Brieven

‘Maak Den Haag hoofdstad Nederland’

Een van de panden van Hudson’s Bay aan het Rokin die voor het einde van dit jaar leeg zullen staan.
Een van de panden van Hudson’s Bay aan het Rokin die voor het einde van dit jaar leeg zullen staan. Foto Levin & Paula

Panden Hudson’s Bay

Den Haag de nieuwe hoofdstad?

Professor Hemel wil dat de provincie Noord-Holland zich gaat vestigen in Amsterdam, de stad „die de toekomst heeft” en zich niet langer „schuil houdt” in Haarlem (‘Provinciehuis naar het Rokin’, 30 november). Een interessante gedachte. Maar mag ik de heer Hemel er op wijzen dat beleg en inname van Haarlem in 1572-1573 (u weet wel, waarbij Haarlemse soldaten ruggelings samengebonden in het Spaarne werden gedumpt) mede mogelijk werden gemaakt door Amsterdams geld en Amsterdamse scheepsruimte? Enig respect voor het voormalige slachtoffer zou misschien op zijn plaats zijn.

Een zinvoller verschuiving: maak nou eindelijk Den Haag tot de officiële hoofdstad van Nederland (wat het al eeuwen in feite is). Provinciehoofdstad van Zuid-Holland zou dan Rotterdam kunnen worden, het grootste stedelijke gebied van het land. En wat de toekomst van Amsterdam betreft: bij extrapolatie van de huidige getallen zal over zo’n 25 jaar de laatste Amsterdammer de stad verlaten hebben. Wat een toekomst!

Amsterdam

Reken op langdurige leegstand

Het lijkt erop dat maar één van de plannenmakers met z’n benen op de grond blijft. De rest heeft overduidelijk geen idee van wat deze panden gekost hebben; en de Zwitserse eigenaar, een verzekeraar, en Hudson’s Bay, dat nog jaren garant staat voor de huur, zullen een zo hoog mogelijke opbrengst willen zien. Alleen Etienne van Unen, die dan ook bij een vastgoedinvesteerder werkt, komt met een praktisch plan. De rest zijn luchtfietsers – maar dat past waarschijnlijk beter bij het huidige gemeentebestuur, dus reken maar op langdurige leegstand.

Roep dit pretpark een halt toe

Met ‘food, beverage en leisure’ kun je de grachten dempen in Amsterdam. Op de zoveelste luxueuze ‘experience’ zitten de meeste bewoners volgens mij niet te wachten. En evenmin op een symbool voor de metropoolregio en het huisvesten van horden ambtenaren uit de provincie – na het beoogde tweede toeristencentrum op de Zuidas alweer een ondoordacht en contraproductief idee van Zef Hemel. Ik stem op het meest toekomstgerichte plan: dat van Cody Hochstenbach. Een uitgelezen kans om te laten zien dat het mogelijk is de vergaande commercialisering en waardemaximalisatie, waardoor de stad in een onbewoonbaar pretpark verandert, een halt toe te roepen. De combinatie van betaalbare huisvesting, servicefuncties en kunst op een prachtige locatie in de binnenstad zou een mooi en nuttig experiment zijn. Daar moet je wat voor over hebben als gemeente. Wat het zou kunnen opleveren is niet alleen een wooncoöperatie, maar ook nieuw perspectief voor de stad.

Hoogbouw

Bas Kok negeert nadelen hoogbouw

Hoogbouw is duurzaam, stelt Bas Kok in NRC (21 november) zonder enige toelichting. Hoge gebouwen vangen veel wind en vergen daarmee onevenredig meer materiaal voor een stevige constructie. Die krachtige wind zorgt voor meer afkoeling en daarmee een hoger energiegebruik. Met een soepele parkeernorm vergt hoogbouw ook veel parkeerruimte, vaak enkele ondergrondse lagen, die in onze bodem nogal kostbaar en milieubelastend is. Hoe hoger het pand, hoe meer nadruk op energie vragend (snel) verticaal transport. Ook de brandveiligheid eist betere voorzieningen; na de brand in Londen werd dat nog eens pijnlijk duidelijk. Dat alles maakt hoogbouw onduurzaam. Het stuk van Bas Kok mist ieder steekhoudend argument voor de beweerde duurzaamheid.

