Opinie

Neem nooit je moeder in huis

Marcel van Roosmalen

Sinds ik wel eens over de aftakeling van mijn moeder schrijf, kom ik soms mensen tegen die denken dat ik dan ook wel geïnteresseerd zal zijn in de aftakeling van hun ouders.

Ik doe dan altijd wel geïnteresseerd, maar heb niet altijd de behoefte om met een wildvreemde tot in detail de diepste menselijke ellende in te duiken.

In de foyer van het theater in Alkmaar klampte een man mij aan.

Hij had ook een moeder.

En zijn vader leefde ook niet meer.

Dus wat hem betreft leken we op elkaar.

Ik was de vriend die hij nooit gehad had.

Mocht hij een biertje bestellen? Nou ja, hij hoefde het eigenlijk ook niet te vragen, want hij had het al gedaan.

Zijn ongevraagde advies: neem je moeder nooit in huis.

Hij sprak uit ervaring.

„Studerende dochter eruit, moeders erin. Zo is het gegaan.”

De situatie was zo dat hij zijn moeder af en toe een luier om moest doen. Hij had ook ‘steeds stelselmatiger’ ruzies met zijn vrouw over zijn moeder.

„Want het drukt toch wel een stempel.”

Vanuit een ooghoek zag ik dat er bij mijn gezelschap inmiddels een bord bitterballen op tafel stond. Goh, een bitterbal, wat had ik daar ineens een zin in. Dus ik zei dat ik niet van plan was om mijn moeder in huis te nemen, dat ik het interessant gesprek vond, maar dat ik nog even met mijn vrienden wilde praten.

Hij: „Sinterklaas vieren we dit jaar ook niet, we gaan maar zoveel mogelijk naar het theater en naar de film. Om en om, er moet er altijd een thuis zijn. Ook dat geeft spanningen.”

Ik pakte mijn bierglas.

Mocht hij zijn visitekaartje geven?

Blauw dat langzaam over ging in groen, geen functie, wel met de namen en telefoonnummers en het emailadressen van hem en zijn vrouw, die er nu niet bij was omdat ze dus gedwongen thuis zat. Of omdat ze ruzie hadden want dat had hij tenslotte al een paar keer gememoreerd.

Hij: „Ik deel het niet vaak uit.”

Ik begreep dat ik me vereerd mocht voelen en constateerde terloops dat hij zijn moeder toch maar niet op zijn kaartje had gezet.

Hij ritste de jas tot aan zijn kin dicht en zei dat hij misschien wel een boek ging schrijven over alles. Werktitel: ‘Met het zweet tussen de billen.’

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.