Reportage

Premier Abiy Ahmed ontvangt de Nobelprijs. Maar krijgt Ethiopië ook vrede?

Ethiopië De hervormingsgezinde Ethiopïsche premier Abiy Ahmed neemt deze dinsdag de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst. Maar in zijn land gist het steeds meer.

De Ethiopische premier Abiy Ahmed.
De Ethiopische premier Abiy Ahmed. Foto Tore Meek/AFP

Vanaf de hoogste heuvel van Addis Abeba heersen de Ethiopische machthebbers over hun onderdanen. Premier Abiy Ahmed overziet vanuit zijn kantoor de bruisende hoofdstad, een van de snelst groeiende van Afrika. Een voorganger van de premier, keizer Menelik II (1889-1913), begon hier bij de warmwaterbronnen in 1886 de bouw van zijn paleis en stichtte de hoofdstad tussen de valleien en de woelige bergstroompjes.

In de tijd van Menelik was het Grand Palace ontoegankelijk, maar premier Abiy Ahmed stelde het onlangs open voor het volk. Hij herdoopte het in Unity Park. Het symboliseert zijn poging om na tweeduizend jaar autocratisch bestuur democratie in Ethiopië te introduceren. Menelik smeedde met behulp van kolonisatie het moderne Ethiopië. Nu, met Abiys vrijheden, kraakt het rijk aan alle kanten.

Bekijk ook de foto's van de tentoonstelling in het Nobel Peace Center: Dwars door Ethiopië, het land van Abiy Ahmed

In de grote eetzaal waar Menelik honderd jaar eerder edelen aan tafels van gevlochten riet fêteerde op rauw vlees, hangt een serene sfeer. Onder de kroonluchters schieten bezoekers met hun mobieltjes plaatjes van de troon en kroon van de keizer. „In Ethiopië heeft alles met geschiedenis te maken”, leert een moeder haar kinderen. Buiten staan plastic standbeelden van witte duiven, paarden, vlinders en engelen in de paleistuinen. In het gastenboek schreven bezoekers „We love you Abiy”, „Niemand heeft baat bij haat” en „Het is prachtig wat U doet, mijnheer Abiy”.

Vorig jaar kwam Abiy Ahmed door een interne machtsstrijd in de regeringspartij onverwacht aan de macht. Hij maakte deel uit van het Ethiopisch Democratisch Revolutionair Volksfront (EPRDF), dat in 1991 onder leiding van de marxist Meles Zenawi (1991-2012) de marxistische militair Mengistu Haile Mariam (1974-1991) had verdreven. Monarchen en marxisten, ze bestuurden Ethiopië altijd met repressie.

Onder Abiy gaat Ethiopië op de schop. Hij liet het afgelopen jaar politieke gevangen vrij, stond oppositiepartijen toe, stichtte vrede in verscheidene conflictgebieden in de Hoorn van Afrika en beloofde liberalisering van de door de staat gedomineerde economie.

Een cultuur van openheid is Ethiopië vreemd, volgzaamheid de regel. Onder het feodale regime van de laatste keizer Haile Selassie (1916-1974) mochten Ethiopiërs niet nadenken. Onder zijn opvolger, de meedogenloze Mengistu, waagde niemand het zijn mening te uiten. En onder Meles Zenawi mocht de bevolking een mening hebben zolang die niet afweek van zijn voorhoedepartij.

Met dedain traden de leiders de inwoners tegemoet: de keizers deelden hun aalmoezen uit en de linkse leiders intimideerden hen met leninistische termen als ‘democratisch centralisme’. De taal van Abiy daarentegen is helder en simpel. Hij noemt zijn filosofie Medemer, een sociaal-politiek perspectief gebaseerd op samenwerking. In een geschiedenis van onderdrukking is zo’n filosofie van liefde nieuw.

Het Grand Palace dat door Abiy Ahmed is opengesteld voor publiek. Foto Petterik Wiggers

Een geheel nieuw tijdperk

In de ijle lucht van de hooglanden valt het klimmen en dalen zwaar. Onder aan de heuvel van het Grand Palace aan het voormalige Plein van de Revolutie heeft de prominente politicus Berhanu Nega zijn partijkantoor. Hij werd in 2005 tot burgemeester van Addis Abeba gekozen maar bij verkiezingsgeweld dat volgde na fraude door Meles Zenawi belandde hij in de gevangenis, gebrandmerkt als terrorist.

