Nog even en buurman Rusland trapt de deur in

Wit-Rusland Rusland en Wit-Rusland onderhandelen over vergaande bestuurlijke en economische integratie. Veel Wit-Russen, die net weer iets van nationale trots ontwikkelen, vrezen voor inlijving.

Vrouw bij filiaal van Kentucky Fried Chicken in de Wit-Russische hoofdstad Minsk. Het reliëf, uit 1975, beeldt de internationale solidariteit tussen arbeiders uit.
Vrouw bij filiaal van Kentucky Fried Chicken in de Wit-Russische hoofdstad Minsk. Het reliëf, uit 1975, beeldt de internationale solidariteit tussen arbeiders uit. Foto's Steven Derix

Anzjela Sjamal heeft ruzie gemaakt met haar oude moeder – zo erg dat de politie erbij moest komen.

Nu staat ze voor de dorpsraad van Gloesja, een behoorlijk groot dorp op het Wit-Russische platteland.

In het zaaltje, achter de lange tafel, zitten het hoofd van politie, de dorpsoudste, de bibliothecaris, met een leesbrilletje op haar neus en een warme wollen omslagdoek over haar schouders. De directeur van de school en de dokter zijn er ook.

Burgemeester Maria Soesjtsjenko neemt het woord. „U weet waarom we u hebben uitgenodigd?”

Anzjela staart naar het tapijt.

„U krijgt een boete”, zegt Maria Soesjtsjenko. „En dat terwijl u geen werk heeft.”

„Weet ik”, mompelt Anzjela.

„Dus hoe gaan wij die boete betalen?”

„Mama zei dat ze hem gaat betalen.”

„Vindt u dat normaal?”

„Natuurlijk niet.”

„Anzjela, wat verhindert u eigenlijk om een betaalde baan te zoeken?”

„Nou om te beginnen: hier in Gloesja vind je niet zomaar werk.”

„Was u dronken?”

„Misschien wel een beetje.”

„Heeft u zich weleens laten behandelen?”

Anzjela slaat haar ogen op: „Ben ik soms een alcoholist?”

„Laten we het zo zeggen: verschillende dorpsbewoners hebben u vaker dronken gezien. Het hoofd van politie. Ikzelf. Misschien heeft u hulp nodig?”

Anzjela schudt het hoofd: „Ik zal het niet meer doen.”

„Goed. Als u geen medische hulp nodig heeft, dan moeten we het hebben over uw werk. Morgen meldt u zich bij de manager van het naaiatelier en vraagt u of zij u op proef kan nemen als strijkster. Als dat goed gaat, neemt ze u aan voor vast.”

Soesjtsjenko kijkt Anzjela nog eens aandachtig aan.

„Weet u zeker dat het goed met u gaat?”

„Tuurlijk.”

Opgelucht loopt Anzjela het dorpshuis uit.

Winkel in Gloesja, een van de twee private supermarktjes die het dorp telt naast de staatswinkel.

„Preventie”, noemt burgemeester Soesjtsjenko dit soort zittingen. Dorpsbewoners die aan de fles zijn geraakt worden vermanend toegesproken, maar ze krijgen ook een baan aangeboden. De officiële werkloosheid in Wit-Rusland ligt onder de 1 procent – een cijfer van Noord-Koreaanse proporties. Maar lang niet iedereen voelt de behoefte zich te registreren als werkzoekende. De WW-uitkering in Wit-Rusland is 12 euro per maand. En wie nog geen werk heeft gevonden, wordt tewerkgesteld, in de fabriek, de kolchoz (een collectieve boerderij) of bij de plantsoenendienst. Geen wonder dat veel Wit-Russen hun inkomen bij elkaar klussen in het buitenland of op de zwarte markt.

Vorig jaar ondertekende president Aleksandr Loekasjenko een decreet om het ‘parasitisme’ in zijn land te bestrijden. Wie geen officiële baan heeft, betaalt een hoger tarief voor warm water. Vanaf mei volgend jaar betalen werklozen extra voor verwarming en gas. In de heilstaat Wit-Rusland steekt men de handen uit de mouwen.

