Verbod lachgas creëert mogelijk markt voor criminelen

Drugsbeleid Het kabinet wil lachgas op de lijst van verboden middelen plaatsen. „Het verbod zet een sociale norm.”

In Amsterdam werd tot voor kort lachgas op uitgaanspleinen verkocht vanuit bakfietsen. Burgemeester Halsema heeft dat in september verboden.
In Amsterdam werd tot voor kort lachgas op uitgaanspleinen verkocht vanuit bakfietsen. Burgemeester Halsema heeft dat in september verboden. Foto Niels Wenstedt

Aan de kortstondige roes van de lachgashype komt als het aan het kabinet ligt een einde. Maandag maakten staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, ChristenUnie) en minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) bekend te werken aan een wettelijk verbod op recreatief gebruik van het middel, vooral populair onder jong uitgaanspubliek. Bezit van en handel in lachgas wordt verboden.

De risico’s van gebruik zijn volgens het kabinet te hoog, de maatschappelijke overlast te groot. Verdwijnt lachgas daarmee?

Anne Kuik hoopt van wel. Het CDA-Kamerlid pleit al langer voor een verbod op recreatief gebruik van lachgas. „Vanuit het hele land hoor je de problemen. Er zijn verkeersongelukken door lachgas en burgemeesters klagen over het gebrek aan landelijke regels.” Volgens Kuik kennen veel jongeren de gevaren van lachgas niet. „Die zien het overal om zich heen verkocht en gebruikt worden en denken dat het zomaar kan.” Ze zegt dat ze onlangs jongeren sprak die zeiden: „‘yo, ik wist niet dat het zo gevaarlijk was’”. De coalitiepartijen reageren verdeeld op de aankondiging van het kabinet. Tegenover de tevreden CDA en ChristenUnie staan VVD en D66, die de maatregelen te drastisch vinden .

Hoofdpijn en duizeligheid

Het gevaar van lachgas voor de gezondheid is voor het kabinet de belangrijkste reden het middel voor recreatief gebruik te verbieden. De risico’s van het middel worden zelfs hoger ingeschat dan die van cannabis en tripmiddel ketamine. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu maakt in een maandaggepubliceerd onderzoek onderscheid tussen risico’s voor de korte en lange termijn. Eén op de drie gebruikers krijgt kort na of tijdens het gebruiken last van hoofdpijn, duizeligheid of tintelingen in handen of voeten, misselijkheid of verwardheid.

Bij langdurig en excessief gebruik, meer dan vijftig ballonnen per keer, kan een tekort aan vitamine B-12 ontstaan, met kans op bloedziekte of hersenschade. En afgelopen zomer waarschuwden revalidatieartsen dat extreem gebruik kan leiden tot verlammingsverschijnselen, zoals een dwarslaesie. Overmatig gebruik kan daarnaast blijvend leiden tot zwakkere spieren en problemen met de conditie.

Het kabinet wil lachgas op ‘lijst twee’ van de Opiumwet plaatsen: een drug met risico’s, maar geen „onaanvaardbare risico’s” zoals bij cocaïne en xtc. Op deze lijst twee staan ook cannabis en paddo’s.

De omgang met lachgas lijkt op de manier waarop eerder snel populair wordende drugs werden behandeld. Eerst is er de hype, dan de eerste berichten over gezondheidsschade of zelfs doden en uiteindelijk volgt een verbod – in 2011 gebeurde het ook met ghb.

Lachgas werd de laatste jaren populair onder voornamelijk (jong) uitgaanspubliek. In 2016 werd het van de geneesmiddelenlijst gehaald en kwam het in de vrije verkoop. De patronen en ballonnen doken sindsdien steeds vaker op in de publieke ruimte. Steeds meer jongeren, ookminderjarigen, namen het gas, dat voor een korte roes zorgt. In 2015 had twintig procent van de jongeren tussen zestien en achttien het wel eens gebruikt, twee jaar later bijna een derde, blijkt uit cijfers van het Trimbos-instituut. Eén op de tien mensen tussen 15 en 35 zou wel eens lachgas gebruikt hebben.

Lees ook: De ‘lachgaskoning van Amsterdam’ bedacht een trucje

Eerste ripdeals

Concreet betekent het dat de vlugge ondernemers die rondrijden met bakfietsen of bestelbussen vol gastanks en op drukke pleinen, voor kroegen of festivals ballonnen met lachgas verkopen, uit het straatbeeld zullen verdwijnen. Onder andere in Amsterdam , Utrecht, en Arnhem probeerden burgemeesters al maatregelen te nemen tegen de openbare verkoop.

Maar verdwijnen de ballonnen en kleine patronen ook? CDA’er Kuik denkt het wel: „Het verbod zet een sociale norm. Preventie en voorlichting over de risico’s helpen ook.” Blokhuis heeft al gezegd dat er meer voorlichting moet worden gegeven over die risico’s.

De vraag is of dat voldoende blijkt om de vraag van jongeren naar de korte gelukzaligheid van een lachgasballon te laten afnemen.

Er is ook een risico dat lachgas een lucratieve markt wordt voor criminelen. Eind vorige maand waarschuwde de politie al dat drugscriminelen zich op de lachgasmarkt hebben geworpen. De eerste ripdeals zijn inmiddels gepleegd. In Weert werden in september twee lachgasverkopers beroofd van tientallen gasflessen door twee gemaskerde mannen met messen. En op verschillende plekken in het land zijn dit jaar lachgaskoeriers beroofd van patronen of gasflessen, soms onder bedreiging van een pistool.

Lees ook: Een nieuwe Koningsdagtraditie: een ballonnetje lachgas

Lachgas blijft bovendien in grote hoeveelheden beschikbaar – niet voor recreatief gebruik, dan wel voor bijvoorbeeld de voedselindustrie. Blokhuis en Grapperhaus gaan een lijst met „eigenlijke toepassingen” van lachgas maken, waarvoor de stof wel verkocht mag worden. De komende tijd moet duidelijk worden hoe het kabinet het verbod gaat handhaven.

Vanuit de rest van Europa zal met interesse naar het Nederlandse verbod gekeken worden. Dat lachgas in 2016 in de vrije verkoop kwam, had te maken met Europese regelgeving. Sindsdien zijn er in meer landen problemen met lachgas. In België en Frankrijk zijn er her en der lokale verboden en wordt gesproken over een landelijk verbod. In Groot-Brittannië is dat er al.