Opinie

Is deze schuldenberg soms geen probleem?

Menno Tamminga

Zijn schulden slecht voor de economie? Niet als je naar het officiële overheidsbeleid kijkt. Dat stimuleert schulden maken: bedrijven kunnen hun rentekosten van de belastbare inkomsten aftrekken. Particulieren kunnen dertig jaar lang genieten van fiscale renteaftrek op hun woninghypotheken. Spaarders daarentegen worden gestraft door de Europese Centrale Bank die de rente vrolijk onder nul duwt om de economie te stimuleren.

Gek genoeg maken ministers van Financiën en centrale bankiers zich wél zorgen om toenemende schulden van consumenten, maar hoor je weinig over die van bedrijven. Overvloedige kredieten aan consumenten én bedrijven jagen de economie aan. Dat losbandige geld veroorzaakt zeepbellen (huizenprijzen, kunst, voetbalclubs, Tiffany & Co). Kijkt u maar om u heen.

Alleman overeet zich aan bijna gratis kredieten. Als de economische malaise onvermijdelijk een keer komt, kunnen mensen vervolgens rente en aflossing op hun schulden niet meer betalen. Huizenprijzen, om maar iets te noemen, kelderen. Anderen komen ook in geldnood. Kaartenhuis pleite.

Lees ook deze column over schulden en vermogen: Onze recordrijkdom zit in de trein en in de file

Wie schulden wil maken om bijvoorbeeld een huis te kopen, wordt getoetst en begrensd. Maar hoe hoog is de schuldenberg van Nederlandse bedrijven? Wel hoog, geen record. Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) beantwoordde afgelopen week vragen over die berg van zijn partijgenoot Erik-Jan Slootweg in de Tweede Kamer.

Niets aan de hand, rustig doorlopen, is de teneur van Hoekstra’s antwoorden. Toch staat Nederland nummer vier op de Europese schuldenranglijst, blijkt uit de antwoorden. De schulden zijn 139 procent van de totale Nederlandse productie van goederen en diensten. In 2007, het jaar vóór de kredietcrisis, was het nog 119 procent, in 2014 was het 154 procent. Alleen Luxemburg, Cyprus en Ierland staan hoger. Inderdaad, ook landen die je net als Nederland in meer of mindere mate als belastingparadijs kunt kwalificeren. Dat is ook de analyse van Hoekstra. Al gebruikt hij niet het politiek beladen woord belastingparadijs.

Hoekstra wijst voor de schuldenstapel naar „de relatief sterke aanwezigheid van grote multinationals”, zowel Nederlandse als buitenlandse, die hier hun hoofdkantoor hebben. Multinationals maken meer schulden, schrijft hij, omdat ze gemakkelijker geld kunnen lenen bij banken en op de financiële markten. Des te meer reden om er wat beter op te letten, zou je zeggen.

Minister Hoekstra wuift zulke zorgen weg. Natuurlijk moeten „problematische bedrijfsschulden” zoveel mogelijk voorkomen worden, schrijft hij. Maar, hé: „Bedrijven moeten tegelijkertijd de ruimte hebben om te investeren.” Dat enthousiasme beluister je zelden bij het ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank als consumenten lekker schulden maken.

Los daarvan. De onbeantwoorde vraag is: wat doen die multinationals met hun hogere schulden? Investeren ze dat geld inderdaad in hun bedrijf en de economie? Of lenen zij dat bijna gratis geld om hun aandeelhouders te spekken? Bijvoorbeeld met een superdividend, zoals je wel ziet bij grote bedrijven die in handen zijn van private-equityfinanciers. Of kopen de multinationals op de beurs hun eigen aandelen, omdat beleggers dat aantrekkelijk vinden? Bedrijven schrappen vervolgens die aandelen, zodat de bedrijfswinst over minder aandelen verdeeld wordt. Ze schaven op die manier voortdurend iets af van hun eigen vermogen, zodat het risico van wanbetaling op hun stijgende schulden telkens een beetje stijgt.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.