Arie Luyendyk tijdens de Indy 500 in 2009.

Foto Diederik van der Laan

Interview

De Arie Luyendyk-bocht wordt straks interessant, ‘maar niet moeilijk’

Arie Luyendyk De Arie Luyendyk-bocht wordt het spektakelstuk van Zandvoort. Hij past dan echt bij de man naar wie de bocht vernoemd werd.

Hij stond jaren geleden een keer met zijn tweeling Alec en Luca op Zandvoort naar een toerwagenrace te kijken in ‘zijn’ bocht. Ze moeten 13 of 14 zijn geweest. ‘Dad, why are they talking about you the entire time?’, hadden ze gevraagd toen ze de omroeper voor de zoveelste keer Arie Luyendyk hadden horen noemen. ‘Because we’re standing in Arie Luyendyk corner’, zei hij. „Ik had het ze nog niet verteld. Ik loop er niet mee te koop. Mijn kinderen horen alles over mijn carrière van anderen.”

Het was hoe dan ook een grote eer toen de bocht in 2001 door toenmalig circuitdirecteur Hans Ernst naar hem werd vernoemd, zegt Luyendyk (66). Zandvoort zat in zijn hart, ook al woonde hij al tijden in de Verenigde Staten, waar hij in 1990 en 1997 de Indianapolis 500 won. In 2009 werd hij er geëerd met een plek in de Indianapolis Motor Speedway Hall of Fame, in 2014 kreeg hij een plek in de Motorsports Hall of Fame of America. In het land waar hij woont is hij een grootheid, maar ook in zijn geboorteland wordt hij geëerd.

Kombocht

Dat zijn bocht een heuse kombocht wordt, waar hij als geen ander op de Amerikaanse ‘ovals’ ervaring mee had, maakt de eer alleen maar groter, zegt hij. Het was altijd een „listig” bochtje, zegt Luyendyk. „Ik weet de laatste keer nog dat ik er reed, 2014, de Historic Grand Prix. Je moet er goed oppassen. Het enige wat toen door mijn gedachten ging, was: niet op je bek gaan in je eigen bocht.”

Lees ook: Een rondje op Circuit Zandvoort moet straks een rollercoaster zijn

Nu wordt het anders, en probeert hij vanuit zijn ervaring te voorspellen wat de impact zal zijn van zo’n kombocht. De wielophanging van Indycar-auto’s is wel twee keer zo zwaar als die van Formule 1-auto’s, legt Luyendyk uit. Indycar-auto’s zijn gebouwd voor circuits met kombochten, daarin wordt namelijk veel druk uitgeoefend op de wielophanging.

Het wordt voor teams een kwestie van de juiste afstelling zoeken. Maar de eerdere vrees van bandenleverancier Pirelli dat de kombochten tot veel meer slijtage van de banden zouden leiden, deelt hij niet. „Ja, de linkervoorband zal in die helling wel iets meer te verduren krijgen, maar de auto’s zitten niet zo lang in de bocht.”

Inhaalmogelijkheid

Zal er iets van de belofte van een extra inhaalmogelijkheid terechtkomen? „Ze zouden er wel met z’n tweeën doorheen kunnen, denk ik. Maar het hangt allemaal af van wat er in de bocht ervoor is gebeurd.” Niemand zal in ieder geval boven in de bocht te vinden zijn, die een maximale helling van 32 graden krijgt. „Misschien is het leuk daar even te rijden, maar ze gaan natuurlijk de kortste weg kiezen.”

Een gimmick wil hij de kombocht voor de Formule 1 niet noemen. Ze waren er immers decennia geleden al eens te bewonderen. Optisch wordt zijn bocht hoe dan ook een spektakel, maar hij wordt er niet moeilijker op. „Hoe meer helling in een bocht, hoe makkelijker hij is. Het wordt geen moeilijke bocht, maar wel een interessante.”