Opinie

De volgende crisis heet privacy

Column Robbert Dijkgraaf Persoonlijke digitale gegevens en biomedische data zijn het verdienmodel van techbedrijven. De volgende crisis zal om datamisbruik draaien.

Robbert Dijkgraaf

Wat zijn de kolencentrales en de oliemaatschappijen van de toekomst? Welk thema wordt het ‘klimaat’ van morgen, het vraagstuk waarvan komende generaties zullen zeggen: hoe hebben jullie zó kunnen slapen?

Hittegolven, bosbranden, stikstof. Dit jaar gaat de boeken in als de definitieve botsing tussen economische groei en de grenzen van klimaat en milieu. Premier Mark Rutte noemde het zelfs de grootste crisis van zijn lange loopbaan. De meeste klimaatsceptici realiseren zich dat het niet langer zinvol is om twijfel over de wetenschap te zaaien. Op wat achterhoedegevechten na is het debat in de publieke opinie grotendeels voorbij – zelfs in Amerika, waar ook vele Republikeinse kiezers, met name onder de veertig, het klimaat nu als een nijpend probleem zien.

Maar helaas bereiden we ons altijd voor op de laatste oorlog. Van kernenergie tot fijnstof, van roken tot zure regen, iedere volgende crisis lijkt de samenleving weer te overvallen. De ingrediënten zijn echter steeds dezelfde. Een kleine groep onderzoekers die ver vooruitkijkt en de alarmbel luidt. Industriële reuzen die doen alsof hun neus bloedt en ondertussen de winsten binnenhalen. Een bevolking die maar al te graag de praktische vruchten plukt en vooral op de centen let. En een overheid die probeert de kool en de geit te sparen en daarmee ook het politieke hachje.

Twijfel zaaien

Het spel loopt volgens een vast patroon. Eerst worden de pijlen gericht op de boodschappers, niet de boodschap. Wetenschappers wordt ongepast activisme verweten. De industrie, die als geen ander weet hoe het zit, stopt de rapporten in een diepe la en probeert vooral twijfel te zaaien. Tegen beter weten in vraagt men om nog meer onderzoek, om tijd te rekken. Na een oplopende reeks incidenten, keert uiteindelijk de wal het schip – als de samenleving niet hoort maar voelt. Het is moeilijk te debatteren met longkanker, kale bossen of overstromingen. Dan kantelt de publieke opinie, langzaam maar onverbiddelijk, als een afkalvende ijsberg. Wat ooit controversieel was, is ineens gemeengoed.

Hoe doorbreken we dit gedragspatroon? Het zou handig zijn een boodschappenlijstje met aankomende thema’s in de binnenzak te hebben.

Een goede kandidaat voor zo’n volgende crisis is in mijn ogen privacy. Allereerst zijn er de dreigende waarschuwingen van experts, zoals mijn collega in Princeton, informaticus Arvind Narayanan. Hij betoogt dat we een veel te nauwe, technische definitie van digitale privacy hebben. Iedere maand onderzoekt hij met bots de 1 miljoen best bezochte websites. De resultaten zijn verontrustend. Zo staan er gemiddeld 25 verborgen trackers per pagina, die ongevraagd persoonlijke gegevens doorverkopen aan derden. En aan vierden en vijfden, soms oplopend tot twaalf stappen. Dit geldt voor computers, maar ook voor smartphones, digitale assistenten en slimme tv’s. Internetbedrijven laten zich geen nee verkopen, zelfs niet bij ‘domme’ televisies die niet met het internet zijn verbonden. Blijkbaar zitten in sommige reclames ultrasone geluiden, niet hoorbaar voor onszelf, maar wel voor onze telefoon, zodat men toch weet naar welke commercials we kijken.

Schaamteloze manipulatie

Het schenden van privacy is voor sommige industrietakken geen onbedoeld neveneffect, maar het primaire businessmodel. Net zoals eerder de verslaving aan koolwaterstoffen of nicotine. De ongewenste effecten zijn hier onder meer de schaamteloze manipulatie van meningen, de inherente discriminatie van bevolkingsgroepen en de bevestiging van negatieve stereotypes. En net zoals de uitstoot van CO2 vooral volgende generaties belast, zo zullen ook onze nakomelingen moeten leven met de gevolgen van ons huidige slordige gedrag met persoonlijke gegevens.

Wat voor het digitale domein opgaat, geldt in de overtreffende trap voor biomedische data. Genetische informatie zegt veel meer over onszelf dan surfgedrag. En waar we op ieder moment ons internetgebruik kunnen wijzigen en zelfs totaal offline zouden kunnen gaan, is het onmogelijk om ons dna te veranderen. Als u nu een commerciële genetische test doet, moet u eigenlijk al uw nakomelingen, ook die in de verre toekomst, om toestemming vragen. Een verre achterneef kan over honderd jaar veroordeeld worden op grond van uw genetisch profiel.

De grote databedrijven weten dit natuurlijk allang, hoewel ik denk dat het succes en de winstgevendheid van persoonlijke targeting ook hen heeft verrast. Wij consumenten houden voorlopig vooral het gemak voor ogen. Niet dat het onderwerp niet genoeg in het nieuws is met Cambridge Analytica en de protesten in Hong Kong, waar betogers maskers dragen tegen Chinese gezichtsherkenningssoftware.

De bescherming van onze privacy en de nuttige toepassing van data is een publieke zaak die ons allen raakt. Maar voorlopig zien we geen protesten op het Malieveld tegen datamisbruik. Facebook en Google hebben niet de reputatie van ExxonMobil of Shell. En voor de politiek is het geen stemmentrekker. Maar de jongste generatie, voor wie internet en smartphones zo vanzelfsprekend zijn als benzinepompen en gaskachels voor de vorige, moet zich vast voorbereiden op het moeilijke gesprek met hun kinderen: „Papa en mama, hoe konden jullie zó dom en naïef zijn?”

Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton.