‘Ongelijkheid is een probleem van iedereen, een risico op de langere termijn’

Ongelijkheid In het jaarlijkse Human Development Report pleiten de VN voor het terugdringen van ongelijkheid.

Een demonstrant in Chili wordt gearresteerd. De onrust begon als een protest over een toename van 4 cent in metrotarieven en al snel veranderde in een grotere beweging over groeiende ongelijkheid in het land.
Een demonstrant in Chili wordt gearresteerd. De onrust begon als een protest over een toename van 4 cent in metrotarieven en al snel veranderde in een grotere beweging over groeiende ongelijkheid in het land. Foto Claudio Reyes/AFP

Chili en Libanon, Iran en Ecuador, Frankrijk en Irak, Hongkong. In veel landen zijn de afgelopen maanden mensen de straat op gegaan. De achtergronden van deze demonstraties lopen uiteen, maar er is één factor die de meeste protesten bindt: „een diepe en groeiende frustratie over ongelijkheden’’.

Binnen dat raamwerk vragen de Verenigde Naties aandacht voor het Human Development Report, een uitgebreid overzicht van het verschil in kansen die mensen hebben. Een belangrijke conclusie: de ongelijkheid tussen landen is door de mondialisering verminderd, maar de ongelijkheid binnen landen is vergroot.

Bas van Bavel, hoogleraar ‘Transities van Economie en Samenleving’ in Utrecht, droeg bij aan het rapport. Uit een gesprek met hem over het thema ‘ongelijkheid’ vallen vijf stellingen te destilleren.

1 Ongelijkheid is niet goed of slecht

„Het is beter om ongelijkheid uit de sfeer van een moreel oordeel te trekken. Sommige vormen kunnen heel rechtvaardig of begrijpelijk zijn. Als ongelijkheid het gevolg is van talent, inspanningen, ondernemerschap, of de bereidheid risico te nemen, zal niemand zeggen: dat is een probleem. Maar ongelijkheid kan ook het gevolg zijn van de manier waarop we de economie en de samenleving hebben ingericht. Met bijvoorbeeld obstakels voor bepaalde groepen mensen op het gebied van scholing, of bepaalde spelregels in de markt. ”

2 Sommige vormen van ongelijkheid remmen een samenleving af

„Als je onderzoekt wat een bepaalde vorm van ongelijkheid betekent voor toekomstige welvaart zie je dat als mensen minder ontplooiingsmogelijkheden hebben, dit voor de ontwikkeling van de samenleving op de langere termijn een risico is. Neem technologie: als grote groepen mensen niet mee kunnen met technologische ontwikkeling, is dat een probleem voor de economie en de samenleving als geheel. Ook blijkt dat een hoge mate van ongelijkheid, zelfs bij een hoog welvaartsniveau, leidt tot een afname van vertrouwen. Als je er zo naar kijkt, wordt ongelijkheid een probleem van iedereen.

Het is geen toeval dat de grootste sprong in de welvaartsgroei in West-Europa was in de periode dat de vrijheid en de gelijkwaardigheid in de besluitvorming het grootst waren. Dat maakt de ongelijkheid die het gevolg is van economische monopolies of politieke macht, een probleem voor de toekomst van een land.”

Lees ook: Dit interview met Thomas Carothers over het uithollen van democratieën

3 Corrigeer ongelijkheid niet alleen, probeer die ook te voorkomen

„In het rapport wordt gesproken over drie soorten beleid: vóór de markt, in de markt, en na de markt. Het eerste betekent: mensen toerusten om een markt goed te betreden, door hun een goede opleiding te geven. ‘In de markt’ betekent dat je moet zorgen voor een gelijk speelveld. Optreden tegen monopolies, voorkomen dat, zoals je nu ziet in de techsector, een paar giganten de markt kunnen domineren. ‘Na de markt’ kennen we nu het beste, het betekent dat je de ongelijkheid moet rechtbuigen, bijvoorbeeld door middel van belastingheffing en sociale voorzieningen.

„Het VN-rapport pleit voor meer beleid ter voorkoming van ongelijkheid. Het is niet nodig een enorme herverdelingsmachine te laten draaien, omdat je ervoor zorgt dat de uitkomsten van de markt op zichzelf al gelijkwaardiger zijn.”

„Dit gebeurt onvoldoende omdat op het moment dat economische macht is omgezet in politieke macht, de kans veel kleiner wordt dat dit soort beleid werkelijkheid wordt. Maatregelen bijvoorbeeld om monopolievorming te voorkomen, gaan in tegen de belangen van dezelfde groep die een onevenredig grote invloed heeft op de politieke beslissingen. Hoe realistisch is het om te denken dat diegene die politieke invloed hebben, deze zullen gebruiken om veranderingen teweeg te brengen die tegen hun eigen belang in gaan? De vraag stellen is haar eigenlijk beantwoorden.”

4 Twee procent groei zegt niets

„We moeten toe naar nieuwe maatstaven voor succes. Als we zeggen dat de economie twee procent groeit, gaan we ervan uit dat dit een verhoging van de welvaart met zich mee brengt. Maar we zien steeds meer in dat economische groei zich niet automatisch vertaalt in reële welvaart. Bovendien zegt die stijging niets over de verdeling van die groei over groepen. Het kan goed zijn dat die economische groei bij een kleine groep terechtkomt en dat veel mensen hun welvaartsniveau achteruit zien gaan.

5 Vertrouwen op marktwerking brengt geen duurzame welvaart

„We hebben er lang op vertrouwd, dat een zich vrij ontplooiende markt zorgt voor brede welvaartsgroei, via de fameuze onzichtbare hand. Wetenschappelijk onderzoek van de afgelopen jaren én onze eigen ervaringen laten zien dat dit naïef is. Als sommige actoren heel dominant zijn, of over monopolies beschikken, werkt de markt heel anders dan met actoren die allemaal gelijkwaardig zijn. En als diezelfde actoren ook nog eens de spelregels van de markt kunnen veranderen, is de kans klein dat de markt op de lange termijn duurzame welvaart zal brengen. Dan wordt de ongelijkheid alleen maar groter. En dat tast de toekomstige verdiencapaciteit en welvaart van onze samenleving verder aan. Met dit inzicht wordt ongelijkheid een probleem van iedereen.”