„Abiy leidt Ethiopië een geheel nieuw tijdperk in”, bejubelt hij de premier. „Het is absoluut historisch dat hij een democratische orde vestigt.” Berhanu Nega ontvluchtte het land in 2007 en was een van de vele ballingen die met de zegen van Abiy mochten terugkeren.

Berhanu Nega noemt de Nobelprijs voor de Vrede, die Abiy deze dinsdag in ontvangst neemt voor zijn toenadering tot Eritrea, terecht. „Niet zozeer om wat hij heeft gepresteerd alswel om hem aan te moedigen door te gaan op de ingeslagen weg.”

Hij heeft ook kritiek op Abiy. Als gevolg van diens hervormingen raakte het land in etnische chaos; de premier verloor daardoor veel van zijn populariteit. De spanningen tussen de tachtig etnische groepen lopen gevaarlijk hoog op, er wordt gesproken over etnische zuiveringen. Naar schatting drie miljoen Ethiopiërs raakten ontheemd.

Historische rekeningen

In het 105 miljoen inwoners tellende land hebben de bevolkingsgroepen elkaar altijd bestreden. Daarom wisselden de keizerrijken steeds van regio en hoofdstad. Onder Meles Zenawi waren die etnische problemen bevroren door de repressie, maar in het vrije klimaat van nu blijkt dat iedere groep nog een historische rekening heeft te vereffenen met een andere.

„Abiy moet harder optreden tegen etnische extremisten. Zij steken gebouwen in brand en verjagen andere bevolkingsgroepen van hun grondgebied. Dat is anarchie, geen democratie”, vindt Berhanu Nega.

Ethiopië kende menige gewelddadige revolutie, maar nooit hervormingen zoals Abiy Ahmed die nu nastreeft. De dictatuur, de onderdanigheid, de verstikkende ambtenarij, ze duren al eeuwen.

Ieder regime stelde het vorige in een slecht daglicht. Zo liet premier Meles Zenawi het Museum van de Martelaren oprichten, ter nagedachtenis van de Rode Terreur onder zijn voorganger Mengistu. Het ligt aan de andere kant van het voormalige Plein van de Revolutie, dat nu het Meskelplein heet, vernoemd naar een feest van de orthodoxe kerk.

Het sombere, zwartgekleurde ontwerp is van de Ethiopische architect Fasil Giorghis. Hij trok zich terug uit het project toen de aangrenzende koffietent de muren roze verfde. Bewoners van Addis Abeba kwamen wel voor de koffie, maar niet voor het museum. Toen Meles – afkomstig uit de regio Tigray – in 1991 Mengistu uit Addis Abeba had verdreven, voelden de inwoners van de hoofdstad zich door de verkeerde bevrijder bevrijd. „Tegenstanders van Meles weigerden het museum te bezoeken, want het werd met hem geassocieerd”, vertelt een suppoost.

Lees ook dit verhaal van Koert Lindijer over de etnische spanningen in Ethiopië

Mengistu was de wreedste leider die Ethiopië kende. Hij liet tienduizenden tegenstanders vermoorden. Een bezoeker staat in een hoek bij een hoop aarde waaruit beenderen steken – een nagemaakt massagraf. Eromheen stapels kisten, gevuld met échte beenderen. De suppoost herinnert zich hoe zijn familieleden geld aan ambtenaren moesten betalen voor de kogel waarmee zijn oom werd geëxecuteerd. „Anders kregen we zijn lichaam niet terug om het te begraven. We mochten ook niet huilen bij het aanschouwen van het lijk. Zo bleef het leed binnen in ons hangen.” In het gastenboek schreef iemand: „Zij die niet leren van hun geschiedenis zullen dezelfde fouten maken”.

