Toezichthouder: AIVD liet steken vallen bij Haga Lyceum

Salafisme Volgens toezichthouder CTIVD heeft de AIVD andere instanties terecht gewaarschuwd voor de situatie op het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Maar sommige delen van die waarschuwing waren onrechtmatig.

Het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.
Het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Foto Rob Engelaar/HH

Inlichtingendienst AIVD heeft andere overheidsinstanties terecht gewaarschuwd voor de dreigende situatie op het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam, maar heeft daarbij wel steken laten vallen. Een aantal zinnen uit een ambtsbericht en uit een inlichtingenrapportage waarin de dienst signaleerde dat leerlingen van het Haga beïnvloed kunnen worden door antidemocratische salafisten rond de school, zijn „onvoldoende onderbouwd” en daarmee onrechtmatig.

Dat schrijft de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) in een vrijdag gepubliceerd rapport. In het algemeen vindt de toezichthouder dat het verstrekken van de gegevens door de AIVD rechtmatig, noodzakelijk en proportioneel was. Toch is er kritiek op onderdelen van de verstrekte informatie die volgens de CTIVD „van wezenlijk belang” zijn „voor de algehele strekking van de inhoud” en „invloed” hebben gehad „op het beeld dat in de buitenwereld is ontstaan van de school”.

Kettingreactie

De waarschuwingen die de AIVD tussen december 2018 en februari 2019 verstuurde, waren het startschot voor een kettingreactie van interventies van verschillende overheidsinstanties. Op 7 maart publiceerde antiterrorismecoördinator NCTV delen van het ambtsbericht in een openbare brief aan de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema. Bij het Haga zouden „salafistische aanjagers” betrokken zijn die de helft van de lestijd aan de fundamentalistische islam, het salafisme, wilden besteden. Ook zou de schoolleiding in contact hebben gestaan met de Tsjetsjeense terroristische groepering ‘het Kaukasus Emiraat’. Er werd gevreesd voor „antidemocratisch” onderwijs.

De politiek reageerde fel. Onderwijsminister Arie Slob (ChristenUnie) zei de school te willen sluiten, een wens die door een groot deel van de Tweede Kamer werd gedeeld. Als gevolg van de AIVD-waarschuwing stelde de Onderwijsinspectie een intensief onderzoek in, waarbij het financieel wanbeheer aantrof en minister Slob aankondigde de financiering van het Haga op te schorten. Daarover lopen nog rechtszaken.

Het rapport van de CTIVD onderschrijft dat de salafistische aanjagers bij de school betrokken waren, maar vindt dat de inlichtingendienst „duidelijker” in haar ambtsbericht had moeten vermelden dat zij niet wist of deze aanjagers het salafistisch gedachtegoed ook daadwerkelijk uitdroegen op de school. Volgens de toezichthouder heeft het ambtsbericht wel dit beeld gewekt bij de Onderwijsinspectie en de gemeente Amsterdam. Die spreken dit zelf overigens tegen. „Wij snappen niet hoe dit in het rapport terecht is gekomen”, aldus een inspectiewoordvoerder. „Wij hadden die indruk helemaal niet en in het gesprek dat wij met de CTIVD hebben gevoerd, is het ook niet ter sprake gekomen.”

Financiering van terrorisme

En ander „onvoldoende onderbouwd” punt gaat over de vermeende banden die de schoolleiding van 2009 tot 2012 zou hebben gehad met het Kaukasus Emiraat. Volgens de CTIVD kan niet worden gesteld dat zij contact onderhielden met ‘het’ Emiraat, maar klopt het wel dat zij contact hadden met Belgische leiders van het Emiraat. Ook vermeldt het ambtsbericht ten onrechte dat de Haga-leiding in verband wordt gebracht met de financiering van de terroristische groepering.

Lees ook deze reportage over het leven op het Haga Lyceum: Omstreden school met enthousiaste leerlingen

Een tweede ambtsbericht over de financiën van de school is wel goed onderbouwd, maar had volgens de inlichtingenwet niet verstrekt mogen worden aan andere overheidspartners dan het Openbaar Ministerie.

Het is de eerste keer dat de toezichthouder de AIVD zo specifiek op de vingers tikt vanwege een ambtsbericht, zegt terrorismeonderzoeker Jelle van Buuren van de Universiteit Leiden. Volgens hem worden ambtsberichten altijd streng getoetst door een „batterij aan juristen” voordat de AIVD ze verstuurt. Hoe het dit keer toch fout heeft kunnen gaan blijft onduidelijk, zegt Van Buuren. „De CTIVD beschrijft in haar rapport dat er vanuit de contraterrorisme-eenheid bezwaren waren tegen het benoemen van de contacten met het Emiraat. De salafisme-afdeling had de informatie over die contacten kennelijk anders geïnterpreteerd. Waarom er toen niet is geluisterd naar de interne kritiek, heeft de CTIVD niet kunnen achterhalen: er zijn geen verslagen van gemaakt.”

‘Dubbele boodschap’

Van Buuren vindt het „goed” dat de toezichthouder het ambtsbericht aan een „stevige juridische toetsing” heeft onderworpen, maar vindt ook dat het rapport een „dubbele boodschap” bevat. „De toezichthouder zegt dat de kern van de boodschap van de AIVD staat als een huis, maar op subonderdelen onzorgvuldig en onrechtmatig is. Maar ook weer niet van dien aard dat het ambtsbericht moet worden teruggetrokken.”

AIVD-directeur Dick Schoof wijst er in een reactie op dat de waarschuwing ten aanzien van het Haga Lyceum „ook na het onderzoek door de CTIVD overeind” blijft staan, en zegt de geconstateerde verbeterpunten „ter harte” te nemen.

Een van de aanleidingen voor de CTIVD om het ambtsbericht te onderzoeken, was een artikel in NRC waarin bijzonder hoogleraar inlichtingenstudies Paul Abels de gang van zaken rond het Haga een „geslaagde verstoringsactie” van de AIVD had genoemd. De toezichthouder oordeelt dat „geen sprake” is geweest van verstorend of manipulatief optreden door de inlichtingendienst.