Duizenden kilometers reizen om te mantelzorgen

Zorg Mantelzorg is vaak belastend, mantelzorg aan familie in het buitenland is soms extra zwaar. „Mijn moeder zou denken dat ze ons niet goed heeft opgevoed als wij haar naar een verpleeghuis sturen.”

Illustratie Jenna Arts

Verschrikkelijk, vinden ze het. Vijf keer per jaar naar het andere eind van de wereld vliegen, terwijl ze de laatste tijd juist zo milieubewust zijn. Aukje Beenhakker (62) uit Heemstede zorgt samen met haar man Jan van der Hoeven (70) voor haar schoonmoeder (97), die na de oorlog naar de Verenigde Staten is geëmigreerd. Elke keer als er iets met haar gebeurt – ze valt, ze raakt in een septische shock – moeten ze halsoverkop in het vliegtuig stappen. Haar schoonmoeder heeft behalve een broer op hoge leeftijd geen andere familie en woont bovendien in een rijke buurt in Californië, ten noorden van San Francisco, zegt Beenhakker. „De mensen daar hebben nauwelijks contact met elkaar. Je ziet ze alleen met hun dure auto’s de garage in zoeven.”

Afgelopen zomer nam Beenhakker onbetaald verlof op om haar man te ondersteunen, die meestal alleen naar zijn moeder vliegt. Ze is „moeilijk in haar dementie”, gaat soms schelden of duwen als ze boos wordt. En het is te zwaar om vierentwintig uur per dag in je eentje voor iemand te zorgen, zegt ze.

De afgelopen acht jaar was ze mantelzorger voor haar eigen ouders en ze denkt met waardering terug aan de manier waarop de zorg in Nederland is geregeld. „Ik hoefde niet de billen van mijn moeder af te vegen. Maar in Amerika moet je thuiszorg helemaal zelf organiseren en betalen.”

Via een Amerikaanse buurtwebsite vond ze een verzorgster, die inmiddels bij haar schoonmoeder is ingetrokken, voor 5.000 dollar (4.500 euro) per maand. Maar ook in Nederland gaat het zorgen door. Zoals die keer dat er geen stroom meer was. Voordat Beenhakker en haar man weer naar Nederland terugvlogen, hadden ze de vriezer van haar schoonmoeder volgestopt met lekkere Hollandse maaltijden. „We waren nog niet weg of de stroom viel een paar dagen uit vanwege de Californische branden. De hele boel werd weggegooid. Vréselijk. Moesten we daar weer een oplossing voor bedenken.”

Mantelzorgers als Beenhakker krijgen weinig aandacht. Er zijn geen cijfers beschikbaar over mensen die voor familie in het buitenland zorgen, zegt Alice de Boer, bijzonder hoogleraar sociale ongelijkheid en informele hulp aan de VU en onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Ze vermoedt dat de groep niet zo groot is omdat mensen makkelijker voor iemand zorgen als ze dichterbij wonen. „Uit onderzoek van het SCP blijkt dat 59 procent van de mantelzorgers vlakbij de verzorgden woont, op maximaal tien minuten reisafstand.”

Groepsvideogesprek

Maar er zijn wel degelijk meer mensen als Aukje Beenhakker en haar man die zorgen voor familieleden die naar het buitenland zijn vertrokken of daar zijn achtergebleven. Volgens Tineke Fokkema, bijzonder hoogleraar ageing, families and migration aan de Erasmus Universiteit en onderzoeker bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut, zorgen veel migranten voor familie in het land van herkomst. „Zij doen niet de dagelijkse fysieke zorg, maar ze regelen dingen voor hen. Ook sturen ze vaak geld en medicijnen, die in landen als Marokko en Irak schaars zijn. En ze bellen veel om emotionele steun te geven.”

De Javaans-Surinaamse Tjipot (60) belt elke dag met zijn dementerende moeder (84), die bij zijn broer in Suriname woont. Zijn achternaam noemt hij liever niet omdat hij het onderwerp gevoelig vindt. Als jonge jongen heeft hij zijn moeder beloofd dat hij later voor haar zou zorgen. Maar toen wist hij nog niet dat hij met vier van zijn negen broers en zussen naar Nederland zou verhuizen.

Lees ook: Hoe mantelzorg je leven overneemt: ‘Ik heb gedaan wat ik kon’

Ze sparen om naar zijn moeder te kunnen reizen om haar te ondersteunen, en elke avond bespreken ze in een groepsvideogesprek hoe haar dag is verlopen. „Heeft ze goed gegeten? Heeft ze haar medicijnen geslikt?” Lucia Lameiro Garcia (53) uit Nieuwegein appt elke dag met haar jongere zus, die het fijn vindt om haar zorgen te kunnen delen. Haar zus woont in Spanje met haar moeder die vergeetachtig is en een bipolaire stoornis heeft, zij neemt haar elke dag mee naar haar werk in de ouderenzorg. Om haar zusje te ontlasten, ontfermt Lameiro Garcia zich vanuit Nederland over financiële zaken, zoals pensioenuitkeringen. In de vakanties gaat ze naar Spanje en neemt ze de zorg voor haar moeder op zich. „Ze luistert beter naar mij dan naar mijn zusje. Misschien omdat ik de oudste ben of omdat ze weet dat ik me niet laat chanteren. We doen praktische dingen die voor mijn zusje te veel zijn, zoals een bezoekje aan de bank. Maar we gaan bijvoorbeeld ook naar het strand of de bioscoop.”