Leninboulevard

Jonge Wit-Russen horen het niet graag, maar het valt moeilijk te ontkennen: in de Republiek Belarus is de Sovjet-Unie nog springlevend. De hoofdstad Minsk is een aangeharkte versie van de ideale sovjetstad: brede boulevards, immense lege pleinen, fris geschilderde betonnen flats met kleurig mozaïekwerk. In het centrum kruist de Karl Marx-Allee de Leninboulevard. In Moskou werd het standbeeld van Felix Dzerzjinski, de meedogenloze oprichter van de geheime dienst, in 1991 van zijn sokkel getrokken, in Minsk staat hij er nog gewoon, tussen de geknotte bomen in het parkje. In Rusland werd de binnenlandse veiligheidsdienst in 1991 omgedoopt in FSB. In Wit-Rusland heet hij nog altijd KGB.

Wit-Rusland (of Belarus) was in december 1991 het decor van de laatste acte van de ondergang van de Sovjet-Unie. In een luxe jachthut in de bossen op de grens met Polen sloot Boris Jeltsin, net gekozen als president van de Russische Federatie, een geheime deal met de toenmalige leiders van de Oekraïense en Wit-Russische deelrepublieken. Wit-Rusland werd een onafhankelijk land – voor het eerst in de geschiedenis.

Nu staat die onafhankelijkheid op het spel.

Veel Wit-Russen vrezen dat hun land bij zo’n samenwerking de facto niet meer bestaat

Vorig jaar stelde Moskou Wit-Rusland een ultimatum: binnen een jaar moeten er eindelijk stappen worden gezet in de richting van een nauwere unie van de twee landen. Zo niet, dan stopt Moskou met de enorme kortingen op olie ter waarde van bijna 400 miljoen euro.

Dat kan de Wit-Russische president Loekasjenko zich niet veroorloven. In de afgelopen maanden hebben Minsk en Moskou onderhandeld over verregaande bestuurlijke en economische integratie. De Russische krant Kommersant kreeg de geheime onderhandelingstekst onder ogen en sprak van „samenwerking op het niveau van een federale staat”. Zaterdag reisde Loeksajenko af naar Rusland om samen met president Poetin zijn handtekening te zetten, maar na urenlange onderhandelingen was er nog geen overeenstemming. Een volgende top is gepland op 20 december, in Sint-Petersburg. Veel Wit-Russen vrezen dat hun land dan de facto niet meer bestaat.

Ondergescheten

Dit voorjaar bracht Loekasjenko een inspectiebezoek aan een sovchoz (een collectieve staatsboerderij) in de regio Mogiljov. De president was niet tevreden met wat hij zag: roestige tractors, vervallen gebouwen, vermagerde koeien.

„Dit is gewoon Auschwitz”, zei Loekasjenko tegen de gouverneur van de regio. „Kijkt u eens naar dat vee. Helemaal ondergescheten.”

De gouverneur werd op staande voet ontslagen, voor het oog van de camera’s. De video werd op YouTube werd miljoenen keer bekeken. In Rusland reageerde men enthousiast: een sterke leider! In eigen land kreeg Loekasjenko minder bijval. Wit-Russen zijn bedachtzame, haast introverte mensen. Velen vonden dat hun president te ver was gegaan.

Aleksandr Loekasjenko (65) begon zijn opmars eind jaren zeventig in de communistische partij. In de jaren tachtig stond hij aan het hoofd van verschillende sovchozen. In 1989 dreigde hij ter verantwoording te worden geroepen voor mishandeling van een kolchoz-medewerker, maar de zaak werd geseponeerd.

Jongeren in Minsk zijn op zoek naar hun nationale identiteit. De organisatie Symbal.by maakt t-shirts met Wit-Russische symbolen.

In 1994, drie jaar na de onafhankelijkheid, werd Loekasjenko gekozen tot president. Net als in de rest van de voormalige Sovjet-Unie was de economie van Wit-Rusland volledig ingestort. Met de belofte van stabiliteit en herstel van sovjetwaarden won Loekasjenko de verkiezingen – de laatste keer dat de stembusgang eerlijk verliep, zegt men in Wit-Rusland.

In de jaren die volgden, vestigde Loekasjenko een persoonlijke dictatuur met communistische trekjes. De wit-rood-witte vlag van het onafhankelijke Wit-Rusland werd vervangen door de oude rode vlag van de Socialistische Sovjetrepubliek Belarus – zonder hamer en sikkel. Via referenda werd de doodstraf opnieuw ingevoerd en het maximum van twee presidentiële termijnen afgeschaft. Loekasjenko regeert per decreet, oppositie wordt genadeloos de kop ingedrukt. De afgelopen jaren zijn vier prominente Wit-Russen spoorloos verdwenen. Velen vermoeden dat ze op last van Loekasjenko zijn vermoord, slechts weinigen durven dat hardop te zeggen.

