Zeg maar eens nee tegen een ‘gratis’ onderzoeker uit China

Buitenlandse wetenschappers Universiteiten tobben met onderzoekers uit landen met andere waarden. Dat leert de zaak van de Chinese dna-expert in Rotterdam.

Oeigoerse vrouwen.
Oeigoerse vrouwen. Foto Wu Hong/EPA

Dat was even schrikken voor Nederlandse universiteiten toen woensdag bekend werd dat een Chinese deeltijdmedewerker van het Erasmus MC betrokken was bij het samenstellen van een dna-databank van Oeigoeren, een in China vervolgde minderheid. Het Erasmus MC liet weten dat het dna-onderzoek geen rol speelde in zijn Rotterdamse publicaties, maar de kwestie drukte Nederlandse universiteiten nog eens met hun neus op de feiten: hoe ga je om met bezoekende onderzoekers uit een land waar Nederlandse (wetenschappelijke) normen en waarden niet vanzelfsprekend zijn?

Chinezen zijn samen met Amerikanen de grootste groep niet uit de EU afkomstige buitenlandse wetenschappers in Nederland. Veel Chinese promovendi komen met een beurs, hun salaris is dus al betaald. Zeg daar maar eens ‘nee’ tegen. Om universiteiten van dienst te zijn, stelde het Den Haag Centrum voor Strategische Studies op basis van tientallen interviews met bestuurders en wetenschappers dit voorjaar een checklist op voor samenwerkingen met Chinese academische en kennisinstellingen. De Nederlandse antropoloog Frank Pieke, directeur van het Mercator Institute for China Studies in Berlijn, was een van de auteurs van dit rapport. Hij zegt dat Nederlandse universiteiten zich niet voldoende bewust zijn van de gevaren van samenwerking met China.

Lees ook: Wat wil China met het dna van Oeigoeren?

AIVD

„Maar het bewustzijn stijgt heel snel. De vraag is wel in hoeverre dit ook op lagere niveaus binnen de universiteiten doordringt. Het probleem is dat universiteiten nog steeds de neiging hebben om veiligheidrisico’s van onderzoek op het bordje van de overheid te leggen, zonder te erkennen dat een gezamenlijke aanpak nodig is.”

De aanbevelingen van Pieke vallen in drie categorieën uiteen: agendasetting (als de Chinezen bepalen, zullen ze meer ‘halen’ dan ‘brengen’), academische vrijheid (Chinees onderzoek dient een economisch of politiek doel, soms oneigenlijk) en kennistransfer (export van onderzoeksresultaten kan economische en veiligheidsbelangen schaden). De Rotterdamse kwestie raakt aan het laatste punt. Pieke: „Ik denk dat dit soort zaken te vatten is in protocollen als er vooraf duidelijke regels zijn die voorschrijven dat onderzoek ook getoetst moet worden aan zijn waarschijnlijke toepassingen, zowel militair als civiel, en of die binnen het VN-mensenrechtenraamwerk te billijken zijn.”

Hoe denken andere universiteiten hierover? Van buitenlandse onderzoekers die aan de TU Delft willen komen werken, worden zeker de antecedenten nagetrokken, zegt woordvoerder Karen Collet. „Maar we zijn de AIVD niet. Er zijn grenzen aan wat we kunnen doen. Wij hebben een taak, maar de overheid ook.”

De TU Delft screent iedereen, zegt Collet, maar bij mensen uit een land als China is de universiteit extra alert. „Het is duidelijk dat er bij Chinezen een risico kan zijn op het oneigenlijk gebruik van onderzoeksresultaten. Maar laat ik voorop stellen: er komen heel goede wetenschappers uit China met wie we goed samenwerken volgens de Nederlandse wetenschappelijke mores.”