Opinie

Talkshowhost

Marcel van Roosmalen

Er werd gevraagd of ook ik wilde auditeren voor de nieuwe talkshow op de plek van Jeroen Pauw en Eva Jinek. Ik deed mijn best om het een normale vraag te vinden. Er werd wel bij gezegd dat de kans niet groot was dat dit ging slagen, maar zelf zat ik toen al op het spoor dat ik als eerste koe wel een haas zou kunnen vangen.

Een dag voordat ik moest kreeg ik alle informatie, rijkelijk laat maar alle begrip: ik was op de hoogte van de paniek achter de schermen. Voor zover ik al naast mijn schoenen zou lopen werd ik daar meteen weer in gezet. Ik stond bij de receptioniste van Endemol Shine op een lijst als ‘Marcel Maijer’, dartverslaggever van RTL. Ik was the dark horse, het paard dat niemand een kans geeft, een in mijn ogen ideale uitgangspositie. In gedachten rende ik na het startschot maar zo hard mogelijk naar voren.

Ik werd in mijn beste pak in een redactieruimte gezet, waar ik obsessief door mijn papieren bladerde. Op een televisiescherm het team van Omroep Max: Charles Groenhuijsen en Carrie ten Napel. Mochten ze me alvast schminken? Weer die gespeelde nonchalance, waar ik mezelf zo voor kan minachten. Het zelfvertrouwen van Charles Groenhuijsen was jaloersmakend. Uit een pilot lopen, je oortje uittrekken en meteen aankaarten dat je het liefst op de maandag wil. Tegen mij: „We zitten natuurlijk allemaal met agenda’s …”

Ha, daar was Willemijn Veenhoven, mijn counterpart, ze moest na mij ook nog met Hugo Logtenberg van Buitenhof. Koetje – kalfje – kopje koffie. Daarna de zeephelling, hoofd naar beneden. Ik had nog nooit met een oortje of een autocue gewerkt, het leek me vooraf geen enkel beletsel.

‘Ik krijg geen contact”, zei ik. Het oortje bleek er nog niet in te zitten. De autocue ging langzamer dan verwacht, bij het terugkijken zag ik mijn ogen rollen, lastig om dan nog een half uur te moeten met een schrijfster van een oorlogsboek en drie kickboksers.

Naast me ging Willemijn Veenhoven onverstoorbaar door.

„Pak ’m even over met Anne Frank”, zei mijn oortje.

Ik had de neiging om te antwoorden.

Weer die stem, vriendelijk, maar ook dwingend.

Jahaa, Anne Frank. Bij de eerste korte adempauze gooide ik haar erin. Er werd nauwelijks op gereageerd, mijn stem was toen al aan het zakken. Ook in de put zit een bodem. Nooit eerder kondigde iemand zo somber een grappig bedoeld filmpje aan: „Deze man laat zijn zoontje zien wat je met elastiekjes en een watermeloen kunt doen.”

Afgelopen, ze stonden klaar om eerlijk te zijn. Heel even schoot het door me heen om net als Charles Groenhuijsen meteen een dag te claimen, de donderdag kwam het beste uit.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.