Veel mensen willen ‘iets goeds doen’ (maar liefst niet voor vast)

Nationale Vrijwilligersdag Veel Amsterdammers doen vrijwilligerswerk, ook steeds meer jonge mensen. Die laatste groep wil zich niet binden, maar helpen wanneer het hen uitkomt. ‘Veel verpleeghuizen hopen op vrijwilligers.’

Vrijwilliger Co van Melle, ook wel dokter Co, gaat langs bij een tentenkamp waar een groep asielzoekers woont.
Vrijwilliger Co van Melle, ook wel dokter Co, gaat langs bij een tentenkamp waar een groep asielzoekers woont. Foto Dieuwertje Bravenboer

Een hond uitlaten, bijles geven of een maatje zijn voor een puber: het zijn voorbeelden van de meest geliefde vrijwilligersactiviteiten onder Amsterdammers. Wanneer dier en kind worden gecombineerd slaat de teller zelfs op hol: „We hebben eens een project gehad waarin mensen hun huisdier meenamen naar een kinderziekenhuis. Nog nooit was een vacature zo populair, er was een overschot aan aanmeldingen”, vertelt Simone Timmer, communicatieadviseur van de Vrijwilligers Centrale Amsterdam.

De organisatie koppelt sinds dertig jaar mensen die zich onbezoldigd willen inzetten aan stichtingen, verenigingen en buurtinitiatieven. Inmiddels staan er 150.000 ‘matches’ op de teller. De wijze waarop die matches tot stand komen is de afgelopen decennia wel veranderd: waar het er vroeger meer ‘live’ aan toe ging met intakegesprekken, is een groot onderdeel van VCA de online vacaturebank geworden – mensen kunnen daar zelf rondkijken of er iets van hun gading bijzit.

Uit het tweejaarlijks onderzoek van de gemeente Amsterdam ‘De Staat van de Stad’ blijkt dat 39 procent van de Amsterdammers zich in 2018 gratis heeft ingezet voor een ander, een stichting of instelling. Dat is bijna 10 procent meer dan het landelijk gemiddelde. Timmer denkt te weten hoe dit komt: „De stad heeft een grote diversiteit aan mensen, van student tot migrant, daaronder zijn velen die iets voor een ander willen doen. Ook het enorme aanbod in Amsterdam van cultuur, een populaire branche onder vrijwilligers, werkt mee aan het hoge percentage.”

Een van mijn patiënten lachte me in de metro zo enthousiast toe; daar teer ik dan de hele dag op

Co van Melle Straatdokter

Opvallend: veel expats geven graag tijd aan de stad en haar bewoners. Timmer: „Ze willen Amsterdam en hun nieuwe stadsgenoten leren kennen, hebben zelf meestal alleen een internationaal netwerk. Ook zijn het vaak de niet werkende partners van expats die hun tijd nuttig willen besteden.” Volgens Timmer doen ook veel van de ‘autochtone’ Amsterdammers vrijwilligerswerk om – naast ‘iets goeds willen doen’ – het eigen netwerk te vergroten.

Eenmalige klussen

Dat laatste speelt minder bij NL Cares, de tweede grote organisatie die in Amsterdam bemiddelt: deze organisatie (ook actief in Rotterdam, Den Haag en Utrecht) richt zich voornamelijk op eenmalige klussen. Over heel 2018 is er via NL Cares bijna 22.000 uur aan werk verzet door Amsterdamse vrijwilligers. „Veel stadgenoten willen zich inzetten zonder vast te zitten aan een dag of paar uur in de week. Ze willen helpen wanneer het hen uitkomt”, zegt directeur Astrid Wassenaar. Opvallend is dat veel jonge mensen bij hen aankloppen. Wassenaar: „Het beeld dat vooral de gepensioneerde met veel tijd zich inzet, moet worden bijgesteld. Denk bijvoorbeeld ook aan mensen die zich sterk maken voor hun (sport)vereniging of studenten van een sociale studie die door middel van vrijwilligerswerk aan hun cv werken.”

NL Cares richt zich alleen op de menselijke kant van vrijwilligerswerk: van pakketten uitdelen bij de Voedselbank tot taalles aan een nieuwe Amsterdammer. „Wij vinden het mooi om verbinding tussen mensen te faciliteren die normaal niet zo snel met elkaar in contact komen. Vooral samen iets dóén, zorgt voor die connectie. Zo organiseren we volgend jaar ook zogeheten ‘social clean-ups’, waarin vrijwilligers samen met allerlei doelgroepen, van mensen met een beperking tot ouderen of nieuwkomers, hun handen uit de mouwen steken en samen de stad opruimen.”

