Recensie

Lahav Shani geeft blijk van fijne Bartók-antenne

Recensie Pianist Emanuel Ax en de Rotterdamse chef Lahav Shani deelden vrijdag voor het eerst het podium in Brahms Eerste pianoconcert. Het begon wat onwennig, maar gaandeweg raakten pianist en dirigent beter op elkaar ingespeeld.

Pianist Emanuel Ax en chef Lahav Shani deelden voor het eerst het podium.
Pianist Emanuel Ax en chef Lahav Shani deelden voor het eerst het podium. Foto Guido Pijper

Over drie maanden stapt het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) op het vliegtuig voor een grote Amerika-tournee. Eerste etappe: vier concerten aan de Oostkust met pianist Emanuel Ax in het Eerste pianoconcert van Johannes Brahms. Voor wie New York of Miami te ver vindt, speelden Ax en het RPhO het werk vrijdag in thuisbasis De Doelen.

Een kritische geest heeft Brahms’ Eerste pianoconcert eens een symfonie met klavierbegeleiding genoemd. In die bewering ligt een zekere spot, maar ook een kern van waarheid. Neem het openende Maestoso dat ooit begon als sonate voor twee piano’s, vervolgens werd omgewerkt tot symfonie en eindigde als concert-deel. De complexe ontstaansgeschiedenis doet zich nog altijd navoelen in kolossale proporties en potige instrumentaties. Maar vooral in de overdaad aan in elkaar grijpende motieven die een vlekkeloze coördinatie tussen solist en orkest tot een must maken.

Nog wat schaven

Juist aan die fijne afstemming viel vrijdag nog wat te schaven. Noem het onwennigheid, want het concert markeerde de eerste keer dat Ax en chef Lahav Shani het podium deelden. De passage waarin pianist en orkest het dramatische eerste thema heen en weer kaatsen, klonk nog wat mat. Een innig een-twee-drietje tussen klavier, hoorn en soloviool bleef aanvankelijk nogal koeltjes (tweede keer beter). Een paukenroffel plofte net naast een pianobas.

Gaandeweg raakten solist en dirigent beter op elkaar ingespeeld. Heerlijk hoe Shani de teugels liet vieren toen Ax in de doorwerking een vlinderachtig walsje inzette. In het tweede deel plooiden omfloerste strijkers zich als een warme handschoen om Ax’ innige spel.

Na de pauze gaf Shani blijk van een fijne Bartók-antenne in een spectaculaire uitvoering van diens Concerto voor orkest: spookachtige klankmengsels (deel één en drie), een puntig gedirigeerd slapstick feestje (deel vier), een soepel vanuit de heupen aangevuurde wervelwind op topsnelheid (deel vijf). Wat eveneens beklijfde: de solistische kwaliteiten van de Rotterdamse hout- en kopersectie.