Wat je ook ziet bij autisme: geluk

Zap In DWDD pleitte Romana Vrede voor een veel empathischer blik op autistische kinderen. In de documentaire ‘Dit is de leven’ demonstreert ze een levensfilosofie die nog veel verder reikt.
Romana Vrede met haar zoon Charlie in de documentaire van DWDD: Dit is de leven.
Romana Vrede met haar zoon Charlie in de documentaire van DWDD: Dit is de leven. Beeld BNNVARA

Van alle mensen die regelmatig als tafelheer of tafeldame te gast zijn in De Wereld Draait Door is Romana Vrede de prettigste. De actrice laat zich nooit opjagen door het razende ritme van het programma, maar vertelt ernstig en betrokken wat ze te zeggen heeft. Ze spreekt met de autoriteit van iemand die de indruk wekt alleen op televisie te willen als ze iets van belang te melden heeft. Misschien zit daar inbeelding bij, een actrice weet immers heel goed hoe ze haar woorden zo krachtig mogelijk bij de toeschouwer brengt.

Donderdag had Vrede heel veel te zeggen; in plaats van een reguliere uitzending (die midden op pakjesavond zou vallen) bracht DWDD de door Simonka de Jong geregisseerde documentaire Dit is de leven. Daarin pleit Vrede voor een andere, veel empathischer blik op autistische kinderen.

Bijna altijd als het op televisie over autisme gaat, ligt de nadruk op problemen en onmogelijkheden, zegt Vrede. Terwijl zij in de loop der jaren juist naar haar (non-verbale en autistische) zoon van zeventien leerde kijken als een onafhankelijk individu, niet als afwijking van een norm. Een god in zijn eigen wereld. Hij doet haar alledaagse zaken met nieuwe ogen beschouwen: „Charlie kan nu zijn veters strikken, dat is een kunstwerk om te zien!” riep ze uit in het inleidende gesprekje met Matthijs van Nieuwkerk.

Dit is de leven werd zo een film met een kijkopdracht, het soort instructie waar je misschien wel een kunstenaar-moeder als Vrede voor nodig hebt. Kíjk gewoon naar die kinderen. Zo was er Beer, een jongen van een jaar of vijftien wiens leven draait om cijfers. Hij scheurt ze uit papiertjes – en gooit ze dan snel weer weg; het had zo een artistieke performance over feit en vluchtigheid kunnen zijn.

Regelmatig gaat Beer met zijn moeder naar de feestartikelenwinkel, waar zij een cijferballon voor hem koopt. Over Beers schouders zie je hoe de hele zaak vol feestcijfers staat (ballonnen, plakcijfers, slingers, jubileumborden) die prompt tot leven komen. Welbeschouwd is een cijfer natuurlijk een wonder. Beer: „Ik heb een prachtige één gekregen.” Geconcentreerd springt hij met zijn ballon op en neer, terwijl hij alledaagse zinnen met cijfers erin declameert.

Even wonderlijk is de wereld van de elfjarige Aiden. Zijn leven draait om handboeien. Steeds doet hij ze om en weer af, tientallen slingeren er aan zijn broek, zelfs de hond heeft op een gegeven moment boeien om zijn achterpoten. Dicht en weer open, klik-rats-klik, blijft Aiden met zijn boeien in de weer, onophoudelijk bezig om het raadsel van de handboei te doorgronden. Wat je ook ziet: geluk.

Toch is Dit is de leven niet zo zoet als het hierboven misschien klinkt. Want ondanks de instructies identificeer je je ook met de familieleden van de kinderen, die veel in hun bestaan moeten aanpassen. De reusachtige Job bijvoorbeeld speelt schitterend met modder en water, maar kan ook ogenschijnlijk gedachteloos zijn kleren aan flarden scheuren, op dingen slaan als hij boos is. Of op mensen.

Vrede zien we in de film onder een dekentje op de bank met Charlie, terwijl ze hem verhalen vertelt en door zijn haren kroelt. De film ontleent zijn titel aan het moment waarop Vrede door al haar zorgen heen zag dat Charlie gelukkig was met zijn bestaan. „De eerste jaren denk je steeds: doe normaal, doe normaal!” zegt Vrede. „Terwijl ik nu denk… Gedraag je als de ander… tsss! Gedraag je in godsnaam als jezelf.” Daar schiet Vrede even vol.

Intussen heeft ze een levens- en opvoedles uitgesproken die verder reikt dan de wereld van kinderen met autisme.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.