„Er is angst gezaaid in Wit-Rusland”, zegt Gennadi Fedynitsj, voorman van vakbond REP. Hij ontvangt in zijn kantoor in Minsk, de enige plek waar hij mag zijn als hij niet thuis is. Fedynitsj heeft huisarrest gekregen na een veroordeling voor belastingontduiking. Die zaak was fake, zegt Fedynitsj. Volgens de vakbondsleider wordt hij gestraft voor de protesten die hij organiseerde tegen de ‘anti-parasitisme-wetgeving’.

Het is nog een meevaller dat hij niet in de cel zit. Met 343 gevangenen per 100.000 inwoners heeft Belarus een van de hoogste detentiecijfers van Europa (het gemiddelde was in 2014 134,7) – alleen in Rusland zitten meer mensen vast. „Volgens een overeenkomst tussen de Europese Unie en Belarus mogen er geen politieke gevangenen meer zijn. Dus krijg ik huisarrest – dan ben ik geen gevangene.”

Leeg land

„Wit-Rusland is een klein land”, zegt Natalja Adamovitsj. We zijn onderweg van Minsk naar Gloesja om het monument voor haar vader te zien, een beroemde schrijver.

‘Klein’ is op deze route (glooiende velden, eindeloze naald- en berkenbossen) niet het eerste woord dat bij je opkomt. Met een oppervlakte van ruim 200.000 vierkante kilometer is Belarus groter dan Oostenrijk en Hongarije bij elkaar. Maar er wonen maar 9,5 miljoen mensen. Wit-Rusland is vooral een leeg land. In bijna 140 kilometer passeren we slechts een handvol dorpen: houten huizen, omgeven door kolchozen, nog altijd in bedrijf.

Dit land heeft geen natuurlijke grenzen en lag altijd op de marsroutes van de legers van Europa: de Polen, de Zweden, de Grande Armée van Napoleon, Hitlers Wehrmacht, het Rode Leger. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Wit-Rusland van alle sovjetrepublieken het zwaarst getroffen: 209 van de 290 steden werden vernietigd, 2 miljoen mensen kwamen om. Het duurde bijna dertig jaar voor het land zich had hersteld van die demografische ramp. De Joodse gemeenschap, 8 procent van de bevolking, werd weggevaagd.

Natalja Adamovitsj toont in het dorp Gloesja een muurportret van haar van vader, de beroemde Wit-Russische schrijver Ales Adamovitsj.

Leven en werk van schrijver Ales Adamovitsj – Natalja’s vader – stonden in het teken van de oorlog. Hij schreef over de Wit-Russische partizanen en over de massamoord in Chatyn, waar de Duitsers in 1943 als vergelding voor een hinderlaag 149 dorpsbewoners levend verbrandden in een schuur. In zijn werk ontbreekt de platte sovjetheroïek. Zo beschrijft hij in het filmscript Franz en Polina (verfilmd in 2006) de liefde tussen een gedeserteerde Duitse soldaat en een Wit-Russisch boerenmeisje. Het was ook Adamovitsj die de latere Nobelprijswinnaar Svetlana Aleksiëvitsj de bandrecorder gaf waarmee ze in de jaren tachtig vrouwen interviewde over de oorlog: de basis voor haar eerste boek.

Adamovitsj had een actieve rol in de perestrojka, de hervormingspolitiek van president Gorbatsjov in de nadagen van de Sovjet-Unie. Tussen 1989 en 1991 was hij afgevaardigde in de Opperste Sovjet – de eerste democratisch gekozen volksvergadering van Rusland. In 1994 overleed hij. Maar goed, zegt zijn dochter, dat hij niet heeft hoeven meemaken dat zijn land in handen kwam van een autoritaire leider met heimwee naar het verleden.

Adamovitsj groeide op in Gloesja en keerde er vaak terug. Natalja herinnert zich lange zomers met picknicks in het bos, de jacht op paddenstoelen in september.

Ik wil graag dat mensen zich realiseren dat de plek waar we leven niet van de staat is,” zegt hij, „maar van onszelf.”

