Opinie

Losersvlucht

Op tv had chef de mission Pieter van den Hoogenband gesproken. Ik herhaalde: „Losersvlucht?” Was dat nu officieel een woord geworden? Iedereen reageerde heel normaal dus ik zei niks en dook zodra de kans zich voordeed in het woordenboek. Losersvlucht staat niet in de Van Dale en ook niet in het Groene Boekje (de online versies dan). De Nederlandse variant ‘verliezersvlucht’ ook niet. Wat het betekende wist ik, maar waar het ontstaan was en sinds wanneer officiële instanties het gebruikten waren vragen die open lagen.

De eerste publicatie die ik ervan heb kunnen vinden, dateert van 15 augustus 2016. Het staat in de Provinciale Zeeuwse Courant. In een interview met Ranomi Kromowidjojo wordt de zin opgetekend: „De Nederlandse sporters die in de eerste week geen olympische medaille hebben behaald, moeten van NOC-NSF voortijdig naar huis. Met de losersvlucht, zoals de atleten het zelf noemen ...”

Dat jaar haalde het woord losersvlucht in de categorie sport & amusement de tweede plaats in de ‘woord van het jaar’-verkiezing van de Van Dale. Ranomi haalde slechts de vierde plek op de 4x100 meter vrije slag. Wie ook voor dezelfde vlucht kon inchecken, was Yuri van Gelder. Niet vanwege teleurstellende sportprestaties, maar omdat hij volgens NOC-NSF „ontoelaatbaar gedrag” vertoond had. De losersvlucht, zo bleek, kende verschillende arrangementen.

Volgens de Provinciale Zeeuwse Courant had Ranomi geluk, want voor de vlucht vertrok, zou ze haar vriend Ferry Weertman nog de tien kilometer kunnen zien zwemmen. „Ferry?” Dat was ik weer. Ik herinnerde me alleen dat ze met Van den Hoogenband was gegaan en nu ik erover nadacht misschien ook vaag een andere zwemmer. Als olympiër is de kans waarschijnlijk groot dat je liefdesleven ook een losersvlucht wordt, maar ik dwaal af en losersvluchten worden door Pieter van den Hoogenband afgeschaft. Sporters die willen, mogen straks ook zonder medailles in Tokio blijven. Er komt een „TeamNL-hotel”, zei de missiechef, alsof wij niet weten hoe dat hotel onder sporters heet.

Een ding is zeker: de voltallige Nederlandse sportwereld zal nu op zoek zijn naar dat losershotel, want wie wil daar geen kamer hebben. Ja, de sporters, die moeten niet aan verliezen denken, maar de sportjournalisten en -fotografen die ik ken, zitten sowieso altijd in loserhotels. Die tekenen blind voor een bezemkast in dat van TeamNL, daar kunnen ze doorzakken en ontbijten met topsporters die net hun droom in elkaar zagen storten. Veel monumentaler kan een hotel niet worden.

Naast gal spuien, afreageren en zelfgeselen wordt het daar drinken, zingen en huilen en vast ook slikken, snuiven en spuiten, want als een Nederlandse beroepsgroep het afgelopen jaar heeft aangetoond geen nee tegen drugssmokkel te zeggen, zijn het de sporters wel. In het losershotel zit iedereen gebeiteld.

Mocht u zich net als ik, nu afvragen hoe de verliezers thuiskomen als het NOC-NSF ze niet op een vlucht zet, dan is het antwoord: niet. Als ze niks gewonnen hebben laten we ze gewoon achter. Binnenkort wordt dat bekendgemaakt en dan wordt elk land dat een olympische spelen heeft georganiseerd na afloop automatisch een losersland.

Carolina Trujillo is schrijfster.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.