De maand december weet NL Cares vaak het best te vullen: de barmhartigheid wordt bij de Amsterdammer het meest aangesproken in de feestmaand. Maar ook dan – zij het minder dan in de rest van het jaar – blijven er wensen onvervuld. Gezelschap bieden aan eenzame ouderen, door een wandeling te maken of een spelletje te doen, is zowel een populaire als vaak openstaande vacature, bij zowel VCA als NL Cares. Wassenaar: „Zorgmedewerkers hebben weinig tijd om één op één aandacht te geven aan hun cliënten. Veel verpleeghuizen hopen het tekort te vullen met vrijwilligers, wij doen ons best aan die vraag te beantwoorden. Iedereen die dit aanspreekt: wees welkom op ons platform.”

Zaterdag 7 december: de Eerste Amsterdamse Tijdveiling; een bijeenkomst in de Beurs van Berlage waar het publiek kan bieden op items als een gesigneerde Ajax-bal of een hotelovernachting door uren beschikbaar te stellen voor Amsterdamse maatschappelijke organisaties. Met o.a. Sjors van der Panne, Kasper van Kooten, geluksprofessor Meike Bartels en de Kids van Amsterdam Oost. Vanaf 15.00 uur, Damrak 243, Amsterdam. Toegang gratis.

Straatdokter – ‘Ik kan erg goed blij zijn met kleine dingen’

Gepensioneerd bibliothecaris en basisarts Co van Melle (83) is straatdokter voor daklozen en vluchtelingen.

Foto Dieuwertje Bravenboer

„Gister heb ik de halve dag in het ziekenhuis gespendeerd; ik ging mee met Abdul, een vluchteling die bij de poging een woning te kraken zijn been brak. Hij is een van de mensen van We Are Here, een groep uitgeprocedeerde asielzoekers die mij oppiepen als er iets medisch aan de hand is. Ik spring dan op de fiets met mijn dokterstas. In dit geval kon ik zelf weinig doen, dus begeleidde ik hem naar en in het ziekenhuis.

Op vrijdagen heb ik een dagdeel spreekuur, dan word ik geassisteerd door een andere vrijwilliger. Zij helpt vooral met administratieve en procedurele zaken. Zo probeerden we onlangs een depressieve, suïcidale dakloze in de crisisdienst van de GGZ te laten opnemen. Soms hecht ik iemand, een andere keer verwijs ik door of schrijf ik wat voor als pijnstillers. Ik word wel eens geflest door drugsverslaafden; dan hebben ze bij meerdere artsen om een recept gevraagd.

In 2012 was ik fietsenmaker bij de diaconie van de kerk. Daar ving ik voor het eerst een groep vluchtelingen op die bij ons aanklopte; dat groeide uit tot wel 200 man. Sindsdien ben ik ook hun arts, ik was dat al voor andere onverzekerden.

Als ik niet op pad ben met mijn dokterstas, ben ik thuis met mijn vrouw en zoon van 17. Ik treed ook af en toe op als pianist en organist in kerken en bejaardenhuizen.

Natuurlijk geef ik als straatarts meer dan ik ontvang. Maar ik kan erg goed blij zijn met kleine dingen. Zo kwam ik gister een van mijn patiënten tegen in de metro, een onvermoeibaar opgewekte Surinaamse vrouw. Zij lachte me zo enthousiast toe; daar teer ik dan de hele dag op.”


Voorlezen aan demente ouderen – ‘Ik merk dat de boeken hen terugbrengen naar hun jeugd’

Ellen Röhrman (71), actrice, leest voor bij verpleeghuis Vreugdehof aan ouderen met dementie.

Foto Dieuwertje Bravenboer

„Elke keer weer kom ik een stukje vrolijker uit het voorleesuur. Dat komt door de bewoners, maar ook door de mensen die er werken. Jolanda, mijn contactpersoon die op de afdeling met de scepter zwaait, is heel betrokken. Samen met haar en nog een vrijwilliger zoek ik de verhalen uit. Door vallen en opstaan zijn we er nu achter dat jongensboeken het beste werken: verhalen als Dik Trom, Pietje Bell en De Kameleon, daar smullen de bewoners van. En dat terwijl de groep alleen uit vrouwen bestaat. Ik merk dat de boeken hen terugbrengen naar hun jeugd. Ik stel dan ook wel eens vragen tussendoor. ‘Wat voor stoute dingen deed u?’ of ‘Wat aten jullie vroeger?’

Ik zocht al een tijdje naar vrijwilligerswerk, maar kwam geen geschikte baantjes tegen – computerles of financiën is niks voor mij. Toen kwam ik een vriend tegen, die als vrijwilliger werkte bij Vreugdehof. Hij stelde voor dat ik er zou komen voorlezen, want dat deed nog niemand. ‘Dat kan ik!’, dacht ik meteen. En het leek me ook heel erg leuk. Ik kan er natuurlijk ook een beetje mijn beroep als actrice in kwijt.