De mensen in Gloesja zijn arm. In 2004 ging de glasfabriek dicht, vooral jonge werknemers trokken weg. Maar het dorp heeft een bank, een ziekenhuis, drie winkels. Er is gratis kinderopvang, een badhuis, een muziekschool en een theaterzaal voor honderden toeschouwers. Allemaal gefinancierd door de overheid, zegt burgemeester Maria Soesjtsjenko.

De bronzen buste van Ales Adamovitsj, dit jaar geplaatst aan de hoofdweg, is níet betaald door de overheid – de regering in Minsk besteedt liever geen aandacht aan nationale helden. Het was Soesjtsjenko die bedacht dat het een goed idee zou zijn met dit monument de dorpsidentiteit te versterken. Een jonge historicus, Andrej Archipenko, bracht via crowdfunding de benodigde 5.400 euro bij elkaar. „Ik wil graag dat mensen zich realiseren dat de plek waar we leven niet van de staat is,” zegt hij, „maar van onszelf.”

Minsk: brede straten en lege pleinen.

Nieuwe generatie

Andrej Archipenko (29) is een typische representant van een nieuwe generatie Wit-Russen die op zoek is naar een eigen nationale identiteit. Je voelt die zoektocht vooral op plekken waar Minsk een hippe stad is geworden. In het negentiende-eeuwse fabriekscomplex ‘Oktober’, dat is omgetoverd tot een ‘creatief cluster’ met kleine bedrijfjes, café’s en restaurants. En rond de voormalige televisiefabriek in het centrum, die is overgenomen door jonge kunstenaars en activisten: twintigers en dertigers die geen Russisch willen spreken, maar hun eigen taal.

„Minsk is sterk veranderd”, zegt Pavel Beloöes (32). „Ten goede.” Zijn organisatie ‘Symbal.by’ wil nationale symboliek populariseren en dat lukt wonderwel. Traditionele geborduurde linnen hemden (‘vysjivanki’) zijn een rage geworden. De stichting verkoopt ook shirts met de Wit-Russische wit-rood-witte vlag en het historische wapen met de geharnaste ruiter – uit de tijd dat Wit-Rusland hoorde bij het vorstendom Litouwen. Deze nationale symbolen had Loekasjenko afgeschaft. De afgelopen 25 jaar heeft hij uitingen van de eigen taal en cultuur zoveel mogelijk ontmoedigd. „Voor Loekasjenko begint de geschiedenis van Wit-Rusland met de overwinning van de Sovjet-Unie in de Tweede Wereldoorlog”, zegt Beloöes. „Hij staat sceptisch tegenover alles wat daaraan vooraf ging.”

In de beginjaren werd Pavel Beloöes dan ook actief tegengewerkt door de autoriteiten, maar dat veranderde in 2014. „Na de Russische annexatie van de Krim ging men anders naar ons kijken”, zegt Beloöes. In 2015 mocht de organisatie zelfs een groot festival organiseren, de ‘Dag van de Vysjivanka’. Dat werd zo’n succes dat de autoriteiten zelf een soortgelijk festival gingen organiseren. Volgens Beloöes voelt Loekasjenko aan dat de tijd rijp is voor meer nationale symboliek en geeft hij zo een signaal aan Moskou. „De jonge generatie is opgegroeid in een onafhankelijk land. Uit onderzoek blijkt dat 80 procent van de Wit-Russen wil dat Wit-Rusland onafhankelijk blijft.”

„In Minsk is het heel modieus om activist te zijn”

„In Minsk is het heel modieus om activist te zijn”, zegt economiestudent Danila Lavretski. „In de provincie veel minder. De mensen zijn bang.” Lavretski is nog maar 22, maar was al kandidaat bij de parlementsverkiezingen van afgelopen maand. Niet dat hij ook maar enige kans maakte. „In Rusland moet je nog je best doen om verkiezingen te vervalsen”, zegt activist Denis Stepoero. „In Wit-Rusland is zelfs dat niet nodig.”

Toch was Lavretski niet de enige activist die zich kandidaat stelde. Dat had ook een praktische reden: als je in Wit-Rusland wilt demonstreren, moet je betalen voor de politiekosten. Maar tijdens de verkiezingscampagne is het gratis. „We hebben rave-demonstraties georganiseerd”, zegt Alana Gebremariam, die ook kandidaat was. „Een heel nieuw format.”

De activisten van het ‘Jeugdblok’ hopen een kiem te leggen voor echte politiek in hun land. Maar Lavretski maakt zich geen illusies: „De meeste mensen met verstand gaan liever emigreren. Uit onderzoek blijkt dat 50 procent van de jeugd wil vertrekken.”

