Opinie

Zonder koolstofheffing geen stevig klimaatverdrag

Koolstofprijs Een klimaatverdrag dat zich richt op een internationale koolstofheffing waarborgt dat alle landen strenger beleid gaan invoeren, stelt . Hij schetst een alternatief voor het op vrijwilligheid gebaseerde klimaatakkoord van Parijs.
Oliewinning in Mexico
Oliewinning in Mexico Foto Reuters

De concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer stijgt gestaag door, ondanks het Klimaatakkoord van Parijs. Deze conclusie uit een recent rapport van de Wereld Meteorologische Organisatie hoeft niemand te verbazen. Een fundamentele tekortkoming van het akkoord is dat het deelnemende landen vrij laat in het bepalen van het eigen klimaatbeleid. Het is dus eigenlijk helemaal geen echt verdrag.
De onzekerheid over het beleid van andere landen, die zit ingebakken in ‘Parijs’, wakkert bij bedrijven, kiezers en politici de vrees aan voor eenzijdig streng klimaatbeleid. Om aantasting van de exportpositie te voorkomen worden exportsectoren vaak uitgezonderd van het strenge beleid. En omdat internationale handel zo’n 30 procent uitmaakt van het wereld-bbp, zal dus een vergelijkbaar aandeel van mondiale CO2-emissies zwak of ongereguleerd blijven.

Harmonisatie

De sleutel tot een strenger nationaal klimaatbeleid is daarom wereldwijde harmonisatie. Als eerste stap is het raadzaam om internationale onderhandelingen tijdens VN-klimaattoppen, zoals nu in Madrid, te heroriënteren op een instrument dat opportunisme en vrees voor exportschade van landen indamt.
Een heffing op koolstof in brandstoffen, en dus indirect op de CO2-emissies die ontstaan door verbranding, is de beste keus aangezien het garandeert dat alle landen zich richten op hetzelfde, uniforme instrument. Ieder land aanvaardt dan eerder een ambitieus beleidsniveau, omdat het weet dat dit equivalent zal zijn met andere landen.
Een alternatief instrument, zoals een systeem van technische normen, is verre van voldoende. Het wordt al snel ingewikkeld gegeven het enorme aantal technologieën dat de moderne wereld kent. Men moet rekenen op forse weerstand van direct getroffen industrieën en landen. Zo zal Duitsland waarschijnlijk strenge emissienormen voor luxe auto’s tegenwerken. En lager energiegebruik en gerelateerde kostenbesparing van nieuwe, genormeerde technologieën blijkt bovendien vaak een ‘rebound effect’ te veroorzaken – potentiële emissiereductie gaat deels verloren door intensiever gebruik.

Effectief

Door een prijs op elk koolstofatoom in brandstoffen te zetten biedt een koolstofheffing de meest nauwkeurige en effectieve regulering van CO2-emissies in zowel de productie- als consumptiefasen van alle producten en diensten. Dit mechanisme beïnvloedt niet alleen de aankoop en het gebruik – wat een rem zet op rebound – van koolstofarme alternatieven door huishoudens en bedrijven, maar versnelt ook koolstofarme innovaties.
Bovendien genereert een CO2-heffing inkomsten waarmee arme huishoudens en ontwikkelingslanden kunnen worden gecompenseerd voor hogere levenskosten. Andere instrumenten zijn minder rechtvaardig. Subsidies voor zonne-energie of elektrische auto’s komen bijvoorbeeld ten goede aan meer bemiddelde huishoudens, terwijl ze de staatskas alleen maar geld kosten.
Een koolstofprijs is per definitie economie-breed, omdat geen sector ontsnapt aan een directe heffing op koolstof in brandstoffen en indirect op elektriciteit. Dit is ook de enige manier om betaalbare emissiereductie van broeikasgassen te garanderen aangezien alle vervuilers worden geconfronteerd met een consistent prijskaartje van emissies over de gehele productieketen.

Klimaatclub

Ondanks alle voordelen is het onwaarschijnlijk dat zo’n internationale CO2-heffing er snel zal komen. Leveranciers van fossiele brandstoffen, zoals Saoedi-Arabië en Rusland, zullen zich hevig verzetten. Om te beginnen zou een coalitie van gelijkgestemde landen een uniforme heffing kunnen invoeren in combinatie met een uniform CO2-tarief op importen uit derde landen met een zwak klimaatbeleid. Dit leidt tot morele en economische druk, waardoor zo’n klimaatclub gestaag kan uitbreiden.

Lees ook: Prominente steun in de VS voor een CO2-taks

Deelname van de VS, de EU en China zou ideaal zijn. Maar gezien de afwijzing van het Parijs-akkoord door de Amerikaanse overheid is een creatieve oplossing vereist. Eén optie is om de club open te stellen voor sub-nationale staten. Volgens een recente studie tonen 31 Amerikaanse staten reeds grote ambitie in klimaatbeleid, of steunen in sterke mate op internationale handel met Europa en China. Daarmee zou naar schatting 70 procent van de Amerikaanse uitstoot onderdeel kunnen worden van deze klimaatclub.
Een andere optie is dat landen op de klimaattop afspreken om enkele jaren een experiment uit te voeren met een uniforme koolstofheffing, die later geëvalueerd en zo nodig aangepast kan worden. Uit studies blijkt dat een deel van de tegenstanders van beleid overstag gaat als ze eenmaal hebben ervaren dat het werkt.
Al met al is een koolstofprijs het beste in staat om een soepele transitie naar een koolstofvrije economie te realiseren. Geen ander instrument deelt al haar voordelen.

Jeroen van den Bergh is hoogleraar Milieueconomie aan de Vrije Universiteit en ICREA hoogleraar aan de Autonome Universiteit van Barcelona

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.