Ik lees een stuk of twaalf oudere dames voor, de reacties zijn vaak enig. Een mevrouw blijft maar zeggen hoe mooi mijn krullen zijn en hoe lief ik ben. Een ander pakt altijd stevig mijn hand vast om me te bedanken. Af en toe schuifelt er een van de andere bewoners langs en roept iets in het wilde weg. Dan houd ik gewoon even stil, geef ik de ruimte. Soms valt er iemand in slaap tijdens het voorlezen. Een medewerker van Vreugdehof zei dat ik dat als compliment kan zien: de bewoner is dan compleet ontspannen.”


Koken voor demente ouderen – ‘Heel normaal, tijd geven aan anderen’

Willem Vrooland (32), organisatiepsycholoog, werkt sinds een jaar als vrijwilliger bij zorginstelling Cordaan, waar hij wekelijks kookt voor en eet met ouderen met dementie.

Foto Dieuwertje Bravenboer

„Tijdens het eten trommelt en neuriet een van de dames vaak. Andere bewoners zijn samen in gesprek, meestal praten ze totaal langs elkaar heen. Natuurlijk is dat weleens grappig. Ik lach er soms om, maar altijd met respect. Sommige ouderen herkennen mij, anderen stellen zich elke keer weer voor. Ik klets vaak wat met ze, stel dan bijvoorbeeld vragen over vroeger, dat vinden de meeste bewoners fijn. Eigenlijk zijn het altijd hele gezellige avonden, waarbij er af en toe iets ‘geks’ gebeurt. Een oudere stopt het bestek in zijn zak bijvoorbeeld, of neemt een vies bord mee naar zijn kamer.

Soms vind ik het wel moeilijk om de achteruitgang gade te slaan. Dan kan iemand opeens niet meer lopen of goed praten. Laatst overleed een bewoner, dat vond ik wel heftig.

Elke week ben ik er een dagdeel aan kwijt. In de keuken werk ik samen met een Syrische jongen, zo leert hij mensen kennen en oefent hij zijn Nederlands. Ik ben opgevoed met de waarde: zorg voor je omgeving. Voor mij is het heel normaal om tijd te geven aan een ander. Ik heb bewust gekozen minder te werken zodat ik meer vrijwilligerswerk kan doen.

Ik werk ook in de natuur: onderhoud van groen bij mij in de buurt, Zuidoost. Dit doe ik samen met allerlei mensen: sommigen zonder werk, anderen zijn eenzaam of kampen met psychisch leed. Heel gezond om buiten en met je handen bezig te zijn. Ik hoop dat ik anderen inspireer met mijn vrijwilligerswerk. Vaak hoor ik: oeh, dat zou ik ook moeten doen. Maar meestal blijft het bij de intentie.”


Kattenopvang – ‘Ik doe dit onbetaald, maar met liefde’

Estera Waas (40), werkzoekend en sinds 2013 vrijwilliger bij Stichting Amsterdamse Zwerfkatten (SAZ).

Foto Dieuwertje Bravenboer

„De katten die bij SAZ zitten zijn bijna allemaal verwilderd, schuw of hebben gedragsproblemen. Soms zijn het zogenaamde crisisdieren: dan vangen we ze tijdelijk op omdat hun baasje geen woning heeft. Ik kwam voor het eerst in aanraking met de SAZ vanwege mijn bovenburen. Ze hielden 14 katten, voor die beesten was het geen leven. Ik schakelde SAZ in, dat de dieren tijdelijk uit huis plaatste.

Dat prikkelde mij om me ook in te zetten voor de beestjes.

Ik heb zelf vier poezen en nu vier pleegkittens. Door de jonkies in huis te nemen leer je ze socialiseren. Ik speel met ze en leer ze zich veilig te voelen bij mensen.

Ik werk ongeveer anderhalve dag per week bij SAZ. Ik begon als kennelmedewerker – je houdt dan onder meer de hokken schoon –, daarna werkte ik ook op kantoor. Nu doe ik van alles wat, ik verspreid ook folders: zo maken we kenbaar in de buurt dat er een kat is gevonden. Ook help ik met ‘kattenvangen’. Dat kost veel geduld; het is ook niet ongevaarlijk, vooral moederkatten zijn fel.

Ik maak helaas schrijnende gevallen mee. Bijvoorbeeld in restaurants: ze houden de katten tegen muizen en ander ongedierte. Dierenliefde is dan ver te zoeken. Zo trof ik een keer twee katten aan in een kelder waar het 40 graden was, die beestjes zagen nooit daglicht. Uiteindelijk lukte het ons de restauranteigenaren te overtuigen dat het beter was ze mee te nemen.

Ik heb nu geen werk, voorheen had ik een baan in de gehandicaptenzorg. Maar het is altijd een kinderdroom geweest om met dieren te werken. Dat doe ik nu weliswaar onbetaald, maar met veel liefde.”