Ook de nadelen van hoogbouw in de directe omgeving negeert hij. Naast schaduw zorgt hoogbouw voor een slecht windklimaat: niet alleen meer krachtiger wind, maar vooral de gevaarlijke onverwachte windvlagen rondom hoge gebouwen.

Vaak krijgt bij hoogbouw de begane grond weinig aandacht. Die wordt gezien als slechts een van de vele bouwlagen, nauwelijks aantrekkelijk voor passanten. De Zuidas is een treffend voorbeeld.

Hoogbouw maakt hoge dichtheid mogelijk en schept ruimte voor openbaar groen, schrijft Bas Kok. Het alternatief plan voor de Sluisbuurt toont dat ook zonder hoogbouw een hoge dichtheid mogelijk is. De omvang van openbaar groen is vooral het resultaat van de inrichting van de openbare ruimte en de rol die de auto daarin speelt. De bebouwingsvorm is minder van belang. De Zuidas laat zien dat hoogbouw vaak tot een stenige omgeving leidt: zijstraten fungeren vooral als in- en uitrit voor de parkeerkelders en voor laad- en losruimte; een onaangename verblijfsruimte.

Voor Bas Kok is hoogbouw een baken in de stad. Bij goed ontworpen hoogbouw kan dat zo zijn, voor een hoogbouw-wijk niet. Weinigen zien de Zuidas als een baken. Zelfs de Stichting Hoogbouw heeft oog voor de nadelen van hoogbouw, die Bas Kok blijkbaar niet ziet of wil zien.

Zorg voor spectaculaire hoogbouw

Ik kan helemaal mee gaan in dit artikel, maar zie gelijk ook een groot probleem: van alle torens die de afgelopen 20 jaar in Amsterdam zijn neergezet vind ik geen enkele toren architectonisch interessant. Geen futuristische ontwerpen zoals te zien in New York, Shanghai, Dubai, om maar een paar steden te noemen. In Nederland moeten er altijd te veel compromissen gesloten worden. Wat dan uiteindelijk een uitgekleed resultaat oplevert. Daarnaast worden er dan om financiële redenen – er moet wel goed aan verdiend worden door architecten en investeerders – materialen gebruikt die goedkoop zijn c.q. lijken en/of een oninteressante uitstraling hebben.

Als je dan terug wilt grijpen naar de 17de-eeuwse hoogbouwtraditie: prima, maar zorg dan ook voor spectaculaire gebouwen. Net zoals de meeste grachtenpanden in Amsterdam, die tot de dag van vandaag blijven imponeren, ook al fiets je er voor de 1000ste keer langs.

De Bijlmer spreekt toch boekdelen

Veel gehoorde argumentatie tegen hoogbouw is het ontbreken van menselijke maat: er is geen verbinding met het straatniveau en daardoor ontbreekt sociale cohesie, met alle gevolgen van dien. Wat dit in de oorspronkelijke Bijlmer heeft opgeleverd spreekt boekdelen.

Misschien is hoogbouw een goede oplossing om twintigers in te huisvesten, maar hoe kan je je kinderen buiten laten spelen als je niet een oogje in het zeil kan houden? En hoe leuk is het voor ouderen die noodgedwongen een wat meer teruggetrokken leven leiden, en zo nog minder van het leven van alledag meemaken?

Wat mijn eigen ervaring betreft: ik heb zelf veel in hoge kantoortorens gewerkt en het viel mij op dat als het ook maar een beetje heiig is, alle uitzicht wordt ingewisseld voor een blinde witte muur.