Recensie

Een zeeman doet niet aan naamvallen

RecensieYannick Fritschy neemt zijn lezer mee door de wetenschap van taalveranderingen.

Geen taalboek zonder leuke weetjes en in de ‘pocket science’ over taalevolutie van journalist Yannick Fritschy ontbreken ze zeker niet. Bijvoorbeeld dat het Engelse trigger, dat nu ook in het Nederlands wordt gebruikt, ooit een Nederlands leenwoord was, meegekomen met intensieve wapenleveranties in de zeventiende eeuw. En in het negentiende-eeuwse Amsterdam werd ooit het aparte dialect ‘bierkaais’ onderscheiden, gesproken rond de Bierkade. Wie in Ethiopië dorst heeft kan (bij het Xamir-volk) gewoon aan de bar om aqua vragen, bekend uit het Latijn en volgens sommigen een van oerwoorden der mensheid (net als tik voor vinger). En wie dat te moeilijk vindt kan als hij ooit met een tijdmachine 3500 jaar teruggeworpen wordt naar de Hittieten in Anatolië gewoon om ‘watar’ vragen, dat snapten ze daar gewoon.

En natuurlijk roepen sommige interessante weetjes diepe vragen op, bijvoorbeeld als Fritschy schrijft dat ‘zo'n beetje alle zeevarende volkeren hun naamvallen overboord hebben gegooid’. Dat zou komen door de vele contacten met andere talen. ‘Zou het echt?’ denkt dan de lezer. Want hoe zit dat dan met die zéér zeevarende Oude én Nieuwe Grieken?

In een aangenaam lichte toon (vol taalgrapjes, zoals het ‘overboord gooien’ in bovenstaande alinea) neemt Fritschy zijn lezer mee door de wetenschap van taalveranderingen tot aan beschouwingen over de oertaal aan toe. Als bèta met klassieke talen als tweede studie, zo schrijft Fritschy in de inleiding, wil hij zich vooral verdiepen in de taalwetten. Maar misschien omdat hij in dit inleidende boekje toch niet te diep wil gaan, komt hij niet veel verder dan beschrijvingen van taalwetten (klinkerverschuivingen, verdwijning en verschijning van naamvallen), over oorzaken horen we weinig. Ook komt de voortdurend herhaalde vergelijking met evolutionaire biologie komt niet uit de verf. Want hoe werkt die ‘selectiedruk’ op taal dan? Evengoed kan het vaak ‘genetic drift’ zijn, toevallige veranderingen. De rol van (politieke) macht in taalverandering blijft bij de geweldige typering ‘een taal is een dialect met een leger en een vloot’.

En echt jammer is dat Fritschy het beroemde verhaal over het spontane ontstaan van Nicaraguaanse gebarentaal op een dovenschool totaal verkeerd vertelt. Volgens Fritschy wezen de kinderen daar de officieel onderwezen gebarentaal af en verzonnen ze zelf een alternatief. Maar íedere gebarentaal was er juist verboden, daarom gingen de kinderen het stiekem doen, met alle gevolgen van dien.

Lees ook Twee zaklampen bieden ook een alfa zicht op ruimtetijd