Nederlandse schaatsers presteren dit seizoen wisselvallig

Schaatsen De balans na drie wereldbekers: wisselende Nederlandse prestaties, herboren Russen en een Chinees om op te letten.

Patrick Roest is op weg naar de zege op de 10.000 meter bij de wereldbekerwedstrijd in Noer-Soeltan.
Patrick Roest is op weg naar de zege op de 10.000 meter bij de wereldbekerwedstrijd in Noer-Soeltan. Foto IGOR KOVALENKO/EPA

Kijk naar de teamonderdelen bij de eerste drie wereldbekerwedstrijden en het is duidelijk dat geen schaatsland in de buurt komt bij Nederland. Vijf keer goud en één keer zilver op de teamsprint. Eén keer goud en twee keer zilver op de ploegenachtervolging. Twee keer goud, één keer zilver en één keer brons op de massastart.

Maar individueel zijn er weinig constanten in de Nederlandse ploeg, en dan met name bij de vrouwen, die nog weinig successen vierden. Dominantie is er bovendien amper, wat de wedstrijden in Wit-Rusland, Polen en dit weekeinde in Kazachstan wel interessanter maakten.

Patrick Roest heerst wel, de tweevoudig wereldkampioen allround zet de nieuwe standaard op de lange afstanden. Hij is zijn leermeester Sven Kramer definitief voorbij, wiens seizoensopening werd ontsierd door een nieuwe rugblessure. Roest won beide 5.000 meters (Wit-Rusland en Polen) en zaterdag in Kazachstan – voor het eerst – een 10.000 meter tijdens een wereldbekerwedstrijd. Maar de overige podiumplekken op de lange afstanden zijn geen Nederlandse zekerheid meer.

Kjeld Nuis en Thomas Krol zijn verwikkeld in een boeiende strijd op de 1.000 en 1.500 meter. Voorlopig in het voordeel van Krol, huidig wereldkampioen op de 1.500 meter. Die won beide 1.000 meters (Wit-Rusland en Kazachstan) en de 1.500 meter in Polen. Nuis, olympisch kampioen op beide afstanden, won alleen de 1.500 meter in Wit-Rusland.

Op de 500 meter lijken de Nederlandse mannen voorbijgestreefd. Alleen Dai Dai Ntab behaalde een medaille, brons tijdens de eerste wereldbeker in Wit-Rusland. De rest kwam niet in de buurt.

Ireen Wüst is wel constant

De Nederlandse vrouwen kwakkelen. Uitgerekend Ireen Wüst, 33 inmiddels, presteert constant: ze won na een moeilijk jaar, waarin goede vriendin Paulien van Deutekom overleed, twee keer de 1.500 meter (Wit-Rusland en Polen) en pakte dit weekend zilver. Jorien ter Mors, terug na een jaar blessureleed, is nog niet zichzelf.

Dat geldt ook voor Esmee Visser, olympisch kampioen op de 5.000 meter. Ze heeft op de 3.000 en 5.000 meter dit seizoen nog niet op het podium gestaan en zegt al het hele seizoen aan zichzelf te twijfelen. Carlijn Achtereekte zorgde met twee keer zilver voor het enige Nederlandse succes op de lange afstanden.

Intussen laten andere landen duidelijk van zich horen. Rusland bijvoorbeeld, op de kortste afstand, met overwinningen voor Viktor Moesjkatov, Olga Fatkoelina en Angelina Golikova. Canada, bij de vrouwen, met Ivanie Blondin en Isabelle Weidemann. Maar misschien is het mooist wel de opkomst van Ning Zhongyan, die zondag in Kazachstan zomaar alle Nederlanders versloeg op de 1.500 meter. De 20-jarige lijkt de Chinezen richting de Winterspelen van Beijing in 2022 weer wat te juichen te geven.