Reportage

Amsterdam heeft in Oost-Nederland afgedaan: ‘Wij zijn de mainstream’

Oosterlingen over de hoofdstad Tussen Amsterdam en de rest van het land zijn veel misverstanden. Boeren willen de hoofdstad bewust maken van hun belang.

Optreden van Bökkers in Hedon, Zwolle. Eén keer per jaar treedt de band in Paradiso op. „Dan is het mooi in Amsterdam.”
Optreden van Bökkers in Hedon, Zwolle. Eén keer per jaar treedt de band in Paradiso op. „Dan is het mooi in Amsterdam.”

Dat je lekker aangeschoten uit je dak staat te gaan in een Amsterdamse club. Op Narcotic van de Duitse band Liquido, toch algemeen aanvaard als ‘springnummer’. En dat je dan apart genomen wordt en toegebeten krijgt: „Wij springen hier niet in Amsterdam, kun je daar mee ophouden?”

Of dat je een vergadering, of nee, een meeting, in de hoofdstad bijwoont en je voorstelt aan de andere aanwezigen. En dat ze je dan beginnen te complimenteren: „O, echt, kom je uit Zwolle? Dat kun je haast niet horen! En trouwens, je ziet er best hip uit!”

Gevraagd naar hun beelden bij Amsterdam kwamen twitteraars vorige week met tientallen anekdotes op de proppen. Boeren en burgemeesters, psychiaters en predikanten: NRC ontving reacties uit alle geledingen van de samenleving op zijn oproep. In hun litanie aan klachten over Amsterdammers waren al deze groepen opvallend eensgezind. Zo vroegen velen zich af waarom de reis van Amsterdam naar elders altijd driemaal zo lang lijkt te duren als dezelfde route andersom. Ook de onwetendheid over ‘alles achter Amersfoort’ werd vaak genoemd. „Kom je helemaal uit Nijmegen, dat ligt toch bij Enschede? Wat leuk, ik ben dol op de Achterhoek!”

De bodem van de kloof tussen de Randstad en het Randland ligt bezaaid met dit soort misverstanden en verwijten. En die gaan verder dan wat ritueel gemopper over de al langer bijna spreekwoordelijke Amsterdamse arrogantie.

Na eerder dit jaar hun politieke grieven over het Malieveld in Den Haag te hebben uitgestrooid gooien de boeren van actiegroep Agractie het deze week over de culturele boeg. Ze delen komende vrijdagmiddag voedsel uit aan voorbijgangers op de Dam, om de inwoners van de hoofdstad bewust te maken van het belang van boeren voor de voedselvoorziening. Een handreiking, maar wel één waar een duidelijke boodschap in besloten ligt: ‘Vergeet ons niet en respecteer ons.’

De demonstratie vormt het voorlopige sluitstuk van een jaar waarin het denken in termen van ‘hullie’ en ‘zullie’ voortdurend opspeelt. Lelystad Airport? ‘Waarom moeten ‘wij’ op de Veluwe onze rust inleveren, zodat ‘zij’ in die decadente Randstad straks drie keer per jaar op vakantie kunnen?’ Drugsbeleid en ondermijning? „Waarom moeten ‘wij’ hier opdraaien voor de overlast van Amsterdammers die niet zonder pilletje kunnen feesten?” De stikstofimpasse? „Waarom moeten ‘wij’ hier de veestapel halveren, zodat men in de Randstad weer nieuwe woningen kan bouwen?” En dan zwijgen we nog over de bevingen in Groningen, de kleur van Zwarte Piet en of je de herten in de Oostvaardersplassen moet bijvoeren of afschieten.

Hoe kijken Oost-Nederlanders naar hun hoofdstad? Die vraag alleen al is typisch, zo menen veel bezoekers van het concert van rockband Bökkers in Zwolle. „Wij zijn daar helemaal niet mee bezig joh”, vertellen verschillenden op de laatste vrijdag van november. Ze zijn niet vaak in Amsterdam te vinden. Het is er te druk, je wordt er in het Engels aangesproken of je accent wordt belachelijk gemaakt. ‘Waarom zou ik daar vrijwillig heen gaan?’ klinkt het meer dan eens. Dennis (‘liever geen achternaam’): „Ja, één keer per jaar, als Bökkers in Paradiso speelt [dit jaar op 30 december aanstaande, red.]. Dan is het mooi in Amsterdam. We komen dan met 1.600 oosterlingen naar de stad toe om eens goed feest te vieren. Maar daarna zijn we ook blij als we weer terug kunnen.”

Bökkersrompertjes

Bökkers is een Sallandse band die onder leiding van Hendrik-Jan Bökkers sinds een kleine tien jaar van zich laat horen. De band is ongekend populair, vooral onder tieners op het platteland die met honderden, soms duizenden naar schuren, tenten en kroegen in dorpen als Markelo en Pesse reizen om de liedjes woord voor woord mee te zingen. Maar op deze avond in ‘grote stad’ Zwolle is het publiek duidelijk wat ouder. Bij de stand vinden na afloop met name de Bökkersrompertjes gretig aftrek. Wellicht daarom heeft het publiek aanvankelijk nog wel wat aanmoediging nodig („Let even niet te veel op uw buurvrouw of buurman”), maar bij hits als Annie uut de Bochte komt de zaal alsnog los. Hoe verder de avond vordert, hoe meer bier op de grond belandt, in plaats van in de dorstige kelen van de bezoekers.

