Opinie

De euro kan Europa beschutten

In Europa

Hoe meer Donald Trump internationale bijeenkomsten reduceert tot niveau kleuterklas, hoe meer de Europese deelnemers thuiskomen met het gevoel dat de wereld met de dag instabieler en gevaarlijker wordt en dat we het eigenlijk zo slecht nog niet hebben in Europa. Zo wordt de Europese Unie, ooit ieders favoriete pispaal, een soort reddingsboei.

Door het gedrag van Trump, Poetin, Islamitische Staat, Chinese staatsbedrijven en een stoet anderen krijgt l’Europe qui protège langzaam vorm. Het is pompen of verzuipen. De lidstaten zijn bezig allemaal dingen op te tuigen waar ze nooit zin in hebben gehad: een grenswacht van tienduizend man, Europese defensie-initiatieven, Europees industriebeleid en – jawel – een sterkere rol voor de euro.

Debatten over de NAVO en Europese defensie hebben afgelopen maanden zulke schilderachtige vormen aangenomen dat je over de euro minder hoort. Maar onze munt is wel degelijk een instrument dat Europa kan helpen beschutten.

De Amerikaanse terugtrekking uit de nucleaire deal met Iran, waar iedereen zich tot dan toe keurig aan hield, maakte dat in mei 2018 voor het eerst pijnlijk duidelijk. Europese bedrijven die handel dreven met Iran, hingen ineens geldboetes boven het hoofd. Wat die bedrijven deden, was compleet legaal. Het was volgens de nucleaire deal zelfs de bedoeling dat ze handelden met Iran: economische deals waren de ‘beloning’ als Iran sommige nucleaire activiteiten staakte en andere terugschroefde.

Alle bedrijven die internationaal actief zijn, gebruiken ’s werelds eerste reservemunt: de dollar. Ook banken zijn op de dollar aangewezen: de meeste valutatransacties ter wereld lopen via de dollar. Zo maakte Washington, met zijn eenzijdige terugtrekking uit een functionerend internationaal verdrag, het de Europeanen onmogelijk om ermee door te gaan. Enkel en alleen omdat de dollar machtiger is dan de euro.

Het is die politieke afhankelijkheid die de Europeanen nerveus maakt. Met Trump, what’s next?

Nu hebben de Europeanen een parallel betalingssysteem voor Iran opgezet, Instex, om de dollar te omzeilen. Dat functioneert slecht. Grotere Europese bedrijven zijn als de dood om met Iran geassocieerd te worden – sinds BNP Paribas in 2014 een Amerikaanse boete kreeg van 9 miljard, kijkt iedereen wel uit. Toch gaan we met Instex door, als politieke geste: zo houden we ons formeel aan de afspraken en is er een kansje dat Iran dat deels ook blijft doen. Dan is er misschien nog iets van de deal over, als Trump niet herkozen wordt. Als, als.

Zo houdt Europa het naoorlogse systeem van internationale verdragen en akkoorden overeind: houtje-touwtje. We staan machteloos omdat we afhankelijk zijn van de dollar.

Daarom zei Commissievoorzitter Juncker vorig jaar: „De euro moet het gezicht en instrument worden van een nieuw, meer soeverein Europa.” Europa betaalt 80 procent van de energie die het importeert in dollars, zei hij, terwijl maar 2 procent ervan uit de VS komt. Sindsdien stelt de Commissie meer contracten in euro’s op. Het Russische Rosneft heeft alle contracten omgezet naar euro’s.

Volgens de Europese Centrale Bank steeg het gebruik van de euro wereldwijd in 2018 met 1,2 procent. 20,7 procent van alle transacties gaat in euro’s (en 61,7 procent in dollars en 5,2 procent in yens). Hard gaat het dus niet, met de de-dollarisering. Het zou harder gaan als de euro een echt budget had en eurobonds, als de bankenunie steviger was en Europese financiële markten minder gefragmenteerd. Dat maakt de euro aantrekkelijker voor beleggers. Eurolanden steggelen hier al jaren over. Deze week schoven ze besluiten weer voor zich uit.

Maar uiteindelijk is dit wel waar het heen gaat. Ook voor minister Hoekstra, met afstand de hardste onderhandelaar in Brussel. Als grootmachten hun munt als wapen gaan gebruiken, heb je niet zoveel keuze meer.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.