Alana Gebremariam en Danila Levretski maken deel uit van een nieuwe generatie politiek bewuste Wit-Russen.

Vervallen fabrieken

Orsja is een treurige stad, zeker op een donkere novemberdag. In de buitenwijken staan afgebladderde houten huizen naast vervallen fabriekscomplexen. In het centrum valt pas goed op hoe armoedig de mensen gekleed gaan.

In een schamele bovenwoning die dienst doet als kantoor zitten de mannen (en een vrouw) van de onafhankelijke vakbond REP al te wachten. Ze vertellen grimmige verhalen over KGB-informanten op de werkvloer en salarissen onder het officiële bestaansminimum van 135 euro per maand. Aleksandr Boelavko heeft op dit moment geen werk. Vier maanden werkte hij als metaalwerker, maar het werk was zwaar en vies en hij verdiende 135 euro. Zelfs in Orsja kun je daar eigenlijk niet van rond komen.

Anno 2019 is nog altijd een groot deel van de economie van Belarus in handen van de overheid. Volgens het IMF waren staatsbedrijven in 2018 goed voor de helft van het BBP. Maar veel staatsbedrijven, zowel in de industrie als de landbouw, lijden verlies, en moeten door miljardensubsidies van de overheid overeind worden gehouden.

Het geld daarvoor is afkomstig van spotgoedkope olie uit Rusland. Moskou geeft zulke hoge kortingen dat Wit-Rusland die met winst kan doorverkopen. Minsk ontvangt bovendien enorme Russische kredieten, onder meer voor de bouw van een kerncentrale bij Ostrovets. De totale schuld is inmiddels opgelopen tot 5,9 miljard euro. Wit-Rusland leunt zo zwaar op Rusland dat de twee economieën volledig in de pas lopen, op het ritme van de olieprijs. De Russische economische perspectieven voor de komende jaren zijn mager.

De glasfabriek in Gloesja ging in 2004 failliet. Daarom is er nauwelijks werk in het dorp.

Aleksej Kolovajtis (21) werkt bij de fabriek OZT Metallist, maar niet vrijwillig. Studenten worden na hun studie twee jaar verplicht te werk gesteld – om hun opleiding terug te verdienen. Kolovajtis is procestechnoloog, maar werkt nu als lasser. Zijn salaris is 135 euro per maand, maar vaak is er geen werk en wordt hij met onbetaald verlof gestuurd. „Dan verdien ik soms maar de helft.”

De werkomstandigheden bij OZT Metallist zijn erbarmelijk. Omdat het dak lekt, werken de lassers onder plastic folie, zodat er geen water op de stroomkabels komt. Bij het lassen spatten de vonken in het rond, maar de eerste vier maanden kreeg Kolovajtis geen speciale werkhandschoenen, zodat hij elke avond thuiskwam met brandwondjes op zijn onderarmen.

Vaak krijgt hij opdracht werk te doen dat niet bij zijn functie hoort – het aanvegen van de fabriekshal, het opruimen van oud metaal. „In het begin deden we dat braaf, maar op een gegeven moment besloten we dat we geen slaven meer wilden zijn. Toen zijn we naar de vakbond gestapt.”

De Russische Wereld

Tatjana Severinets kreeg vorig jaar een opgewonden telefoontje van een kennis. De vrouw, die werkt bij staatsbouwbedrijf DSK in Vitebsk, dichtbij de Russische grens, vertelde hoe iedereen bij elkaar werd geroepen door de directie. Plotseling verscheen een onbekende vrouw op het podium, die de verbaasde werknemers begon uit te leggen hoe geweldig het leven in Rusland is.

Als het bij één incident was gebleven, had Severinets zich misschien niet zo’n zorgen gemaakt. Maar de afgelopen twee jaar is de Russische activiteit in deze grensregio steeds merkbaarder geworden, zo vertelt de christen-democrate. Ze vertelt over de stichting ‘Het Russische Huis’, die pro-Russische activiteiten organiseert. Over de lokale nieuwssite die Russische propaganda verspreidt. Over school nummer 5, die op zijn site reclame maakt voor studeren in Rusland. En over de rector van de lokale universiteit, die op de ‘Dag van de Wit-Russische taal’ een programma organiseerde rond het Russisch.