De band zelf kan er niet zoveel mee, met dat al dat gepraat over een kloof. Zeker, ze zingen en spreken trots in het Sallands. Frontman Bökkers: „Maar van ons vier zijn er drie vegetariër.” Of hun achterban dat mag weten? Ze beginnen alle vier hard te lachen bij die vraag. „Natúúrlijk wel, waarom niet?” Drummer Jeroen Hobert: „Dat is nu precies hét probleem van nu: het individu verdwijnt. Wij zijn het met ons vieren al vrijwel nergens over eens. Laat staan dat je het als Amsterdammer met iedereen in Amsterdam ergens over eens kunt zijn. Of als Limburger met alle Limburgers. Vroeger had je soulkickers, hardrockers, alto’s en gothics. Tegenwoordig is iedereen bang af te wijken van de norm en kijkt men op internet wat je ergens van moet vinden.”

De band werd de afgelopen weken meermaals benaderd om benefietconcerten te verzorgen voor de boerenbeweging die ineens uit de grond schoot. De band heeft alle verzoeken geweigerd. Ook op recente acties van boeren om hun muziek de Top 2000 in te lanceren zit de band niet te wachten. Behalve muzikant zijn ze grafisch ontwerper, beeldend kunstenaar (van de Cobra-school) of knappen ze meubels op.

Lees ook: Is het verschil tussen stad en land wel zo groot?

Het grietje van De Wereld Draait Door

Ze klinken dan ook eerder bezorgd over de hoofdstad: dat gehekelde groepsdenken slaat juist dáár om zich heen. Wie niet in de mal van de meerderheid past, wordt er genegeerd of uitgesloten. Frontman Bökkers: „Dan worden we weer gebeld door zo’n grietje van De Wereld Draait Door.” Hij imiteert een bekakte stem: „Kweenie, hoor, ik voel ’m toch niet zo. Ik moet je afzeggen.” Hobert, lachend: „Let maar eens op: Matthijs van Nieuwkerk gaat voorover zitten en harder praten als hij mensen met een ander accent aan tafel heeft.”

Misschien is dat wel hetgeen het meest door de ziel van de oosterling snijdt: het gevoel niet voor vol te worden aangezien. Al wil bassist Arjan Pronk dit overigens meteen relativeren: „De tijd dat vanuit Hilversum en Amsterdam de smaak bepaald werd, is eigenlijk allang voorbij; dat maakt dat gedrag juist zo sneu. Netflix en Spotify zijn veel bepalender. In die zin hebben we de Randstad als band helemaal niet nodig.”

Hobert vult aan: „Het is meer dat rare idee dat wíj een subcultuur zouden zijn en zij de mainstream vertegenwoordigen in ons land. Terwijl, in feite is het eerder andersom.” Bandleider Bökkers: „Eigenlijk is het vreemd: in de tijd van de Hanzesteden was het oosten de dominante cultuur. Als die niet failliet zouden zijn gegaan dan was Nedersaksisch de norm geweest en het Frankisch van de Hollanders de uitzondering. Het is dan ook raar om daar zo’n gevoel van superioriteit aan op te hangen.”

Ook melkveehouder Geert-Jan Kloosterboer ziet het vanuit Oxe, een buurtschap tussen Bathmen en Deventer, misgaan met wat van oudsher bij uitstek een Nederlandse kwaliteit is: in een kleine ruimte samenleven met mensen met wie je soms diepgaand van mening verschilt. „Ik vind Amsterdam een prachtige stad en zie het ook echt als ‘mijn hoofdstad’. Het gaat mij er alleen om dat de inwoners van die stad nogal eens de neiging hebben zonder enige kennis en kunde te vertellen hoe wij boeren ons werk moeten doen. Dan denk ik: gadverredamme, jij komt duidelijk uit Amsterdam weg. Terwijl we juist in Nederland zoveel in huis hebben als het gaat om innovatieve landbouw.”

Vooral de stelligheid waarmee boeren vanuit de hoofdstad tegemoet worden getreden stuit hem tegen de borst. „Ik heb geregeld Amsterdammers op de boerderij. Na mijn rondleiding denken ze vaak dat ze op een biologische boerderij geweest zijn. Terwijl: ik ben hartstikke ‘gangbaar’. Kennelijk is hun beeld van dit soort normale, dat wil zeggen intensieve veehouderij niet helemaal juist, toch?”

Deze vrijdag staat Kloosterboer op de Dam om samen met voorbijgangers kerstkransen te maken. „Zo hoop ik in gesprek te raken met Amsterdammers. Dat we elkaar eens in de ogen kijken, proberen te leren van elkaars standpunt en uiteindelijk, op zijn Hollands polderend, samen verder te komen.”

Lees ook: Boeren willen serieus genomen worden

Tolerantie, waardering voor diversiteit, respect voor het individu: de waarden die door Oost-Nederlanders worden gemist, worden van oudsher vooral met de grote stad geassocieerd. Het is opvallend hoeveel weemoed er in de voor dit artikel verzamelde observaties doorklinkt. Amsterdam is Amsterdam niet meer, zo klinkt het. Het lijkt hoe dan ook niet meer de stad waar je vanuit ‘de provincie’ de vrijheid komt zoeken. Eerder andersom: met name jonge gezinnen trekken steeds verder oostwaarts in hun zoektocht naar betaalbare woonruimte.

Marco Harps (25), het PvdA-raadslid uit Deventer dat op bezoek in Amsterdam vermanend werd toegesproken omdat hij te enthousiast stond te springen, wist dan ook precies wat hij terug moest zeggen: „O, in Deventer maken mensen zelf uit wat ze doen.” En vrolijk sprong hij verder.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.