In welke bak moet bioplastic?

Durf te vragen Bioplastic mag niet bij het plastic, en vaak ook niet bij het gft-afval.

Foto Getty Images

Het kan honderden jaren duren voor een plastic fles is verweerd, en dan nog blijft het voortbestaan in talloze stukjes microplastic. Afbreekbare verpakkingen op plantaardige basis lijken een ideaal alternatief. Maar waar laat je het afval: in de groenbak of bij het plastic?

Dat blijkt een heikele kwestie die afvalkenners en -verwerkers diep verdeelt. Eerst de feiten. ‘Bioplastic’ is een containerbegrip voor plasticsoorten die worden gemaakt van grondstoffen als maïszetmeel, suikerriet en suikerbiet in plaats van aardolie. Dat ze bio-based zijn, betekent niet altijd dat ze biologisch afbreekbaar of composteerbaar zijn. Daarnaast zijn er ook nog niet-biobased plastics (dus wél gemaakt van aardolie) die soms wel in meer of mindere mate biologisch afbreekbaar kunnen zijn.

Luister ook: Podcast Onbehaarde Apen, Plastic is overal. Is dat erg?

De bioplastics worden voor het gemak ingedeeld in wel en niet-composteerbare plastics. De eerste groep kun je herkennen aan de keurmerken ‘OK Compost’ of ‘Kiemplantlogo’’. Maar bijna alle afvalverwerkers willen biologisch afbreekbare plastics nadrukkelijk niet in de gft-bak hebben aldus Anne Kluivers van Milieu Centraal, omdat het afbreken ervan te lang duurt. „Alleen zakken voor je gft-bak met het Kiemplantlogo of het OK Compostlogo mogen in de bio-bak.” Het merendeel van het composteerbare plastic breekt wel af, maar niet altijd in één cyclus in de ‘industriële composteerinstallatie’, aldus onderzoeker Geert Bergsma van onderzoeksbureau CE Delft. „En het verschilt bovendien ook nog per compostverwerker.”

Bioplastics zijn ook geen oplossing voor het probleem van zwerfaval. „Die hernieuwbare grondstoffen kun je opnieuw aanplanten. Dat is het voordeel ten opzichte van gewoon plastic: dat is gemaakt van aardolie, een grondstof die opraakt.” Bovendien heeft het productieproces van sommige biobased plastics een lagere CO2-uitstoot dan gewoon plastic.

Biologisch afbreekbaar plastic hoort dus niet in de gft-bak. Maar het mag óók niet bij het plastic, want het is van te slechte kwaliteit om gerecycled te worden. Het voorlopige advies is dus: bij het restafval.

De discussie tussen de wetenschap, politiek en afvalverwerkers blijkt verhit. Een woordvoerder van Wageningen University laat weten momenteel niet mee te willen werken aan deze rubriek: „Het wordt hoe dan ook een politieke discussie” en daar is nu vanuit de universiteit even geen behoefte aan.

Belanden biologisch afbreekbare verpakkingen toch bij het compost of plastic, dan vervuilen ze het gft-afval of verminderen ze mogelijk de kwaliteit van gerecycled plastic. Afvalverwerkers zijn het voorlopig liever kwijt dan rijk, ook omdat het weinig compost oplevert. „Het bioplastic valt grotendeels uiteen in koolstof en water. Er is niets circulairs aan, want je gebruikt akkerbouw om plastic te maken dat vervolgens bij het restafval moet”, aldus een woordvoerder van branchevereniging VA.

Hoogwaardig bio-based plastic – dat niet composteerbaar is, maar wel lang meegaat – juichen afvalverwerkers juist toe. Dat kan net als ‘gewoon’ plastic gerecycled en hergebruikt worden. Het liefst wil je bioplastic recyclen, zegt Bergsma, en als dat niet lukt verbranden (want dan levert het tenminste energie op). Afbreken tussen compost heeft niet de voorkeur.

Het moet voor consumenten vooral heel duidelijk worden waar het bioplastic heen moet, daar is iedereen het over eens. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat komt binnenkort daarom met duidelijkere richtlijnen.