Recensie

Recensie Boeken

Een decadent zelfhulppamflet

Klimaat In een essay behandelt Maarten Meester met behulp van Aristoteles de vraag hoe je als individu kunt bijdragen aan een beter milieu.

Foto Jorg Greuel/Getty Images

‘Wat goed dat jij een NIEUW LICHT-essay leest! Jij kletst niet zomaar wat. Nee, jij wilt goed geïnformeerd deelnemen aan het publieke debat.’

Wie zo een pamflet tegen milieuvervuiling begint, moet welhaast gebruik maken van het prachtige literaire instrument genaamd parodie. ‘Het zou mij niet verwonderen als jij ook al veel voor het milieu doet. [...] En toch zie jij jezelf soms – misschien tot jouw eigen verbazing – weer achter het autostuur zitten, inchecken op Schiphol of een nieuwe smartphone of keuken kopen.’

Verder lezend in De Meester-methode van Maarten Meester (1966) wordt jou al snel duidelijk dat jij geen parodie zit te lezen. In de reeks ‘Nieuw Licht’, waarin telkens een ‘hedendaagse denker’ contemporaine problematiek beschouwt door het prisma van een klassiek geworden filosofische tekst, behandelt Meester met hulp van Aristoteles’ Ethica Nicomachea de vraag hoe je als individu kunt bijdragen aan een beter milieu.

De Correspondent-toontje

Zijn insteek daarbij is het afrekenen met twee denkfouten: ten eerste dat het individu en het collectief tegenover elkaar zouden staan (wat kan één individu nu voor verschil maken?). Maar een individu valt niet los te zien van zijn omgeving, stelt Meester weinig verrassend. De tweede denkfout behelst de gedachte dat je iets zou moeten opofferen als je minder milieuschadelijk gaat handelen. Maar een beter milieu, stelt Meester, is uiteindelijk ook in het belang van het individu zelf.

Op deze uitgangspunten valt al veel af te dingen (waarom zou het erg zijn een offer te brengen voor iets wat je belangrijk vindt?), maar Meesters uitwerking ervan is nog veel zwakker. Lukraak puttend uit een grabbelton vol theorietjes uit de psychologie en dingetjes die hij op De Correspondent is tegengekomen, wil hij de lezer ‘groene deugden’ laten ontwikkelen via intellectuele en fysieke training. Die intellectuele training bestaat uit ‘de juiste kranten en boeken’ lezen, of gewoon De Correspondent, een medium dat nogal eens hetzelfde debiliserende toontje hanteert als Meester.

Verslaafd

Schouders over ophalen? Ik weet het niet. Het is bijna schokkend hoezeer Meester de moeilijkheid van gedragsverandering onderschat, als ook de macht van bedrijfsleven en politiek. Als je zijn ‘methode’ zou toepassen op bijvoorbeeld stoppen met roken, zou de conclusie zijn dat je, door veel te lezen en te wandelen, het probleem makkelijk kunt oplossen. Elke psycholoog weet hoe ongelofelijk hardnekkig verslavingsproblematiek is. Stoppen wordt bovendien nóg moeilijker gemaakt door de tabaksindustrie die allerhande manipulatieve trucs inzet om mensen verslaafd te krijgen en te houden. Verder zorgt een krachtige lobby van diezelfde tabaksindustrie ervoor dat wetgevers zich gedeisd houden. Wat kan één enkel individu uitrichten tegen zoveel overmacht?

Milieuproblematiek is complexer en veelomvattender dan verslavingsproblematiek. De vergelijking maakt duidelijk hoe karig, ja, zelfs decadent Meesters zelfhulppamflet is.

In een uitstekend essay voor Vrij Nederland trok Roxane van Iperen onlangs ten strijde tegen het zogenaamde ‘consumentenactivisme’, waarbij ze auteurs als Jonathan Safran Foer aanhaalde, maar ze had net zo goed Maarten Meester kunnen noemen. Volgens haar houdt consumentenactivisme de illusie in stand dat de consument de vraag bepaalt. Als de consument zijn gedrag verandert, zal het aanbod op de vrije markt mee veranderen.

Simplistisch

‘Een klimaatcrisis afwenden’, schreef Van Iperen, ‘vergt van hogerhand afgedwongen, radicale systeemwijziging. Wat consumentenactivisten zelf niet doorhebben, is dat ze met hun gedachtegoed pleitbezorgers zijn van het systeem dat ze denken te bestrijden.’

Mij rest de conclusie dat de ‘Nieuw Licht’-reeks wel erg vaak gemakzuchtige, simplistische boekjes oplevert, wat vreemd is als je bedenkt dat uitgerekend een van de samenstellers ervan, Coen Simon, zelf een uitstekend schrijver van populair-filosofische boeken is. Het kán dus wel, complexe ideeën uit het verleden op een niet-infantiele wijze vertalen naar het heden, op een manier die ook voor de leek te volgen is. Misschien moeten ze voor een volgend pamflet Roxane van Iperen vragen.