‘Mijn moeder vertelde nooit iets over de dood van mijn oom’

Nabestaanden Decembermoorden Zondag worden de Decembermoorden herdacht. Het vonnis tegen Bouterse sterkt de familie van de vermoorde Lesley Rahman.

Carol Bradley-Rahman (links) en Aishel Bradley, de zus en nicht van de vermoorde Surinaamse journalist Lesley Rahman (1954-1982).
Carol Bradley-Rahman (links) en Aishel Bradley, de zus en nicht van de vermoorde Surinaamse journalist Lesley Rahman (1954-1982). Foto Ranu Abhelakh

Aishel Bradley (38) strijkt met haar vingers langs de verkleurde foto. Ze staat er zelf op: een baby op schoot bij haar moeder. Naast haar op de foto een knappe man van eind twintig die half de camera in kijkt. „Nu even nog bij mama, maar straks kom ik bij jou, oom Lesley!”, staat eronder geschreven. „Dit is de enige foto waar ik samen met mijn oom op sta. Kijk hoe klein ik was!” Aishel buigt voorover en bestudeert het oude kiekje. „Deze is gemaakt op mijn verjaardag. Je was net drie maanden oud”, vult haar moeder aan, Carol Bradley-Rahman (66).

‘Oom Lesley’ op de foto is Lesley Rahman. Journalist bij De Ware Tijd, de grootste krant van Suriname, en een van de vijftien mannen die op 8 december 1982 gemarteld en geëxecuteerd werden in Fort Zeelandia. Ruim 37 jaar na deze dramatische gebeurtenis werd vorige week na een rechtszaak van zeven jaar een vonnis uitgesproken. Desi Bouterse, destijds legerleider, werd veroordeeld tot twintig jaar cel. Sinds 2010 is Bouterse de democratisch gekozen president van Suriname.

„Mijn broer was kritisch en had een scherpe pen. Hij was een bedreiging voor Bouterse en de militairen”, zegt Carol, die een jaar ouder was dan Lesley. Ze herinnert zich een persconferentie van een aantal maanden voor de moorden. „Het werd live uitgezonden en ik hoorde mijn broer allerlei kritische vragen stellen. Bouterse nam een trek van zijn sigaret en keek hem strak en zwijgend aan. ‘Dit gaat helemaal mis’, dacht ik, je zag het aan de blik in zijn ogen.”

Een demonstrant met foto’s van de vijftien slachtoffers van de Decembermoorden. Lesley Rahman staat links op de middelste rij.

Foto Pieter van Maele/ANP

Gebonk op de deur

In het huis hangt de geur van vers gebakken roti met kip en kousenband. Aan de muur een schilderij van vrouwen in creoolse klederdracht, in de hoek een handgemaakte traditionele bangi (kruk) uit het binnenland. Carol woont in het huis in Paramaribo waar ze met haar moeder, zussen en broers opgroeide. Het is ook het huis waar Lesley Rahman, destijds 28 jaar, in de nacht van 7 op 8 december werd opgepakt – Carol, Aishel en de rest van het gezin waren er niet: zij waren een paar maanden eerder naar België verhuisd.

Militairen kwamen via de tuin van de buren het erf op. Ze bonkten op de deur, riepen dat hij moest meekomen. „Lesley was laat thuis gekomen en had net een broodje ei gegeten.” Carol leunt tegen de deurpost van haar broers oude slaapkamer en tuurt naar binnen. „Hier stond een ronde tafel met zijn typemachine erop. En daar in de hoek zijn bed.” De kamer staat nu vol dozen die ze nog moet weghalen. Dit weekend komt haar zus uit Nederland, speciaal voor de herdenking van de Decembermoorden van komende zondag, en de kranslegging in Fort Zeelandia.

Dochter Aishel kijkt vanaf een afstand naar haar moeder. Ze was nog geen twee toen haar oom werd vermoord. „En weet je dat ik ergens in mijn diepste herinnering het beeld heb dat jij aan het gillen en schreeuwen bent?”, zegt ze tegen haar moeder. „‘Waarom, waarom!’ riep je. Pas veel later begreep ik waar dat over ging.”

Toen Aishel vijf jaar was, keerden ze terug naar Suriname, waar de militairen nog steeds aan de macht waren. „Mijn moeder nam me in Suriname mee naar de herdenkingsdienst van de Decembermoorden. Pas tijdens die herdenkingen hoorde ik voor het eerst dat er vijftien mannen waren vermoord en dat mijn oom één van hen was. Meer wist ik niet, mijn moeder sprak er niet over”, zegt Aishel.

De twee vrouwen zitten zwijgend naast elkaar aan de keukentafel. Op de grond blaast een oude ventilator. „Ik was zelf getraumatiseerd en wilde jou niet met de ellende opschepen. Ik kon er niet over praten”, zegt Carol.

Aishel: „Als ik iets vroeg over 8 december begon je direct te huilen. Dus stopte ik maar met vragen.”

Carol: „Ik moest het nog een plek geven. Ik wilde mijn kinderen er niet mee belasten, ik wilde jullie beschermen.”

Nabestaande Carol Rahman bekijkt samen met haar dochter.

Foto Ranu Abhelakh

Angst voor vuurwerk

De Decembermoorden hebben de familie Rahman in de greep gehouden. Angsten, trauma’s en taboes overheersten en verspreidden zich over de generaties. Wijlen oma Rahman, Lesley’s moeder, raakte altijd in paniek als ze vuurwerk hoorde met Oud en Nieuw. „Kinderen kom naar binnen, snel! Want het wordt gevaarlijk”, riep ze dan. Het deed haar denken aan de nacht dat gewapende militairen haar zoon kwamen halen, en in de stad schoten klonken en brand werd gesticht.

Hoewel Aishel als tiener jaarlijks de herdenkingen bijwoonde, wist ze toen nog steeds niet precies waar die over gingen. Behalve ‘het was een zwarte bladzijde in onze geschiedenis’ stond er nauwelijks iets over de Decembermoorden in de Surinaamse schoolboeken. Gedreven door nieuwsgierigheid, vroeg ze – vwo-leerling inmiddels – aan haar lerares of ze een presentatie over het onderwerp mocht houden. „Ze moest dat bespreken met de directie van de school, zo gevoelig lag het.” Uiteindelijk kreeg ze toestemming, en gingen zij en een klasgenoot ter voorbereiding praten met nabestaanden. „Niet met mijn eigen moeder, want zij kon het verhaal niet met me delen, zoveel pijn deed het haar.”

Aishels presentatie in de klas sloeg aan. De leerlingen bleven maar vragen stellen, verbijsterd als ze waren dat dit zich in hun land had afgespeeld. Maar net als de samenleving, was ook haar school verdeeld. „Bij mij in de klas zat de dochter van een voormalige hoge militair en rechterhand van Bouterse. Een klas lager de dochter van advocaat Riedewald, één van de slachtoffers. Maar wij scholieren wisten meestal van elkaar niet wiens familie betrokken was bij de moorden en wiens familieleden slachtoffers waren. Dat was ook de reden waarom de schooldirecteur zo voorzichtig omging met dit onderwerp.”

Lees ook: De veroordeelde president Bouterse is terug in Suriname. Hoe nu verder?

Die voorzichtigheid is er onder Surinamers nog steeds als het hierover gaat, vertelt Aishel. „Waarom eigenlijk”, vraagt ze zich hardop af. Moeder Carol: „Omdat je nooit weet wie er in je omgeving betrokken zijn, of méér weten. Het kan de buurman zijn of de vrouw die je helpt in de winkel. En we blijven bang dat het weer kan gebeuren. Het is een trauma, diep geworteld in onze samenleving.”

Nu ze zelf moeder is, wil Aishel de omgang met het verleden anders aanpakken dan haar moeder. Ze praat wél met haar kinderen over de moorden. „Ik vertel ze over oom Lesley, en wat er is gebeurd. Ze gaan mee naar de herdenkingen, en toen vorige week vrijdag het vonnis werd uitgesproken tegen Bouterse, heb ik mijn kinderen dat verteld. ‘Mama, gaat hij dan nu de gevangenis in?’, vroegen ze. Ik probeerde ze uit te leggen dat dat eigenlijk zou moeten, maar dat het toch een beetje anders ligt. Voor kinderen is dat onbegrijpelijk.”

Rouwadvertenties

Moeder en dochter bereiden zich dezer dagen voor op de herdenking. Die zal dit jaar grootser zijn – met meer lading door het recente vonnis. Er komen grote rouwadvertenties in kranten. Moeder en dochter zijn er beiden bij betrokken: Aishel verzorgt de lay-out, Carol buigt zich over de tekst. „We hebben zolang gevochten voor gerechtigheid”, zegt Carol.

Ze voelen ook spanning en dreiging. Vrijdagavond is er een bijeenkomst van de Nationale Democratische Partij (NDP) van Bouterse, waar hij naar verwachting zal reageren op het vonnis – wat hij zegt kan voor de nabestaanden gevoelig liggen.

Lees ook: Veroordeelde Bouterse gedraagt zich als een popster

Aishel: „Eigenlijk zou ik mijn kinderen meenemen naar dit gesprek en zouden ze ook voor de krant op de foto gaan. Maar mijn man heeft me gevraagd dat niet te doen, hij maakt zich zorgen over ons. We hebben besloten de kinderen nu niet bloot te stellen aan publiciteit. De situatie is gespannen, je weet het nooit.”

En zo komt ook nu weer angst bovendrijven in de familie Rahman. Al geeft de overwinning, het vonnis, een sterker gevoel, zegt Aishel. „Een mijlpaal. Of Bouterse wel of niet in de gevangenis belandt, is voor mij minder belangrijk. Het belangrijkste vind ik dat met dit vonnis een nieuwe generatie, mijn kinderen, begrijpt: als je iets doet, al gaan er jaren overheen, uiteindelijk krijg je je straf. Wees je daarom bewust van je keuzes. En weet: je hebt nooit het recht om iemands leven te nemen”, zegt ze met tranen in haar ogen. Haar moeder knikt. „We shall overcome is al jaren ons lijflied, en staat ook als tekst onderaan de rouwadvertentie. Dat is de essentie van alles.”

Nu het vonnis er ligt, begint het echte werk pas, denken de vrouwen. Aishel: „We moeten met het vonnis in de hand onze jongeren vertellen wat er is gebeurd, zodat ze het echt gaan beseffen. Als ik er op mijn vijftiende niet zelf achteraan was gegaan, had ik niets geweten, ook al groeide ik op in een gezin van nabestaanden.”

Luister ook naar deze afleveringen van onze podcastserie NRC Vandaag: Desi Bouterse en de Decembermoorden, deel 1 en deel 2:

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.