Opinie

Ook wetenschap mag geen mensenrechten schenden

Chinees onderzoek

Commentaar

China is in snel tempo een surveillancestaat aan het worden. Chinese staatsburgers worden via gezichtsherkenningssystemen in de gaten gehouden; Oeigoeren worden met zulke systemen onderdrukt. En nu probeert China bovendien technieken te ontwikkelen om op basis van dna gezichten te reconstrueren en te kunnen bepalen of iemand een Oeigoer is, zoals The New York Times vorige week onthulde. Het is nog lang niet zover dat een dna-analyse een profielschets of pasfoto van iemand kan opleveren, maar het feit dat dit kennelijk geprobeerd wordt, maakt het onderzoek al omstreden. Eén doel is immers duidelijk om deze etnische moslimminderheid nog verder onder controle te houden. En de wetenschappers beweren weliswaar dat de Oeigoerse proefpersonen hun dna vrijwillig hebben afgestaan, maar The New York Times wijst erop dat bij veel Oeigoeren als onderdeel van een verplicht ‘gezondheidsonderzoek’ lichaamsmateriaal is afgenomen.

Aan een van die omstreden Chinese studies, gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Human Genetics, blijkt nu een Chinese geneticus te hebben meegewerkt die is verbonden aan het Erasmus MC te Rotterdam. In Rotterdam doet Fan Liu ander onderzoek, heeft het Erasmus MC laten weten: hij heeft er niets gedaan dat om disciplinaire maatregelen vraagt. En het forensische dna-onderzoek dat in Rotterdam wordt gedaan is bedoeld om verdachten van misdrijven op te sporen, niet om een bepaalde bevolkingsgroep te onderdrukken.

Toch roept deze kwestie de bredere vraag op wat er moet gebeuren als onderzoekers die in Nederland aan een wetenschappelijke instelling zijn verbonden, in het buitenland ethische regels overtreden waaraan Nederlandse wetenschappers wel gebonden zijn. Die vraag is ook urgent, omdat Chinezen samen met Amerikanen de grootste groep niet uit de EU afkomstige buitenlandse wetenschappers in Nederland vormen. Chinese promovendi zijn vaak goedkoop: ze krijgen dan een beurs mee van de Chinese overheid, en bij een geslaagd promotietraject ontvangt de Nederlandse universiteit een promotiepremie van tienduizenden euro’s per promovendus.

Bij samenwerking met controlestaat China bestaat nu eenmaal, meer dan bij veel andere landen, het gevaar dat de Chinezen meer kennis komen ‘halen’ dan ‘brengen’, dat die scheve balans de Nederlandse economische belangen of veiligheidsbelangen schaadt, of dat het Chinese onderzoek een oneigenlijk politiek doel dient. Dat schreef het Den Haag Centrum voor Strategische Studies afgelopen voorjaar in een checklist voor samenwerking met Chinese wetenschappelijke instellingen.

Wetenschap is gebaseerd op onderling vertrouwen. Vrijheid van wetenschappelijke informatie-uitwisseling is daarbij van groot belang. Dat werkt alleen als er vertrouwen is, en als het om échte uitwisseling gaat, waarbij alle partijen zowel kennis inbrengen als op dat punt van elkaar profiteren. Verder is meestal niet van tevoren te zeggen of de resultaten van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek ten goede of ten kwade zullen worden gebruikt. Als duidelijk is dat mensenrechten geschonden zijn bij onderzoek, en dat dat onderzoek ook nog eens bedoeld lijkt om mensenrechten te schenden, moeten Nederlandse kennisinstellingen de samenwerking met de betreffende onderzoekers direct beëindigen. En daar moet de overheid bij helpen, door het in de China-strategie ook over wetenschap te hebben.