Opinie

Dit zijn onze nieuwe Commentatoren

Op de redactie voltrok zich deze week een stille revolutie. De dagelijkse commentaren, die het standpunt van de krant over actuele onderwerpen weergeven, worden vanaf nu geschreven door een nieuwe groep redacteuren. Een grotere en jongere groep, maar vooral: een groep met voortaan evenveel vrouwen als mannen.

Eigenlijk is het merkwaardig dat dit niet al lang zo was. De redactie als geheel is al jaren ongeveer half vrouw half man. Er zijn geen functies te bedenken die wij nog ‘typisch’ mannelijk of vrouwelijk vinden. Ook de hoofdredactie bestaat al geruime tijd uit twee vrouwen en twee mannen. Het spreekt voor mij vanzelf dat bij een mannelijke hoofdredacteur (zoals ik) in elk geval de plaatsvervangende een vrouw is. Nu is dat Elske Schouten.

Maar het schrijven van commentaren was tot nu toe overwegend een mannenaangelegenheid – of dat nu gebeurde door twee vrijgestelde ‘specialisten’ of een grotere groep redacteuren die het combineerden met andere werkzaamheden op de redactie. Cultuurcolumnist Joyce Roodnat was de afgelopen jaren de enige vaste vrouwelijke auteur.

Nu zijn commentaren in wel meer opzichten een afwijkend beestje binnen de krant. Zo lijken commentaren op columns, maar worden ze niet ondertekend. Met een goede reden: de auteur verwoordt de uitkomst van de discussie tussen een aantal commentatoren en de hoofdredactie. Een collectief product van een liberale krant dus, ook al bijzonder. En heel iets anders dan een column waarin je altijd een persoonlijke stem hoort. De aanspreekbare ‘auteur’ van de commentaren is de hoofdredacteur.

Commentaren zijn ook de enige plek waar de krant als zodanig stelling neemt. Dat is een wezenlijk verschil met onze verslaggeving: commentaren zijn niet het nieuws, en ook niet ons filter op het nieuws. In de dagelijkse verslaggeving stopt NRC vóór de stellingname: bij de feiten, de relevante context en het pluriforme debat in de samenleving.

Het Commentaar zit zo in ons dna, dat sommige redacteuren het als instituut achterhaald vinden, alsof de krant nog een meneer zou zijn die alles beter weet. Lezers zien dat helemaal niet zo, blijkt uit regelmatige reacties. Commentaren werken juist ook als een vorm van transparantie: je ziet erin terug wat de krant belangrijk vindt en vanuit welke optiek de wereld gewogen wordt. Ook hoe de krant opschuift, in standpunten en soms in stijl.

Voor mij zijn commentaren daarnaast nog van belang als een vorm van redactionele zelfreflectie: het debat erover dwingt ons, naast onze talloze dagelijkse nieuwsbeslissingen, stil te staan bij onze blik op de wereld.

Daarom vind ik het belangrijk dat de commentarengroep de redactie weerspiegelt. De helft vrouwen dus, en redacteuren van verschillende generaties en specialismes. Je zag dat deze eerste week meteen al terug in bijvoorbeeld het commentaar over onderwijs, waar we lang niet op zo’n manier over hebben geschreven. Al met al werken er nu achttien redacteuren op regelmatige basis aan mee.

Om het een beetje praktisch te organiseren, zijn er vier commentatoren die coördineren: Folkert Jensma, Titia Ketelaar, Egbert Kalse en Nynke van Verschuer.

Vrijdag ging het over dualisme in de politiek, zaterdag over het belang van lezen. En donderdag over… het vrouwenquotum. Hoezeer gendergelijkheid ook past bij het liberale ontplooiingsideaal, en onbewuste vooroordelen tegen vrouwen dus actief moeten worden bestreden, ingrijpen in benoemingen bij private ondernemingen vinden we nog altijd een paardenmiddel dat niet nodig zou moeten zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.