Rechters straffen harder voor geweld, minder hard voor drugs

Rechters zijn gemiddeld genomen zwaarder gaan straffen dan twintig jaar geleden. Vooral de strafmaat voor gewelds- en seksuele misdrijven steeg flink.
Een verdachte in het beklaagdenbankje voor de rechter.
Een verdachte in het beklaagdenbankje voor de rechter. Foto: Roos Koole/ANP

Rechters zijn harder gaan straffen dan twintig jaar geleden. Onvoorwaardelijk opgelegde straffen liggen gemiddeld 11 procent hoger dan in 1998, blijkt uit een analyse van een onderzoeker van de Raad voor de Rechtspraak, vrijdag gepubliceerd in het Tijdschrift voor rechtspraak en straftoemeting.

Vooral gewelds- en seksuele misdrijven werden harder bestraft; de straffen voor dit soort delicten lagen in 2018 65 procent hoger dan in 1998. Ook verkeersmisdrijven en vernielingen of misdrijven tegen orde en gezag werden daders zwaarder aangerekend, schrijft Frank van Tulder, als senior onderzoeker verbonden aan de Raad voor de Rechtspraak. Straffen voor die misdrijven stegen gemiddeld met meer dan 10 procent.

Drugsmisdrijven werden minder hard bestraft, een daling van gemiddeld 20 procent. Straffen voor vermogensmisdrijven bleven vrijwel gelijk.

‘Taakstraf in plaats van boete’

Van Tulder zoekt een deel van de verklaring in „een sterke stijging” van het aantal opgelegde taakstraffen. „Op de achtergrond speelt mee dat taakstraffen vooral in de plaats van boetes zijn gekomen en niet in de plaats van vrijheidsstraffen. Het beeld wordt nog versterkt door de relatieve toenames van voorwaardelijke straffen en door de rechter opgelegde maatregelen.”

Volgens de Raad voor de Rechtspraak laat het onderzoek weliswaar zien dat rechters over een langere periode zwaarder zijn gaan straffen, maar ook dat „de trend een nogal grillig verloop kent”. Van Tulder: „Het beeld is nogal wisselend, zowel naar type zaak als naar periode.” Bepaalde misdrijven – bijvoorbeeld brandstichting of misdrijven tegen het leven – werden de afgelopen tien jaar strenger bestraft en daarvoor juist minder milder. Het omgekeerde komt ook voor, bijvoorbeeld bij straffen voor afpersing.

De onderzoeker concludeert dat „het er dus op lijkt dat de rechter reageert op de maatschappelijke roep om strenger straffen, die met name klinkt bij geweldsdelicten en slachtoffers daarvan. Of we dit moeten verwoorden als ‘goed luisteren naar’ of ‘toegeven aan de druk van’ is een kwestie van appreciatie.”