Opinie

Afellay als wonderpil tegen migraine

Wilfried de Jong

De eerste keer dat ik op de schouder klopte van Ibrahim Afellay was hij een broekie bij PSV. Door zijn shirt heen voelde ik de knokels van een jongen. De baard zat al in de keel maar zijn woorden waren nog onvolwassen. Doef, doef. Drie jaar later weer een paar klappen op die schouder, van een begin twintiger deze keer. Om het gewricht heen lagen dikke spierbundels. ‘Ibi’ was een kerel geworden en kon de wereld aan.

Het publiek in het stadion in Eindhoven smeekte zaterdag in de tweede helft openlijk om de invalbeurt van hun verloren zoon. Coach Mark van Bommel liet hem heel lang warmlopen. Met een oranje hesje drentelde Afellay met een bezweet voorhoofd heen en weer over het grensrechterpaadje. Het hele arsenaal aan oefeningen kwam voorbij. Tot besluit zwaaide hij zijn benen om en om tot aan zijn kruin omhoog. De knie en spieren die zijn carrière in het honderd schopten, leken niet te protesteren.

Na een slechte reeks wedstrijden was de aanstaande terugkeer van Afellay in het veld een perfecte afleidingsmanoeuvre voor PSV. Vergeten was de wankele verdediging, de cryptische antwoorden van de coach en het intern gehouden gefoeter.

Afellay als wonderpil tegen migraine.

Mark van Bommel gaf het sein: hij mocht invallen. Afellay wandelde terug naar zijn stoeltje op de tweede rij van de reserves. Voorovergebogen begon hij aan zijn veters te rommelen. Afellay bleef lang in die houding, als een debutant met zenuwen. De veters kruislings door de gaten of recht? Enkele of dubbele knoop? Uiteinden los of tussen kous en schoen gepropt?

De trainingsbroek ging uit. De benen van Afellay verschenen aan de zijlijn. Deze benen stonden met oranje kousen op toernooien, hielden een balletje hoog bij de presentatie in Camp Nou, rilden van de kou bij vriespotjes met Stoke City, lagen onder narcose in operatiekamers en woelden vroeger met donshaartjes op de huid onder een dekbed in Overvecht.

In zijn jeugd maakte hij dagelijks een wereldreis met de trein van Utrecht naar Eindhoven. Een paar jaar later stak hij andere jeugdspelers de ogen uit met een snelle auto. Weer later speelde hij in Spanje, Griekenland en Engeland.

Afellay tikte de top aan maar bleef er te kort.

„Ik ben 33 jaar en ik kom van heel ver en ben uit de dood opgestaan”, zei hij na afloop van zijn invalbeurt, na twee jaar blessureleed. Tien minuten deed hij mee, vijftien keer raakte hij de bal. Eenvoudige tikjes naar links en rechts en één mislukt schot waar hij zelf nog het hardst om moest lachen.

Dit was zijn rentree in Nederland. Het voelde niet als een nieuwe start, eerder als het begin van een naderend einde. Voorlopig won het kippenvel van de melancholie.

De schouders van Ibi waren te ver bij me vandaan om er weer een flinke tik op te geven.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.