Louis Theroux

Foto Merlijn Doomernik

Louis Theroux: ‘Ik praat graag met mensen die raar zijn’

Interview Hoe complex mensen zijn, leerde hij door zijn humoristische documentaires over extreme Amerikanen: pornosterren, neonazi’s, sekteleden. Nu publiceert Louis Theroux zijn memoires.

‘Mijn vader las het manuscript en zei: ‘Ik kom er maar drie keer in voor. Waarom schrijf je niet over je jeugd?’ Mijn vrouw zei ook dat ik er meer persoonlijke dingen in moest stoppen. Ik verzette me daartegen. Ik wilde graag een terugblik op vijfentwintig jaar documentaires maken, om te vertellen waar dat toe heeft geleid, wat ik heb ontdekt. Het moesten professionele memoires worden. Wat had mijn privéleven daarmee te maken?”

In de uiteindelijke versie van zijn memoires Geen taboe voor Theroux heeft de beroemde BBC-documentairemaker wel degelijk persoonlijke ontboezemingen opgenomen, hoewel de achter-de-schermen-verhalen over zijn films overheersen, verteld met zijn kenmerkende droge humor.

Bij Michael Moore’s satirische tv-programma TV Nation (1994-1995) leerde hij het vak: humoristische documentaires maken over extreme Amerikanen, met zichzelf in de hoofdrol van verwonderde Britse buitenstaander. De afgelopen 25 jaar portretteerde hij een bonte stoet van Ufo-gelovigen, neonazi’s, pornosterren, pedofielen, sekteleden. Een van zijn bekende films is The Most Hated Family in America (2007), over een christelijke familie-sekte die, uit overtuiging, onder meer nabestaanden van gesneuvelde soldaten schoffeert. Hij keerde dit jaar terug naar de familie, voor een derde film.

Waarom sloeg u in het boek aanvankelijk uw privéleven over?

„Het is niet mijn natuurlijke toestand om over privézaken te praten. Ik denk dat journalisten in het algemeen beter zijn in luisteren dan in over zichzelf praten. Knarsetandend moet ik bekennen dat ik me vaak achter mijn werk verschuil. Maar ja, in mijn films probeer ik altijd dieper te graven in de levens van anderen. Waarom zou ik, als onderwerp van dit boek, dan ook niet wat schillen van mezelf afpellen? Nu denk ik dat die persoonlijke passages het meest interessant zijn. Een boek geeft je de kans om je lezers mee te nemen in een diepte die je met tv niet bereikt, ook wat betreft de gênante dingen. Een andere reden voor terughoudendheid was dat ik geen vrienden en geliefden pijn wil doen. Je zal versteld staan hoeveel mensen je kan schofferen met memoires – alleen al doordat ze erin staan, of juist niet.”

Wat voor gênants heeft u zoal opgetikt?

„In de tijd dat we jonge kinderen hadden, was ik altijd op reis. Ik zocht rust en helderheid in mijn werk. En mijn vrouw moest opdraaien voor de zorg thuis. Daar ben ik niet trots op.”

Een belangrijk ingrediënt van Theroux’ films is het geestige contrast tussen de very British geremde intellectueel en de uitgesproken Amerikanen die hij opzoekt. In het boek kun je lezen hoe Theroux zo geworden is: zoon van de bekende Amerikaanse reisschrijver Paul Theroux, nerd op Britse privéscholen, Oxford, hoge cijfers.

Hoe heeft uw opvoeding uw werk beïnvloed?

„Mijn jeugd was in zekere zin conventioneel. Een beschermd burgerlijk leven in de suburbs. Tegelijk hadden mijn ouders een bohémien-kant: ze waren belezen kosmopolieten, reisden de wereld over. Dus ik kreeg beide boodschappen. Enerzijds ben ik nog steeds timide, ik tob veel over mezelf, en conformeer me aan burgerlijke waarden: wellevend zijn, op tijd komen. Aan de andere kant heb ik de hang naar het vreemde en onvoorspelbare, en wil ik de wilde kant van het leven omarmen. Dat kan ik mooi doen vanuit de veiligheid van mijn beroep.”

In het boek staat dat u bij het schrijven wordt gehinderd door de gedachte dat u met uw vader moet concurreren. Koos u daarom voor tv-maken?

„Zelfs als ik zou willen, zou ik niet als mijn vader kunnen zijn. Ik heb zijn gave niet. Bovendien word ik verteerd door zelfkritiek, dus als ik een zin heb geschreven, denk ik: dat kan beter. Dan tik ik een nieuwe zin en denk: nee, die eerste was beter. En dan weet ik het helemaal niet meer. Bij tv-maken heb je dat niet. Je hebt het op beeld, of je hebt het niet. Op het moment dat ik mijn eerste tv-item maakte, wist ik: wow, dit is waar ik thuishoor.”

In zekere zin bent u een moderne versie van uw vader, de reisschrijver.