Ruis op de lijn

Tjipot en Lameiro Garcia zien het beiden als hun plicht om voor hun ouders te zorgen. „Ik denk dat het zo hoort”, zegt Lameiro Garcia. „Ik weet bijvoorbeeld dat mijn moeder ervan houdt om in de auto te zitten, dus neem ik haar op vakantie altijd mee als ik een boodschapje moet doen. Net zoals zij voor mij dingen kookte die ik lekker vond.” Tjipot: „Mijn moeder staat boven alles in onze familie. Ik vind het geen last om haar bij te staan. Als ik in Suriname ben, heb ik een geluksgevoel, ook als ze om drie uur ’s nachts naar het toilet moet. In Nederland voel ik me machteloos. Dan kan ik alleen proberen er moreel en geestelijk voor haar te zijn.”

Maar hoe vaak er ook telefonisch contact is, mantelzorgers die op afstand voor familie zorgen krijgen niet altijd genoeg informatie over hun gezondheid, zegt hoogleraar Fokkema. „Er is soms wat ruis op de lijn. Ouders willen niet altijd aan kinderen die in een ander land wonen vertellen dat het slecht met hen gaat. ‘Maak je niet ongerust’, zeggen ze dan.” Beenhakker heeft daar geen last van, maar merkt wel dat de communicatie met de zorgverleners van haar schoonmoeder soms moeizaam verloopt. „Er wordt niet echt met ons overlegd, bijvoorbeeld over wanneer het ziekenhuis haar ontslaat en wij dus op het vliegtuig moeten stappen.”

Illustratie Jenna Arts

Haar leven wordt beheerst door de wankele gezondheid van haar schoonmoeder, zegt ze. Onlangs heeft zij een beroerte gehad, en dus moet Beenhakker binnenkort weer naar de VS. De reizen kosten niet alleen „klauwen met geld”, maar dwarsbomen ook alle andere plannen van haar en haar man. Theaterbezoeken worden afgezegd, reisjes afgeblazen. Beenhakker: „Mijn man wil al drie jaar met vrienden op huttentocht in Oostenrijk, en telkens moet hij op het laatste moment afzeggen.” Ook zwaar vindt ze het om telkens in een ander land te zijn, zegt ze, terwijl haar leven zich in Nederland afspeelt.

Zouden ze haar schoonmoeder naar Nederland kunnen halen?

Tien jaar geleden kon dat nog, zegt Beenhakker, maar de wet is inmiddels aangepast. „Zij is officieel Amerikaanse en je kunt niet zomaar in het kader van gezinshereniging buitenlanders naar Nederland halen.” De moeder van Lameiro Garcia zou wel naar Nederland mogen verhuizen omdat ze een EU-burger is, ze heeft ooit als gastarbeider in Nederland gewoond. Toch wil ze niet terug, zegt Lameiro Garcia, zelfs niet voor een maandje. „Misschien is ze bang dat ze niet meer naar Spanje terug mag. Ze is een beetje achterdochtig.”

Niet naar het verzorgingstehuis

Ouders naar Nederland halen overwegen meer mantelzorgers. Ginette Klein, medewerker van de hulplijn van MantelzorgNL, krijgt jaarlijks zo’n 4.000 telefoontjes, waarvan tientallen van mensen die voor familie in het buitenland zorgen. „Zij vragen meestal hoe ze hun familie naar Nederland kunnen krijgen.” Het tegenovergestelde gebeurt ook, zegt Fokkema. „Zo zijn er signalen dat sommige Turkse mantelzorgers hun ouders naar hun geboorteland laten terugkeren, bijvoorbeeld omdat ze niet in een ‘wit’ verpleeghuis in Nederland willen wonen. Zij huren dan in Turkije een verzorger voor hun ouders in.”

Lees ook: Mantelzorg ligt niet iedereen: ‘Ik wil ook gewoon haar dochter zijn’

Lameiro Garcia moet dat op termijn misschien ook doen, als haar moeder niet meer met haar zusje mee kan naar de ouderen die zij verzorgt. Haar plaatsen in een verpleeghuis is een onwaarschijnlijke optie, zegt ze. „In Spanje heerst het idee dat je naar een instelling gaat als je geen kinderen hebt, of als je kinderen niet voor je willen zorgen. Mijn moeder zou denken dat ze ons niet goed heeft opgevoed als wij haar naar een verpleeghuis zouden sturen.” Ook Tjipot ziet zijn moeder daar niet naartoe gaan. „Nee, nooit. We zoeken een oplossing zodat ze thuis kan blijven. Een plant moet je ook niet verpotten.”

Voor de schoonmoeder van Beenhakker is dat al te laat. Gelukkig hebben ze net een mooi verzorgingstehuis voor haar gevonden. Nu nog haar huis verkopen, om de 8.000 dollar per maand die dat kost te kunnen betalen.