeners van de krijgsmacht uit: „Het is een incident, laten we het niet groter maken dan het is.” Het is de voice-over bij de scènes op de werkvloer zoals die waarin een drillinstructeur tegen een militair roept: „Hé Mohammed! Het maakt me eigenlijk niet uit hoe je heet. Voor mij ben jij Mohammed.”

Door dit theatrale mozaïek, waaraan ook drankgebruik, bezuinigingen en PTSS bij veteranen een steentje bijdragen, lopen meerdere verhaallijnen. Renate, de vrouwelijke sergeant, wil na haar terugkeer in het leger de discussie over de omgangsvormen openbreken. Damian hoort zijn klacht over ontspoorde ontgroeningen weg-echoën naarmate hij hoger in de toren komt. Majoor Lucas worstelt met de vraag of hij moet ingaan op een aanbieding van de politie, zodat hij vaker thuis kan zijn. Zijn vrouw Esmée vraagt hem: „Heb je al een besluit genomen?” Lucas: „Nee.” Esmée: „Wat wil je nou?” Lucas: „Ik wil rust in mijn kop.”

„Deze scène raakt mij enorm”, vertelt sergeant Wout na afloop, die wegens Defensie-beleid zonder achternaam in de publiciteit treedt. Hij heeft de voorstelling meermalen gezien. „Bij dit moment voel ik elke keer mijn ademhaling, een brok in mijn keel, een laagje water in ogen.” Wout heeft zelf voor zo’n lastige keuze gestaan. Hij zat bij de commando’s, maar ging daar weg om niet meer zo vaak van huis te hoeven zijn. „Ik had er zo hard voor gewerkt, maar wilde niet achteraf denken: was deze scheiding nodig geweest?” Hij werkt nu bij een kenniscentrum van de landmacht.

Wout, een dertiger, is een van de gespreksleiders van de landmacht en heeft zo’n tien nagesprekken begeleid: „Daarin komt de werk-privébalans veel aan de orde”, zegt hij. Dat komt ook door het personeelstekort; defensie heeft ruim 8.000 vacante functies op een personeelsbestand van 55.000. „Daardoor moeten we allemaal extra hard rennen.”

Het vaakst gaat het gesprek over het gevoel dat er niet echt wordt geluisterd. „Militairen kaarten een probleem aan en weten niet wat daarmee gebeurt. Het verdwijnt in de toren.” Zijn hand wappert omhoog.

Wout komt net uit een nagesprek en schuift aan bij brigade-generaal De Rijke en ‘organisatie-filosoof’ Meijerman, die ook verhalen van militairen optekende in voorgesprekken. Waar ging het gesprek over? „Vooral over de rol van Renate”, vertelt Wout. „De enige vrouw in het gezelschap zei: ‘Het gaat nog steeds zo, met die stereotiepe opmerkingen over hoe een vrouw zou zijn’. De man naast haar zei: ‘Ik werk al dertig jaar met vrouwen en heb het nooit zo meegemaakt’. Toen we er over doorpraatten zei de man op een gegeven moment: ‘Ik zie het misschien gewoon niet’.”

Militairen met migratie-achtergrond herkennen zich ook in Renate, zegt De Rijke. „Zo stonden op een gegeven moment enkele militairen van Surinaamse afkomst aan mijn bureau. ‘Wij worden ook altijd op een bepaalde manier behandeld, net als Renate’, zeiden ze. Ze hebben net als vrouwen het idee dat zij zich meer moeten waarmaken dan de – witte – mannen.” Terwijl anderen met een migratie-achtergrond bijvoorbeeld altijd ‘Mohammed’ heten, zoals in de scène met de drillinstructeur.

Riep Wout, die zelf drillinstructeur is geweest, dit ook wel eens? „Zoiets wel. Soms moet je mensen uit hun comfortzone halen, een beetje kietelen. Maar je moet altijd weten wat je ermee wil en het met respect doen.” De Rijke, een tikje fel: „En noem je een ander dan Jan Kaas? Voor mij kan dat ‘Mohammed’ nooit. Een dame werd bij ons een maand lang ‘muts’ genoemd en is nu vertrokken.” Wout: „Dat ‘muts’ is niet respectvol.”

Masculiniteit

Wie in de krijgsmacht klaagt over vervelende opmerkingen, krijgt vaak te horen: daar moet je tegen kunnen. Wat doe je aan deze masculiene cultuur? Om te beginnen een onderscheid maken tussen masculiniteit en misstanden, zegt Meijerman: „Masculiniteit is mooi en hoort bij de landmacht, maar betekent niet dat je grenzen mag overgaan.”

De stoerdoenerij leidt ertoe dat militairen graag de indruk wekken dat geen zee ze te hoog gaat, de veelbesproken ‘can do’-mentaliteit. In de voorstelling blijft de overste ‘can do’ roepen, bij steeds onmogelijker opdrachten. „We roepen dat allemaal wel eens”, zegt De Rijke.

Waar herkent De Rijke zich verder in? „In die ‘hoge heer’ in de toren”, erkent hij. „Iedereen is ook zelf een hoge heer.” Hij bekeek de voorstelling onlangs met enkele generaals, en een van hen zei: „Dat is Den Haag.” De Rijke zei: „Dat ben jij. Ook jij zult opgepoetste verhalen te horen krijgen en zelf vertellen.”

Dat moet Vuurdoop doorbreken. „Het aantal meldingen over ongewenst gedrag is flink toegenomen sinds de voorstelling begon”, zegt De Rijke. Zaken die veelvuldig uit de nagesprekken naar voren komen, worden aangepakt door organisatiecoaches bij legeronderdelen – al blijft voorlopig vertrouwelijk wat precies. Maar het belangrijkste zijn de eerlijke en openhartige gesprekken die de voorstelling op gang brengt. „De voorstelling komt hard binnen en roept heel emotionele reacties op bij militairen”, zegt De Rijke. „Daardoor komt iets in beweging. Na dertig jaar bezuinigen willen we weer groeien; de trots van militairen op de krijgsmacht zit ook in de voorstelling. Maar de incidenten zitten ons in de weg. Ik zie deze harde voorstelling als snoeien om te kunnen bloeien.”

Om veiligheidsredenen stond in de oorspronkelijke versie van dit artikel dat minister Bijleveld deze week de voorstelling zou bezoeken. Nu dit bezoek heeft plaatsgehad wordt de exacte dag genoemd, namelijk maandag (9 december 2019). In de eerste versie stond ook dat het auteursrecht van de foto’s bij het ministerie van Defensie berust, terwijl Productiehuis Plezant de rechten heeft; dat is gecorrigeerd.