„Nee, want hij doet het in zijn eentje. Voor zijn bestseller The Great Railway Bazaar heeft hij zes maanden lang alleen in een trein gezeten. Ik ben veel socialer ingesteld dan hij. Ik voel me thuis bij televisie juist door het sociale aspect, het samenwerken. Je bent op pad met een klein team, maakt een avontuur mee, en dan kun je samen napraten. Die kleine gesprekken na afloop in de auto zijn essentieel: ‘Zag je dat? Toen hij zei: ik heb een mens gedood, verkrampten zijn handen.’ ‘Ja, dat heb ik! Ik richtte de camera net op tijd naar beneden.’ Ze zijn ook belangrijk als we iets schokkends hebben meegemaakt, als een moeder bijvoorbeeld heeft verteld dat ze haar kind wilde doden.”

Waarom kiest u zo vaak extreme of bizarre personen als onderwerp?

„Ik heb altijd een fascinatie voor het vreemde of macabere gehad. Ik praat graag met mensen die raar zijn. Het haalt me uit mijn eigen hoofd. Ik kamp met levensangst, ik ben onzeker. Als ik met mensen ben die alles zeker weten, of die het hoofd bieden aan problemen die vele malen vreemder zijn dan wat ik ooit zal meemaken, dan voel ik een soort van opluchting.”

Het werkt geruststellend voor u?

„Voor rondhangen met nazi’s is ‘geruststellend’ wellicht te sterk uitgedrukt. Maar omgaan met mensen die overtuigd zijn van tamelijk vreemde denkbeelden, geeft me een gevoel van kracht. Ik heb een lichte angst voor intimiteit. Met de mensen die ik interview kan ik een soort nabootsing van intimiteit bereiken. Ik wil het volle leven meemaken, naar gevaarlijke plaatsen reizen, met dubieuze mensen praten, maar ik wil wel de ontsnappingsclausule hebben om weg te kunnen.”

Hoewel u nogal confronterend of treiterig kunt zijn in uw vraagstelling, wordt u tijdens opnames zelden weggestuurd, en lijken de mensen u toch te mogen. Kunt u bevriend zijn met de mensen die u portretteert?

„Ik gebruik het woord vriend niet. Maar soms wordt het wel ‘vriendschappelijk’. Ik moet streven naar de waarheid in mijn documentaires. Maar ik moet ook loyaal zijn aan mijn vrienden. Dus werk en vriendschap kun je beter niet mengen, anders gaan die twee morele verplichtingen met elkaar botsen. Toen ik een film maakte over een gevangenis, viel me op dat er een merkwaardige vriendschappelijke omgang bestond tussen de gedetineerden en de cipiers. Je zou verwachten dat ze elkaar haten, maar ze waren heel hartelijk tegen elkaar. Toch zouden ze elkaar nooit vrienden noemen, er loopt een duidelijke lijn tussen hen. Het is niet heel vleiend om mijn werk met dat van een gevangenenbewaker te vergelijken, maar het gevoel van professionele afstand is hetzelfde.”

In uw boek zie ik nog een moreel dilemma: u wilt de mensen eerlijk neerzetten en tegelijk duidelijk maken dat hun denkbeelden of daden verwerpelijk zijn, maar als een neonazi iets vreselijks zegt, ben u toch blij dat u het op camera hebt.

„Als ik dat maar niet ga ensceneren. Ik maakte een programma over alcoholisten. En iedere keer als de cameraman een tussenshot van de boekenkast maakte, nam een van de alcoholisten snel een slok. Dan is het heel verleidelijk om te vragen: kunt u voor de camera ook even een slok nemen? Maar ja, straks duw je zo’n man in een terugval. Ander voorbeeld: Ik maakte mijn film over BBC-presentator Jimmy Savile en de producent vroeg of ik even met hem door een wijk wilde rijden waar veel mensen van Indische afkomst wonen, in de hoop dat Savile racistische dingen zou zeggen. Dat doe ik dan niet. Dan moet je maar wachten tot het vanzelf gebeurt, of niet.”

Sinds 2012 maakt Theroux ook andersoortige documentaires, met een serieuze toon. Hiervoor blijft hij dichter bij huis. Zo maakte hij even liefdevolle als confronterende films over dementie, autisme, anorexia, transgenderkinderen, alcoholisme, geesteszieken, moeders die hun baby afstaan voor adoptie.

Had u genoeg van de nazi’s en pornosterren?

„Nee, maar ik vreesde wel mezelf te herhalen. En ik zat vast in een paar films die niet wilden lukken. Dat het niet altijd grappig hoeft te zijn, had ik geleerd met mijn films over Amerikaanse gevangenissen. Al mijn andere films draaien om zelfdestructieve types, maar in mijn films over dementie en autisme had niemand iets verkeerd gedaan. Dat vroeg dus om een ander soort spanningsboog.”

Moet u zich voor het serieuze werk anders gedragen?

