Telecombedrijf Ericsson schikt voor miljard dollar in corruptiezaak

In een Amerikaanse corruptiezaak treft het Zweedse Ericsson een schikking omdat het in vijf landen onder meer steekpenningen betaalde aan overheidsfunctionarissen.
Het Zweedse telecombedrijf Ericsson heeft tussen 2000 en 2016 in verschillende landen steekpenningen betaald.
Het Zweedse telecombedrijf Ericsson heeft tussen 2000 en 2016 in verschillende landen steekpenningen betaald. Foto Jonathan Nackstrand/AFP

Het Zweedse telecombedrijf Ericsson heeft een schikking van ruim 1 miljard dollar (900 miljoen euro) getroffen in een Amerikaanse corruptiezaak. Dat maakte het Amerikaanse ministerie van Justitie vrijdag bekend. Het bedrijf bekende schuld en wordt de komende drie jaar extra gecontroleerd door een onafhankelijke partij.

Ericsson is schuldig bevonden aan corruptie in vijf landen: China, Djibouti, Indonesië, Koeweit en Vietnam. Tussen 2000 en 2016 heeft het telecombedrijf zich schuldig gemaakt aan het betalen van steekpenningen en valsheid in geschrifte. Ook was er bij Ericsson een gebrek aan een goedwerkende interne controle op de boekhouding en werden externe partijen ingezet om steekpenningen te betalen aan overheidsfunctionarissen. Dat blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse justitie en belastingdienst en beurswaakhond SEC.

In een reactie laat de bestuursvoorzitter van Ericsson, Börje Ekholm, weten „teleurgesteld” te zijn in „de tekortkomingen uit het verleden”. Volgens Ekholm, die sinds 2017 bestuursvoorzitters is, toont de schikking aan „dat we niet altijd aan onze normen hebben voldaan om op de juiste manier zaken te doen”.

Eerder maakte Ericsson al bekend mee te werken aan het Amerikaanse onderzoek. Bedrijven met Amerikaanse dochterondernemingen of beursnoteringen, zoals Ericsson, kunnen ook in de VS voor worden vervolgd. In september zette het Zweedse bedrijf 12 miljard Zweedse kronen (1,12 miljard euro) opzij voor een mogelijke schikking.