Necrologie

Peter van Walsum (85) was eigenzinnige diplomaat met tegendraadse mening

Peter van Walsum (1934-2019) Peter van Walsum, die woensdag op 85-jarige leeftijd overleed, behoorde tot de categorie diplomaten zoals ze tegenwoordig nauwelijks meer bestaan.

Peter van Walsum in 2009 als lid van de commissie-Davids die onderzoek deed naar de betrokkenheid van Nederland bij de Irak-oorlog.
Peter van Walsum in 2009 als lid van de commissie-Davids die onderzoek deed naar de betrokkenheid van Nederland bij de Irak-oorlog. Foto Robert Vos/ANP

Drie jaar geleden stond hij voor de laatste keer met een korte ingezonden brief in de krant. Het ging over de afhandeling van de MH17-ramp waarmee premier Rutte zich „in de nesten had gewerkt”. De kwestie hield de afgelopen woensdag op 85-jarige leeftijd overleden oud-diplomaat Peter van Walsum bezig. Volkomen ten onrechte had Nederland als direct betrokkene de leidersrol in het onderzoek naar de toedracht van het neerhalen van het toestel opgeëist en gekregen. Die positie beperkte de speelruimte van Nederland aanzienlijk, vond hij.

Van Walsum behoorde tot het type diplomaten zoals ze tegenwoordig nauwelijks meer bestaan. Een diplomaat voorzien van een eigen naam en met een tegendraadse mening. Kortom geen anonieme, onmiddellijk voor de minister buigende ambtenaar die het beleid uit Den Haag loyaal uitvoert.

Dwars was Van Walsum al toen hij als jonge diplomaat op Buitenlandse Zaken op de opiniepagina van NRC Handelsblad stukken tegen het kabinet-Den Uyl schreef („de progressieve regering besteedt meer energie aan het zoethouden van haar achterban dan aan een poging tot communicatie met de oppositie”). Dwars was hij nog steeds als reeds lang gepensioneerde („de gedoogconstructie met de PVV is een buitenlands-politiek onding”, schreef hij in NRC).

Lees hier het opiniestuk van Van Walsum over de gedoogconstructie, uit 2011

‘Srebrenica-syndroom’

Scherpzinnig en eigenzinnig zijn de trefwoorden die op hem van toepassing waren. En daarmee dus ook lastig voor zijn superieuren. Die namen deze eigenschap graag voor lief omdat, zoals toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen in 1998 zei, Peter van Walsum de beste was die Nederland op diplomatiek gebied in huis had. Hij kwam met deze kwalificatie toen Van Walsum vlak voor zijn pensioen uit de toen nog Duitse hoofdstad Bonn werd weggehaald om te worden benoemd als ambassadeur bij de Verenigde Naties in New York. Daar zou Nederland vanaf 1999 tijdelijk lid van de Veiligheidsraad worden. Zittend ambassadeur Jaap Ramaker werd hiervoor gepasseerd.

Van Walsum vervulde de taak bij de Veiligheidsraad soms tot ongenoegen van de Tweede Kamer op zijn soevereine manier. Bovendien had hij een aanhoudende boodschap voor het binnenlandse thuisfront: Nederlandse militairen dienden een meer actieve rol in conflictgebieden te spelen. Het moest afgelopen zijn met „het Srebrenica-syndroom”. Als het kleine Nederland in de grote buitenwereld gehoord wilde worden, moest het ook leveren en verantwoordelijkheid nemen.

Minderheidsstandpunt

Deze houding verklaart de rol die Van Walsum, inmiddels met pensioen, in 2009 innam als lid van de commissie-Davids die een onderzoek deed naar de betrokkenheid van Nederland bij de Irak-oorlog. De commissie kwam met een vernietigend oordeel over de wijze waarop het demissionaire kabinet Balkenende I in deze kwestie was opgetreden en concludeerde dat er geen volkenrechtelijk mandaat ten grondslag had gelegen aan de door Nederland politiek gesteunde inval door de Amerikanen. In een apart in het rapport vermeld en nadien veelvuldig geciteerd minderheidsstandpunt nam Van Walsum hier afstand van. Hij stelde dat een „verantwoordelijke regering” zich niet alleen „door de regels van het volkenrecht maar ook door de eisen van de internationale politiek” moet laten leiden.

Strafoverplaatsing

Peter van Walsum, zijn vader was onder andere burgemeester van Rotterdam, studeerde rechten in Utrecht. Hij werd er rector van het corps en hield aan die periode diverse contacten over. Frits Bolkestein, Erik Jurgens, Carel ter Linden en NRC Handelsblad-hoofdredacteur André Spoor behoorden tot zijn vriendenkring. Hij werd in 1975 lid van de VVD maar verliet die partij vier jaar later weer omdat de sfeer hem niet beviel.

In de ambtelijke hiërarchie wist men in de jaren zeventig niet goed raad met het autonome gedrag van Van Walsum. Omdat hij weigerde zijn publicitaire activiteiten te staken kreeg hij volgens vrienden een ‘strafoverplaatsing’ naar New Delhi. Hij schreef zijn broer Huib dat hij er niets te doen had en het werk had moeten overnemen van mensen die voor zijn komst ook niets te doen hadden.

Later werd de hyperintelligente en knap analyserende Van Walsum toch weer op het normale carrièrepad van ‘BZ’ gezet. Het bracht hem onder andere in Brussel, Bangkok, Bonn en ten slotte de Veiligheidsraad in New York. Zoals diplomatiek redacteur J.M. Bik van NRC Handelsblad destijds concludeerde: hij werd een diplomatieke Lazarus.