„Ik denk het wel. In de loop der jaren was ik toch al serieuzer geworden, minder satirisch. Bij autistische kinderen of dementen heeft een plagerige vraag, of een tongue-in-cheek-houding geen enkele zin. Ik moest open vragen stellen, geen vragen die hen als slachtoffer neerzetten. Verder moest ik waken voor het gevaar om over de hoofden van de patiënten heen te praten, met familieleden of verplegers. Je moet je eerst tot degene richten om wie het gaat, ook al ligt diegene er nog zo comateus bij.”

Theroux geeft in zijn boek opvallend veel ruimte aan Jimmy Savile, de gevierde BBC-presentator die na zijn dood in 2011 werd ontmaskerd als seksueel predator die honderden mensen heeft misbruikt, veelal kinderen. Dit groeide uit tot het grote Britse #MeToo-schandaal, waarin meerdere mensen werden veroordeeld. Omdat Theroux zelf in 2005 een documentaire over Savile maakte – zonder te weten van het misbruik – en daarna met hem bleef omgaan, werd hij zelf onderdeel van het schandaal. In 2016 maakte hij een nieuwe documentaire over Savile.

Waarom zoveel pagina’s over Savile?

„Omdat het de grootste zaak was waar ik ooit mee te maken heb gehad; de zaak die me het meeste heeft beziggehouden, me de meeste stress heeft bezorgd, en waar ik het meeste van heb geleerd. Ik wilde zelfs het hele boek over Savile laten gaan, maar mijn uitgever was ertegen. Nu geeft het mijn boek een raamwerk: in het begin ontmoet ik hem voor mijn documentaire, dan gaat hij dood, en op het eind keert hij terug om rond te spoken.

„Toen ik mijn eerste film over hem maakte, vond ik hem de vreemdste, meest intrigerende persoon die ik ooit had ontmoet, en ik vond dat ik dat briljant had vastgelegd. Tegelijk had ik het gevoel dat ik niet tot zijn kern was doorgedrongen. Toen werd hij ontmaskerd. Dat was maandenlang het grootste schandaal in het land, dat ons denken over misbruik ingrijpend heeft veranderd. En ik had bij deze affaire een eersteklas plaats vooraan. Tegelijk knaagde het gevoel dat ik meer had moeten doen om achter zijn geheim te komen. Vooral omdat ik na afloop van de eerste film, in 2005, al werd benaderd door twee van zijn ex-vriendinnen. Ik had toen niet door dat zij waren misbruikt, en zij zelf op dat moment waarschijnlijk ook niet.”

Heeft u het gevoel dat u gefaald heeft?

„Een gevoel van falen, schuld, verdriet, angst, woede, rancune zaten allemaal in één mix van emoties. Ik had niets verkeerds gedaan – ik ben zelfs de enige journalist die hem ooit op camera naar de geruchten over pedofilie heeft gevraagd – en toch voelde dat wel zo. Ik noemde hem geen vriend, maar vriendschappelijk was onze relatie wel.”

Wat heeft u ervan geleerd?

„Het zou mooi zijn als er een duidelijke lijn was tussen iemand die slachtoffer is van misbruik, en iemand die dat niet is. Slachtoffers herkennen zichzelf vaak niet meteen als zodanig, en hebben vaak schaamte over hun eigen aandeel. Net als alles in deze wereld is het een spectrum. De waarheid is vloeibaarder dan je denkt.

Lees ook: ‘Hij zei altijd dat hij het deed omdat hij van me hield’

„Ik hoorde van een meisje dat was verkracht en ’s ochtends een eitje bakte voor haar verkrachter. De gemeenschap oordeelt dan: dan was het dus geen verkrachting. Het is ongelooflijk hoe primitief men over de menselijke psyche denkt. Veel mensen wensen dat de wereld overzichtelijker is dan hij is. Ik begrijp heel goed dat zij dat eitje bakte: iemand die zoiets traumatisch meemaakt, wil zo snel mogelijk terug naar een normale situatie, alsof het niet is gebeurd. Ik vind het vreselijk als slachtoffers ervan worden beschuldigd dat ze menselijk waren. Mijn ervaring met Savile geeft mij een morele verantwoordelijkheid om dat uit te dragen.”

Sluit dat aan bij wat u überhaupt heeft geleerd van 25 jaar documentaires maken?

„Zeker, het leerde me hoe complex mensen zijn. Hoe mensen die alom verafschuwd worden – leden van de Ku Klux Klan, kindermisbruikers – verrassend menselijke kwaliteiten hebben. Je kunt het niet eens een ‘grijs gebied’ noemen: goed, slecht, liefde, haat; het loopt allemaal dwars door elkaar heen. Als mijn boek enigszins bijdraagt aan een subtieler en complexer begrip van hoe mensen zich gedragen, zou ik gelukkig zijn.”

Louis Theroux: Geen taboe voor Theroux. Uitgeverij Ambo/ Anthos. 448 blz., € 24,99.