Fasil Giorghis, de architect, is een beminnelijke man. Met lede ogen ziet hij toe hoe de geschiedenis van Addis Abeba in rap tempo wordt weggevaagd door hoge moderne gebouwen, gefinancierd met miljarden uit China en het Midden-Oosten, en door investeringen van de Ethiopische diaspora in de Verenigde Staten en Europa. Fasil Giorghis wist te voorkomen dat Meles Zenawi met een dertig meter hoge pilaar als gedenkteken aan de Rode terreur het Meskelplein zou ontsieren. Maar nu doorsnijdt een tram op een viaduct het plein. Addis Abeba is een bouwput waarover de bewoners geen inspraak hebben.

Krijgsheren met leeuwentooien

Ten tijde van keizer Menelik marcheerden hier soldaten op blote voeten door de straten, bewapend met speren en geweren en aangevoerd door krijgsheren in bestikte mantels, gesierd met leeuwentooien. Op iedere heuvel oefende een aristocraat zijn controle uit en om hem heen streken inwoners neer in simpele modderhutten. Rijk en arm leefden door elkaar, anders dan in de door witte kolonialen gedomineerde steden in Afrika.

Emperor Menelik II (1844-1913). Foto Universal History Archive/Getty Images

Dat speciale karakter verdwijnt nu honderdduizenden, vooral arme bewoners moeten wijken voor het nieuwe Addis Abeba, gemodelleerd naar Dubai. Ze worden gedwongen om tegen een hoge huur in smakeloze flatgebouwen aan de rand van de stad te wonen. „Vroeger domineerde het belang van de edelen, nu van de rijke zakenlui”, zegt Giorghis schamper. „Politici praten over democratie, maar bij de bouw in Addis Abeba wordt alleen gelet op big business.”

Niet ver van het Meskelplein sluimert in de schaduw van hoge kantoorgebouwen het pittoreske, in 1921 gebouwde, treinstation Chemin de Fèr. Het iconische restaurant Buffet de la Gare bij het stationsgebouw is onlangs plat gebulldozerd. In plaats daarvan komen er vijf vijfsterrenhotels en vierduizend luxe appartementen. „Als je Addis kunt veranderen, kun je zeker Ethiopië veranderen”, zei Abiy Ahmed na zijn aantreden.

Berucht politiebureau

De avenue bij het station gaat steil heuvelopwaarts, op weg naar de Piazza, vroeger het economische hart van de stad. Tussen de geur van koffie uit de bars en de uitlaatgassen van de ronkende files staan de relikwieën van het omstreden verleden: een kanon van keizer Tewodros (1818-1868), de Leeuw van Juda, het steigerende paard van Menelik en het lelijke, door Noord-Koreanen gebouwde arbeidersmonument van Mengistu.

Helemaal boven op de heuvel staat het beruchte politiebureau Maekelawi, waar onder Meles Zenawi politieke gevangenen werden vastgehouden. Eerder dit jaar stelde premier Abiy Ahmed het open voor het publiek, om de politiestaat van destijds te herdenken.

Aemu Tsigaye zat er maandenlang opgesloten. „Slechts één keer per week mochten we vijftien minuten de zonneschijn in”, vertelt hij. „Marteling was de gewoonte in Maekelawi. Bewakers bonden onze armen en benen bijeen achter op onze rug. Bij ondervraging waren we naakt.” Met een spijker schreef hij een tekst op de muur. „Nu hebben ze de muren een lik bonte verf gegeven”, sneert hij. „Ik walgde toen ik het op tv zag. Zo herinner ik me die plaats van verschrikking niet.”

Een deel van het politiebureau is opnieuw in gebruik voor gevangenen. Ook onder Abiy Ahmed gaan de eerste tegenstanders alweer achter de tralies. Want hoewel hij de hoop op vrijheid hoog houdt, tarten extremisten zijn tolerantie en heeft het etnisch geweld zijn aanvankelijke geloofwaardigheid en populariteit geërodeerd.

Heeft iedere machthebber een gedenkteken nodig om de misdaden van zijn voorganger te tonen? „We kunnen niet steeds monumenten blijven bouwen voor al die gruweldaden”, zegt architect Fasil Giorghis, als door pijn getroffen. „We moeten ons bevrijden van ons verleden.”