Russische politici nemen het woord ‘uniestaat’ steeds vaker in de mond

In het parlement van de regio Vitebsk hebben zeven van de zestig afgevaardigden de Russische nationaliteit. Rond de legerbasis bij Lepel krijgen kinderen van militairen ieder jaar een uitnodiging voor een zomerkamp in Moskou. „Daar worden ze getraind in de omgang met echte wapens”, zegt Severinets. „Dat vinden die jongetjes prachtig.”

Severinets twijfelt er niet aan: Rusland wil Wit-Rusland inlijven. En Loekasjenko zelf heeft Moskou het instrument daarvoor in handen gegeven. Eind jaren negentig tekenden hij en president Jeltsin een verdrag dat voorzag in de oprichting van een ‘Uniestaat’ Rusland en Wit-Rusland, met een eigen parlement en een eigen regering. Loekasjenko was op de top van zijn populariteit en het leek niet denkbeeldig dat de voormalige kolchozdirecteur die uniestaat zou gaan leiden. Maar de zieke Jeltsin maakte plaats voor de energieke jonge Poetin. Het verdrag over de ‘uniestaat’ verdween in een la.

Twintig jaar later blijkt dat Loekasjenko een hypotheek heeft genomen op de soevereiniteit van zijn land. Moskou heeft het oude verdrag afgestoft. Russische politici nemen het woord ‘uniestaat’ steeds vaker in de mond. Vaak beginnen ze meteen over de termijnen waarop de ‘integratie’ moet zijn gerealiseerd.

Revanchistisch masterplan

Over de redenen voor de Russische expansiedrift lopen de meningen uiteen. Volgens sommigen is een nieuwe ‘uniestaat’ slechts een legalistische constructie om Poetin, die volgens de Russische grondwet niet herkozen kan worden, na 2024 in het zadel te houden. Andere analisten zien een revanchistisch masterplan van de president.

Valeri Voronetski ziet nog een reden: angst. Twee weken geleden sprak de voorzitter van de commissie-Buitenlandse Zaken van het Wit-Russische parlement op een congres in Berlijn. Voronetski bekritiseerde de Europese Unie. Sinds 2008 probeert de EU via het ‘Oostelijk Partnerschap’ te komen tot (aldus de EU-website) „sterkere politieke associatie en economische integratie” met zes landen in Oost-Europa en de Kaukasus – allemaal ooit onderdeel van de Sovjet-Unie. Volgens Voronetski houdt Brussel daarbij te weinig rekening met Russische belangen. „De EU ging er vanuit dat het Oostelijk Partnerschap zou bijdragen aan stabiliteit en veiligheid”, vertelt de parlementariër in een café in het centrum van Minsk: „Maar Moskou vond dat de EU op eigen houtje handelde, ten koste van Rusland.”

In 2016 heeft de EU sancties tegen het autoritaire bewind van Loekasjenko opgeheven. Dat geeft Wit-Rusland toegang tot kredieten van de Europese Ontwikkelingsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling: de eerste plannen voor het verbeteren van wegen en spoorlijnen zijn al klaar. De slechte staat van de mensenrechten in Wit-Rusland staat nauwere samenwerking nog in de weg. Maar Loekasjenko is duidelijk geïnteresseerd in nauwere banden met het Westen. Alleen kan Wit-Rusland het zich niet veroorloven grote broer Rusland te negeren.

Belarus ligt tussen twee vuren, zegt Voronetski. „Onze geografische ligging heeft grote gevolgen voor onze relaties met zowel de EU als Rusland. Moet je wel een keuze maken voor een van de twee centra, als je weet dat je daarmee het andere machtscentrum tegen de schenen schopt?”

Voronetski formuleert voorzichtig maar zijn analyse is helder: de Russische plannen voor integratie met Minsk zijn „een reactie op de groei van de invloed van het Westen”. Net als de EU probeert Rusland zijn „aanwezigheid en controle” in de regio te vergroten, zegt Voronetski. Pas als er harde garanties komen dat de NAVO niet verder naar het oosten oprukt, zal Moskou misschien bereid zijn de teugels te vieren. „Dan zal de druk op Wit-Rusland afnemen.”

Afgelopen donderdag sprak Loekasjenko het parlement toe. „We zijn niet van plan om samen te gaan met een ander land, zelfs niet met broederland Rusland”, zei de president. Volgend jaar wil de president opnieuw herkozen worden. De inzet is hoog, zei hij eerder deze week: „Blijven we eigen baas op dit stukje aarde, of niet?”