Een derde van alle dopingzondaars gebruikte drugs

Onderzoek | Doping In de afgelopen tien jaar werden 208 sporters betrapt op het gebruik van doping. Bij 61 sporters ging het om recreatieve drugs, terwijl de Dopingautoriteit niet op hen wil jagen.

Drugs als cocaïne en cannabis zijn volgens het dopingreglement alleen verboden binnen wedstrijdverband.
Drugs als cocaïne en cannabis zijn volgens het dopingreglement alleen verboden binnen wedstrijdverband. Foto Koen van Weel/ANP

Bijna een derde van de sporters die de afgelopen tien jaar in Nederland zijn betrapt op doping, had drugs gebruikt. Dat blijkt uit een analyse door NRC van jaarverslagen van de Nederlandse Dopingautoriteit. Bij 61 van de 208 positieve controles werden bestanddelen van recreatieve drugs aangetroffen. Die overtredingen zijn vaak „onbedoelde bijvangst” voor de Nederlandse antidopingorganisatie, omdat ze niet worden ingenomen om prestaties te verbeteren.

Drugs als cocaïne en cannabis zijn volgens het dopingreglement alleen verboden binnen wedstrijdverband. Bestanddelen van deze drugs blijven lang vindbaar in urine, terwijl de werking al is verdwenen. Daardoor kan een sporter in zijn vrije tijd drugs gebruiken en weken later nog positief testen bij een dopingcontrole.

Antidopingorganisaties en sportbonden hebben de afgelopen jaren kritiek geuit op de in hun ogen buitenproportionele straffen die op recreatief drugsgebruik staan, en de daaraan verbonden tijdrovende tuchtprocedures. „Wat wij doen, moet te maken hebben met de sportprestatie”, zegt Herman Ram, voorzitter van de Nederlandse Dopingautoriteit.

Lees ook het achtergrondverhaal: ‘Een snuif coke laat mij écht niet beter presteren’

De jarenlange onvrede resulteerde vorige maand in een wijziging van het reglement door wereldantidopingagentschap WADA. Vanaf 2021 wordt een standaardschorsing van drie maanden opgelegd als drugsgebruik losstaat van de sport. Stemt een sporter in met een rehabilitatieprogramma, dan wordt de uitsluiting van wedstrijden en trainingen verminderd tot één maand. Nu worden in vergelijkbare gevallen nog straffen tot twee jaar opgelegd.

Recreatief drugsgebruik is „een terugkerend thema” in voorlichtingen waarmee wordt geprobeerd de circa 20.000 sporters te bereiken die in aanmerking komen voor dopingcontroles. De Dopingautoriteit is daarbij onder meer afhankelijk van de sportbonden en bereidheid van sporters om digitale voorlichting te raadplegen. „Ik zou haast niet weten wat we nog meer kunnen doen”, zegt Ram. Vooral in sporten waar doping als minder relevant wordt gezien, is bewustwording lastig, ook al gelden voor alle sporters dezelfde regels.

De organisaties die wereldwijd pleiten voor lagere straffen zijn van mening dat drugsgebruik voornamelijk een maatschappelijk probleem is. De oplossing daarvoor ligt volgens hen niet in de sport. „Wij zijn er niet om de drugsproblematiek op te lossen”, aldus Ram.