Recensie

Recensie Boeken

De vriendengroep die werd verwoest door aids

Rebecca Makkai Deze jongens trokken naar de grote stad voor hun eerste baan en voor elkaar. Toen kwam het aidsvirus op.

Muurschildering ‘The Love I Vibrate’ in Chicago, van Sam Kirk, Andy Bellomo en Sandra Antongiorgi.
Muurschildering ‘The Love I Vibrate’ in Chicago, van Sam Kirk, Andy Bellomo en Sandra Antongiorgi. Foto Raymond Boyd/Getty Images

Oorspronkelijk wilde de Amerikaanse Rebecca Makkai (1978) voor haar derde roman een vrouw als hoofdpersoon die in de jaren twintig in Parijs poseerde voor de beroemd geworden schilders die daar toen verbleven. Modigliani, Soutine, Foujita, Pascin: een Lost Generation van beeldend kunstenaars. Een vrouw die het niet lukte, in die tijd, om zelf kunstenaar te worden. Dus werd muze-zijn haar kunst. Makkai wilde dat ze aan het eind van haar leven terugkeek op die tijd, dus dat moest dan in de jaren tachtig zijn. De vrouw had nog werk van die beroemde kunstenaars waar ze zelf op stond en waar ze met een man uit de kunstwereld over ging praten. Makkai wilde ook al langer schrijven over de aidscrisis van de jaren tachtig, vertelde ze in een podcastinterview, dus die zou dan mooi op de achtergrond kunnen spelen.

Maar zo ging het niet. Die vrouw zit nog wel in de roman – ze heet Nora – maar de aidscrisis liet zich niet naar de achtergrond duwen: in plaats van de kunst werd díé het centrale onderwerp van Een stralende toekomst, de vertaling van The Great Believers. De titel komt van een citaat van Lost Generation-lid F. Scott Fitzgerald: ‘Wij geloofden in een stralende toekomst’; in het Engels: ‘We were the great believers’.

De roman draait om een groep jongens in 1985 in Boystown, nog steeds de LGBT-wijk van Chicago. De jongens bruisen van energie, ze zijn naar de stad gekomen voor hun eerste baan en voor elkaar – en middenin al dat enthousiasme komt het aidsvirus op en dat verwoest bijna alles.

Uitgescholden op straat

Het is schokkend om te lezen hoe er in 1985 tegen homo’s werd aangekeken, en tegen aids. Niemand wist er iets van. De eerste test was er net. Mensen waren doodsbang voor besmetting. Hoofdpersoon Yale mag een keer niet naar een wc waar ook kinderen gebruik van maken. Mannen die elkaar liefdevol aanraakten op straat werden sowieso uitgescholden. (Het is ook schokkend om te bedenken dat zulke dingen nog steeds gebeuren, dat er nu mensen zijn bij wie het in hun hoofd nog steeds 1985 of eerder is.)

Heel veel jonge mannen stierven. Een stralende toekomst begint met een herdenkingsdienst voor de net overleden Nico. Op diens officiële begrafenis zijn zijn homovrienden niet welkom, dus vieren zij hun eigen droevige feest, samen met Nico’s zusje Fiona, die haar ouders haat om hun bekrompenheid. Het eerste hoofdstuk weerspiegelt op een prachtige manier de thematiek, want ineens is iedereen van het feest verdwenen behalve Yale, door wiens ogen we het meemaken, en hij heeft geen idee waarheen.

Yale werkt bij het Brigg Museum – en inderdaad, hij heeft net een brief gekregen van Nora, de oude vrouw die beweert onbekende kunstwerken van Modigliani, Soutine en Foujita in bezit te hebben die ze aan het museum wil schenken. Tegen de zin van haar erfgenamen. Daarmee wordt dit verhaal dus op twee manieren voorgestuwd. Is die kunst wel echt, wil je weten, en krijgt Yale’s museum de werken in bezit? En vooral: wie van Yale’s vrienden blijft leven en wie sterft? En dat is dan nog maar de verhaallijn die in 1985 speelt. Makkai weefde er een tweede doorheen: in 2015 gaat Nico’s zusje Fiona naar Parijs om haar dochter te zoeken die zich bij een sekte heeft aangesloten. De hoofdstukken verleden en heden wisselen elkaar af.

Ontroerend

Die tweede verhaallijn lijkt misschien vergezocht, maar het gaat Makkai om het terugkijken, om de rare nostalgie die je kunt voelen voor een tijd waarin bijna je hele vriendengroep stierf. En om de parallellen tussen de aidsgenereatie en de Lost Generation. Nora verloor haar vrienden aan de Eerste Wereldoorlog en de Spaanse Griep, Fiona aan aids. Beide groepen bestonden uit mensen op zoek naar een alternatieve, zelfgekozen familie. Mannen met liefde voor kunst, mannen met liefde voor mannen. De vrouwen bleven over, daas van rouw.

Dat ook Fiona’s dochter een nieuwe familie zoekt, in de sekte, is geen toeval. De geschiedenis herhaalt zich, alles begint steeds opnieuw, en elke tijd heeft zijn eigen soort ongeluk, dat altijd onverwacht komt. Maar elke tijd heeft ook zijn eigen geluk, laat Makkai zien. Dit is een zeer zorgvuldig geresearchte roman, echt een monument voor Boystown in de jaren tachtig, maar vooral ook een ontroerend verhaal over vriendschap en andere soorten liefde.